Beknopte handleiding procederen – Het griffierecht

Per 1 januari 2011 is de Wet griffierechten burgerlijke zaken in werking getreden.

Een aandachtspunten op een rijtje.

  1. De eiser is griffierechtverschuldigd na de eerste uitroeping van de zaak ter terechtzitting.
  2. De gedaagde is griffierecht verschuldigd vanaf zijn verschijning in het geding.
  3. Verzoeker en verweerder zijn griffierecht verschuldigd vanaf indiening verzoekschrift resp. verweerschrift.
  4. In kantonzaken is gedaagde of verweerder geen griffierecht verschuldigd.
  5. De betalingstermijn is vier weken.
  6. Bij niet-tijdige betaling door eiser: gedaagde wordt ontslagen van instantie met veroordeling van eiser in de kosten.
  7. Bij niet-tijdige betaling door gedaagde: (in beginsel) veroordeling bij verstek. (NB. niet-tijdige betaling door gedaagde leidt dus tot verstekverlening, ook al heeft zich een advocaat gesteld.)
  8. Bij niet-tijdige betaling door verzoeker: niet-ontvankelijk verklaring.
  9. Bij niet-tijdige betaling door verweerder: eventueel ingediend verweerschrift wordt niet bij beslissing betrokken. (NB. de rechter kan in zo’n geval wel rekening houden met mondeling gevoerd verweer.)
  10. De sancties bij niet-tijdige betaling van het verschuldigde griffierecht (t.w. eerst aanhouding van de zaak en daarna ontslag van instantie resp. verstekverlening) gelden niet in (spoedeisende) zaken bij de voorzieningenrechter (bijvoorbeeld kort geding of beslagrekest).
  11. Ook in kort geding en bij beslagrekesten geldt thans het variabele tarief (dus afhankelijk van het belang van de zaak).
  12. Dagvaardingen die worden betekend, moeten op straffe van nietigheid enkele aanzeggingen bevatten (zo moet o.m. het door gedaagde(n) verschuldigde griffierecht genoemd worden).
  13. Tegen een vastgesteld griffierecht kan verzet worden aangetekend binnen een maand na betaling daarvan.

Hoeveel griffierecht er betaald dient te worden staat in de Wet griffierechten burgerlijke zaken, en hangt af van wie de eisende partij is. (zie Wet griffierechten burgerlijke zaken ), en hangt af van wie de eisende partij is. In principe is elke eisende partij een derde van het griffierecht verschuldigd (voor kantonzaken met een maximum van € 81 voor onvermogenden, € 486 voor particulieren en € 972 voor organisaties (oktober 2019).  Het griffierecht is niet verschuldigd als de eisende partij de vordering voor de eerste zittingsdag intrekt.

Het huidige systeem gaat uit van roldata. Het is dus nog mogelijk de procedure als drukmiddel te gebruiken. Als de zaak vóór de eerste zittingsdag wordt ingetrokken, althans voordat de zaak op de rolzitting wordt behandeld, dan is het griffierecht niet verschuldigd. Men kan in het huidige systeem dus nog een schikking proberen te bereiken voordat de eerste roldatum is verstreken, zonder dat het griffierecht is verschuldigd. Door stukken vóór de roldatum in te dienen wordt de roldatum niet in beginsel vervroegd.