Beknopte handleiding procederen – Conclusie van repliek

Na 1 oktober 2019 komt deze processtap in beginsel te vervallen. Volgens artikel 131 RV beveelt de rechter een mondelinge behandeling als bedoeld in artikel 87 RV, tenzij hij oordeelt dat de zaak daarvoor niet geschikt is. Uiterlijk twee weken na het in de eerste volzin bedoelde tijdstip beslist de rechter hieromtrent. Tegen deze beslissing staat geen hogere voorziening open. Er is dus nog wel een schriftelijke ronde mogelijk. Het is niet aan te bevelen het “kruid droog te houden”. Als er stukken worden achtergehouden is het mogelijk dat een partij niet meer in gelegenheid wordt gesteld om alsnog stukken in het geding te brengen.

In een conclusie van repliek geeft eiser een toelichting op wat hij heeft gevorderd en geeft hij tevens een reactie op wat gedaagde in zijn conclusie van antwoord heeft geschreven. Als gedaagde de vordering gemotiveerd heeft ontkend, dan kan eiser een bewijsaanbod doen, ter onderbouwing van zijn vordering. Het bewijsaanbod moet specifiek over een bepaald punt worden gedaan. Hetzelfde geldt als een partij een deskundige in wenst te schakelen om de stellingen kracht bij te zetten. De rechter zal een algemeen bewijsaanbod naast zich neer kunnen leggen. Een algemene zin in de vorm: “eiser biedt aan al zijn stellingen door middel van getuigen te bewijzen” is zinloos. In plaats daarvan moet men specificeren voor welke stellingen bewijs aan wordt gedragen, en op welke wijze men dat bewijs eventueel zou kunnen leveren. Wij benadrukken dat partijen reeds in hun eerste processtukken (dagvaarding en conclusie van antwoord) moeten voldoen aan de zogenoemde “bewijsaandraagplicht” (artikel 111 lid 3 RV).

Als wederpartij bij zijn antwoord tevens een eis in reconventie heeft ingediend, dan moet de conclusie van repliek tevens een antwoord in reconventie inhouden. Een conclusie van antwoord in reconventie is onderhevig aan dezelfde regels als de regels die gelden voor de conclusie van antwoord.