Noot 6

HR 4 juni 1993, NJ 1993, 582, m.nt. P.A. Stein

Waar de op de verhuurder rustende verplichting tot herstel haar grenzen vindt, moet worden beoordeeld met inachtneming van de relevante omstandigheden. Het enkele feit dat herstel niet zonder verlies kan geschieden is i.c. niet voldoende om aan te nemen dat herstel redelijkerwijs niet kan worden gevergd. Daarvoor hadden ook de andere omstandigheden – namelijk hoe groot het verlies zou zijn; waardoor en hoe dat verlies ongunstig zou worden beïnvloed; of het verlies uit reserves kan worden bestreden; of de gebreken het gevolg zijn van een door de verhuurder ondernomen renovatie, die ondeugdelijk zou zijn uitgevoerd; en: de (in dit geval verzuimde)

mogelijkheid om subsidie te verkrijgen – in de afweging moeten worden betrokken;

Financiële problemen van de verhuurder geen reden om zijn verplichtingen te beperken.

Pres. Rb. Breda 5 februari 1982, WR 1982, 51, m.nt. Ph. van den Biesen

Gezien de beperkte middelen/perspectieven van de verhuurder, de onderhoudsplicht tot een minimum beperkt.

Pres. Rb. Roermond 14 maart 1985, Bouwrecht 1985, p. 548

Noodwoning uit 1946. Herstel onevenredig kostbaar, onderhoud in redelijkheid niet meer te vergen.

Ktr. Amsterdam 26 juni 1986, WR 1986, 104

Veroordeling tot nakoming onderhoudsverplichting; maar zal worden opgeschort, als tijdig vordering ter zake van renovatieplan is ingesteld.

Ktr. Amsterdam 17 oktober 1989, WR 1990, 42.