Laatst bijgewerkt op 2025-10-26 om 15:27:42
- Bijgewerkt 25 april 2013. Huurder moet zijn gevolgschade voldoende onderbouwen. Aansprakelijkheid van de verhuurder voor herstel van het gebrek is niet voldoende om de claim van de huurder op grond van 7:208 BW te kunnen onderbouwen. Arrest van de Hoge Raad van 19 december 2008 ( LJN: BG3827, Hoge Raad, C07/169HR ).Tevens de onderdelen “Aansprakelijkheid verhuurder in verband met gevolgschade” en “Aansprakelijkheid van schade mogelijk zonder ingebrekestelling” uitgebreid voor wat betreft de verschillen tussen 6:74 BW e.v. en 6:208 BW.
- Bijgewerkt 16 januari 2014. De Hoge Raad heeft in haar arrest van 30 november 2012 ( LJN: BX8442, Hoge Raad, 11/04183 ) een beslissing van het hof correct bevonden en cassatie afgewezen nu het hof op grond van de bepalingen in de algemene voorwaarden van een huurcontract de werking van een exoneratiebeding heeft uitgesloten.
- Bijgewerkt 13 augustus 2014. Laat men desondanks het nemen van deze maatregelen achterwege, dan is het mogelijk dat de schade voor rekening van de gelaedeerde blijft. Dit blijkt uit het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht van 25 maart 2014 (Noot 17aa ).
- Bijgewerkt 14 oktober 2014. Het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 28 januari 2014 ( ECLI:NL:GHAMS:2014:217 )
- Bijgewerkt 7 mei 2015. Het hof te ‘s-Hertogenbosch was in hoger beroep in haar arrest van 9 december 2014 ( ECLI:NL:GHSHE:2014:5191 ) van mening dat herstel van een kapot raam dat bij dagvaarding in januari 2013 was gemeld en pas in oktober 2013 was hersteld, kon leiden tot een verplichting tot vergoeding van schade wegens extra stookkosten.
- Bijgewerkt 15 juni 2016. Het gerechtsghof te ‘s-Hertogenbosch was echter in haar arrest van 21 september 2010 ( ECLI:NL:GHSHE:2010:BO0177) van oordeel dat een CV-ketel van 31 jaar bij aanvang van de huurovereenkomst met betrekking tot woonruimte een gebrek in de zin van artikel 7:204 BW oplevert.
- Bijgewerkt 1 augustus 2016. Als de huurder zich in de BRP niet in kan schrijven op een adres omdat dit adres volgens de BAG niet bestaat, dan is dit een gebrek van het gehuurde als bedoeld in artikel 7:204 lid 2 BW. Een dergelijke situatie deed zich voor in een zaak die door de rechtbank Rotterdam op 10 juni 2016 ( ECLI:NL:RBROT:2016:3984) werd beslist.
- Bijgewerkt 11 augustus 2016. Het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch stelde in haar arrest van 15 september 2015 (ECLI:NL:GHSHE:2015:3587 ) vast dat de verhuurder aansprakelijk was voor immateriële schade wegens aanwezigheid van asbesthoudende lijmresten van de vloerbedekking die door de vorige huurder in het gehuurde was aangebracht.
- Bijgewerkt 29 oktober 2016. De de Hoge Raad heeft in haar arrest van 14 juni 2002 (ECLI:NL:HR:2002:AE0657 ) een beslissing moeten nemen over de vraag of een geldtransportbedrijf op grond van artikel 6:76 BW verantwoordelijk was voor een diefstal door haar werknemer die op het moment van het vervoer van het geldtransport geen dienst had. Claim afgewezen.
- Bijgewerkt 29 oktober 2016. De Hoge Raad sluit zich aan bij hetgeen mr. A.S. Hartkamp heeft gesteld in zijn conclusie van 14 juni 2002 (ECLI:NL:PHR:2002:AE0657) over de kring van personen waarvoor de opdrachtnemer gebruik maakt. In deze zaak was er geen aansprakelijkheid op grond van de inschakekelijking van hulppersonen.
- Bijgewerkt 29 oktober 2016. De de Hoge Raad heeft in haar arrest van 18 juni 2010 (ECLI:NL:HR:2010:BL9596 ) een beslissing moeten nemen over de vraag over de aansprakelijkheid voor niet-ondergeschikten.
- Bijgewerkt 08 mei 2017. De claim kan ook ter beoordeling worden voorgelegd aan de klachtencommissie van de woningcorporatie
- Bijgewerkt 17 juli 2017. Als de verhuurder niets kan worden aangerekend ten aanzien van de zorg, ook betreffende de door haar ingeschakelde ondergeschikten of hulppersonen, dan is er geen reden voor schadeplichtigheid. Zie ook de uitspraak van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, van 22 maart 2017 ( ECLI:NL:RBROT:2017:2184).
