Beknopte handleiding procederen – Inleiding procesrecht en het mislukken van het project KEI

Het voeren van een procedure voor de rechter is voor de meeste mensen geen dagelijkse bezigheid. Een groot gedeelte van de juristen en advocaten staat ook niet dagelijks in de rechtszaal. Zelfs voor een jurist en/of advocaat is procederen vaak een kwestie van “vallen en opstaan”.

Bij de meeste juridische dienstverleners zit wel een aantal personen voor wie de rechtszaal weinig verrassingen heeft te bieden. In de praktijk zullen deze personen vaak als vraagbaak dienen voor de minder ervaren krachten. Deze minder ervaren krachten zullen een aantal keren met de ervaren krachten een procedure bijwonen om te zien hoe een procedure voor de rechter wordt gevoerd. Na een aantal keren zal men de gang naar de rechter toch zelf moeten maken, terwijl men dan doorgaans weinig méér van de procesgang weet dan de cliënt die men vertegenwoordigt. De niet juridisch geschoolde procespartij die zelf de procedure ter hand neemt weet in het algemeen helemaal van “toeten noch blazen”.

Deze handleiding is vooral bedoeld voor niet-professionals, al zal ook een beginnende professional voordeel van deze handleiding kunnen hebben. Vanuit de invalshoek van zowel de gedaagde als de eisende partij wordt beschreven wat men als procespartij kan verwachten van de wijze van procederen bij de rechtbank, afdeling civiel recht, kantonzaken. De procesgang bij de andere rechtsprekende instanties wordt hier buiten beschouwing gelaten. Slechts voor de rechtbank, afdeling civiel recht, kantonzaken, kan de burger zelf procederen (de uitzondering daargelaten). Bij andere instanties heeft men, in civiele zaken, een advocaat nodig.

Een procedure voor de kantonrechter wordt gestart met een dagvaarding of een verzoekschrift. De kantonrechter oordeelt als enige rechtsprekende rechter over de zaak. Bij andere rechtsprekende instanties komt het ook voor dat meerdere rechters zich tegelijk over een zaak buigen.

De wet bepaalt of er een dagvaarding of een verzoekschrift moet worden gebruikt om een procedure te beginnen. Als de wet spreekt over “vorderen” dan moet de procedure worden gestart met een dagvaarding; als de wet spreekt van “verzoeken”, dan moet een procedure worden begonnen met een verzoekschrift. Soms is de wet echter niet consequent in het gebruik van deze terminologie. Een voorbeeld van een “vordering” is artikel 7:303 BW, waarin staat dat de meest gerede partij (=de partij die daar het meest belang bij heeft) kan “vorderen” dat de huurprijs wordt vastgesteld als deze niet overeenstemt met de huurprijs van vergelijkbare ruimte ter plaatse. Een dergelijke zaak wordt dus ingeleid met een dagvaarding. Een voorbeeld van een verzoekschriftprocedure staat in artikel 7:304 BW. Als partijen er niet in slagen om gezamenlijk een deskundige te benoemen ter vaststelling van de huurprijs, dan benoemt de rechter “op verzoek” van de meest gerede partij een deskundige. Daarvoor is dus een verzoekschrift, ook wel rekest genoemd, nodig.

Deze handleiding is bedoeld voor juridisch niet complexe zaken
Uitgangspunt van dit hoofdstuk is dat partijen zelf een procedure kunnen voeren. Het moet dus niet gaan om complexe geschillen. Afgezien van de exceptie van niet-ontvankelijkheid worden in dit hoofdstuk geen procedurele incidenten besproken. De vrijwaring, voeging en tussenkomst en de voorlopige voorzieningen worden evenmin behandeld. Deze zaken zijn in beginsel te complex voor niet-professionals. Ook voorlopige getuigenverhoren en voorlopige deskundigenonderzoeken vallen buiten het kader van dit hoofdstuk.

Dit hoofdstuk is verder geschreven vanuit de gedachte dat zowel de eiser als de gedaagde geen gebruik maken van een professionele gemachtigde die de partijen gedurende de procedure met raad en daad ter zijde staat. Het procesrecht wordt in dit hoofdstuk echter zeker niet uitputtend behandeld. De lezer dient deze handleiding dan ook als een eenvoudige handleiding te zien, waarmee elke partij in een eenvoudige procedure een heel eind kan komen zonder de weg kwijt te raken. Een waarschuwing is wel op zijn plaats. Bij twijfel is het verstandig om een professional te raadplegen. Zelfs als men een sterke zaak heeft, kan men deze verliezen door een misstap in de procedure. Hier geldt in optima forma: “gelijk hebben betekent nog geen gelijk krijgen”. Voor een meer uitputtende beschrijving van het burgerlijk procesrecht verwijzen wij bijvoorbeeld naar M.L. Hendrikse en A.W. Jongbloed, “Burgerlijk Procesrecht Praktisch belicht”, Deventer: Kluwer 2007.

De integrale teksten van het rolreglement, de wettelijke tekst van het wetboek van rechtsvordering en het landelijk rolreglement vindt u op deze site. Op deze site vindt u ook voorbeelden van brieven, die in het kader van een procedure verzonden kunnen worden, evenals voorbeelden van dagvaardingen en andere processtukken (conclusies, akten, etc.). De procedure wordt doorgaans met een dagvaarding ingeleid. Dit stuk wordt dan ook aangeduid als “inleidende dagvaarding”. Middels de dagvaarding wordt de wederpartij voor de rechter gedaagd. In de dagvaarding worden voorts de gronden van de vordering kenbaar gemaakt en onderbouwd. Aan het eind van de dagvaarding (het “petitum”) wordt de precieze eis geformuleerd.

Het project Kei (Kwaliteit en Innovatie rechtspraak). 

Het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering zou in 2018 deels worden gewijzigd en deels worden vervangen middels het project KEI. Het digitaal procederen (KEI) zou in de loop van 2018  worden ingevoerd en grote delen van rechtsvordering vervangen.  Het ging dan met name om de mogelijkheid om digitaal een zaak aanhangig te maken. Daarnaast zou het rolbericht komen te vervallen. Het sturen  rolberichten achtte men niet meer nodig omdat in de digitale omgeving berichten geplaatst konden worden. In april 2018 is gebleken dat dit project Kei jammerlijk mislukt is.

Digitaal procederen komt er (voorlopig) niet. Het  digitaliseringsproject Kwaliteit en Innovatie (KEI) is stopgezet. Het project kostte zo’n 220 miljoen euro, een overschrijding van ruim 200 miljoen van de oorspronkelijke begroting van 7 miljoen euro.Inmiddels is in oktober 2019 een gewijzigde regeling betreffende de comparitie van partijen ingevoerd. De comparitie van partijen wordt in het vervolg “de mondelinge behandeling genoemd”. Deze regeling was ook terug te vinden in het project KEI. Deze regeling is dus uit het project KEI gelicht en los van het digitale procederen in burgerlijke rechtsvordering ingevoerd.