Beknopte handleiding procederen – Aanbrengen van de dagvaarding

Na ontvangst van de originele dagvaarding moet de nota aan de deurwaarder worden betaald. Het betekenen van een dagvaarding kost € 81,00 (prijsbasis februari 2018). Hierbij komt vaak nog een bedrag aan informatiekosten. De deurwaarder controleert vaak of de gedaagde partij nog op het in de dagvaarding vermelde adres woont, of is gevestigd. Hier wordt vaak rond de € 10,- voor gerekend. Het bedrag dat de eisende partij aan de deurwaarder verschuldigd is staat vermeld in de begeleidende brief van de deurwaarder behorend bij de originele dagvaarding. De kosten die aan gedaagde partij doorbelast mogen worden staan vermeld aan het einde van het dagvaardingsexploot.

De eisende partij moet vervolgens de originele dagvaarding aanbrengen (= toesturen) bij het gerecht waar de zitting plaatsvindt. Volgens de wet kunt u de dagvaarding indienen uiterlijk op de laatste dag waarop de griffie is geopend voorafgaande aan de in de inleidende dagvaarding vermelde roldatum (zie artikel 125 lid 2 RV). Met andere woorden: uiterlijk een dag vóór de eerste zittingsdatum moet de dagvaarding op de griffie van de rechtbank liggen. Wij raden aan om ervoor te zorgen dat de dagvaarding (voor alle zekerheid) reeds twee werkdagen vóór de eerste rechtsdag bij de griffie bezorgd te hebben. Zie hiervoor eveneens art. 3.1 van het Landelijk procesreglement kantonzaken, januari 2014 waarin is bepaald dat eiser het originele exploot na betekening zo spoedig mogelijk bij de griffie moet indienen. Wij raden aan om het exploot reeds (minimaal) twee werkdagen vóór de eerste zittingsdag bij de griffie te laten bezorgen. Belangrijk is dat u ook de producties (bijlagen) aan de rechtbank toezendt (artikel 3.3 Landelijk Rolreglement). In de begeleidende brief verzoekt u de rechtbank om u op de hoogte te houden van het verdere verloop van de procedure.

Het is zeer belangrijk dat de rechtbank de dagvaarding daadwerkelijk ontvangt. Want als de rechtbank de dagvaarding niet heeft ontvangen, bestaat de zaak voor de rechtbank niet. Ook de gedaagde partij mag de dagvaarding op de rol laten plaatsen (artikel 127 RV), maar in de praktijk zal de gedaagde dit niet vaak doen. Gelet op een en ander verdient het aanbeveling om de griffie vóór de eerste rechtsdag nog even op te bellen, teneinde te verifiëren of de dagvaarding daadwerkelijk is ontvangen. Als de dagvaarding onverhoopt niet is aangekomen, kan deze nog worden gefaxt. Het originele exploot moet vervolgens wel alsnog worden toegezonden aan de griffie, en wel binnen 13 dagen (art. 3.2 Landelijk Rolreglement).

Als u vergeet de dagvaarding aan te brengen, dan vindt er geen zitting plaats en moet de dagvaarding opnieuw worden betekend (de eerste dagvaardingskosten zijn dan weggegooid geld). De dagvaarding moet dan opnieuw door de deurwaarder worden uitgebracht. Zie overigens artikel 125 lid 5 RV over de mogelijkheid van een “herstelexploot”. Ook de gedaagde is, zoals gezegd, op grond van artikel 127 RV bevoegd de zaak op de rol te laten schrijven onder overlegging van het exploot van dagvaarding. Voor de gedaagde is dit soms interessant, bijvoorbeeld om een vordering in reconventie (tegeneis) in te stellen. Bijvoorbeeld: de verhuurder vordert één maand huur en de huurder vordert als tegeneis vervanging van een kapotte cv-ketel.

Na eerste de zittingsdag ontvangt eiser een bevestiging van de rechtbank. De rechtbank geeft dan te kennen wat er op de zittingsdag is gebeurd. Dit wordt een rolbericht genoemd. In de rolberichten staat vermeld welke handeling de rechtbank voor uw zaak heeft verricht. Bijvoorbeeld: aan de wederpartij is uitstel verleend, of de reactie van de wederpartij wordt doorgestuurd. In de rolberichten na de eerste zittingsdag wordt de voortgang van de procedure weergegeven. De gedaagde partij krijgt ook steeds een rolbericht.

De eisende partij krijgt al spoedig een nota voor het zogenoemde vastrecht, ook wel “griffierecht” genoemd. De eiser moet dit bedrag betalen. Als hij echter uiteindelijk de procedure heeft gewonnen, en ook heeft gevorderd dat de wederpartij in de proceskosten wordt veroordeeld, dan dient gedaagde het vastrecht aan eiser terug te betalen (zie overzicht griffierechten).