- Bijgewerkt 21 december 2017. Het hof te ‘s-Hertogenbosch heeft in haar arrest van 19 december 2017 (ECLI:NL:GHSHE:2017:5799 ) een antwoord gegeven op de vraag of een verhuurder aansprakelijk is voor door de huurder gestelde schade op de voet van artikel 6:76 BW en/of artikel 6:171 BW.
- Bijgewerkt 23 maart 2020. Volgens een arrest van de Hoge Raad van 28 mei 1999 (ECLI:NL:HR:1999:ZC2912 (Losser/Kruidhof) zijn verloren vakantie uren als een vorm van vermogensschade aan te merken. Nu ging dit arrest over onrechtmatig handelen. Daarvan is geen sprake in dit voorbeeld. dat bij toerekenbaar tekortschieten dergelijke posten voor vergoeding in aanmerking kunnen komen blijkt uit het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 22 juni 2013 (ECLI:NL:RBAMS:2013:5274).
- Bijgewerkt 14 mei 2020. De vraag wie aansprakelijk is voor brandschade aan het gehuurde wegens een in brand gevlogen taxibusje was onderwerp van geschil in het arrest van het ‘s-Hertogenbosch van 1 oktober 2019 (ECLI:NL:GHSHE:2019:3600). de verhuurder had niet voldoende onderbouwd dat de schade voor rekening van de huurder diende te komen.
- Bijgewerkt 3 juni 2020. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden was in haar arrest van 5 november 2019 (ECLI:NL:GHARL:2019:9486) van oordeel dat de verhuurder van een winkelpand is niet aansprakelijk voor waterschade bij de huurder was, omdat in de huurovereenkomst de aansprakelijkheid daarvoor was uitgesloten.
- Bijgewerkt 31 mei 2021. De rechtbank oost-Brabant kwam in haar vonnis van 12 december 2013 (ECLI:NL:RBOBR:2013:7298) tot oordeel dat de asbestbesmetting door lijmresten van de vloerbedekking van de vorige huurders een gebrek aan het gehuurde opleverde. De rechter was van oordeel dat de verhuurder bij aanvang van de huur de asbestbesmetting van de woning kunnen kennen als hij onderzoek had laten doen. De verhuurder was daarom aansprakelijk voor gevolgschade.
- Bijgewerkt 27 juni 2021. De Hoge Raad heeft in haar arrest van 29 januari 2021 (ECLI:NL:HR:2021:153) uitgewerkt of de verhuurder een beroep toekwam op uitsluiting van de aansprakelijkheid bij aanwezigheid van spuitasbest in het pand. Volgens de Hoge Raad had het hof daarom artikel 6:248 BW terughoudend toe dienen te passen. De Hoge Raad overwoog daarbij vervolgens uitdrukkelijk dat, na verwijzing, het beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid opnieuw moet worden beoordeeld met inachtneming van alle omstandigheden van het geval en hetgeen partijen hadden aangevoerd.
- Bijgewerkt 14 juli 2022. Vonnis van de rechtbank Gelderland van 25 augustus 2021 (ECLI:NL:RBGEL:2021:4642). In deze zaak kwam de verhuurder geen beroep op de exoneratie in de algemene bepalingen toe, omdat de verhuurder voor aanvang van de overeenkomst al van het gebrek op de hoogte was.
- Bijgewerkt 27 augustus 2023. Of de verhuurder onderzoek naar het gehuurde dient te doen bij aanvang van de overeenkomst en of de verhuurder bij gebreke van een dergelijk onderzoek aansprakelijk is voor (gevolg)schade als gevolg van dit gebrek, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 5 april 2023 (ECLI:NL:RBNHO:2023:2973) werd deze vraag aan de orde gesteld of de schade aan de vloer van een supermarkt door de verhuurder vergoed diende te worden.
- Bijgewerkt 14 januari 2024. De rechtbank Noord-Holland heeft in haar vonnis van 20 december 2023 (ECLI:NL:RBNHO:2023:13004) beslist dat de verhuurder niet aansprakelijk was voor diefstal van enige spullen uit de woning van een huurder tijdens renovatiewerkzaamheden.
- Bijgewerkt 25 maart 2024. De rechtbank Noord-Holland heeft in haar vonnis van 15 november 2023 (ECLI:NL:RBNHO:2023:11877) beslist dat de in de algemene voorwaarden opgenomen uitsluiting van de aansprakelijk ook werkt tegen de verzekeraar die de huurder had schadeloosgesteld en was gesubrogeerd in de rechten van de huurder.
- Bijgewerkt 7 september 2025. De rechtbank Midden-Nederland heeft op 15 januari 2025 (ECLI:NL:RBMNE:2025:31) een vonnis gewezen waarin werd beslist dat de verhuurder aansprakelijk was een deel van de schade te vergoeden die de huurder heeft geleden als gevolg van een gebrek aan de woning die zij huurden.
- Bijgewerkt 26 oktober 2025. Het gaat in deze zaak waarbij het Hof Den Haag op 20 mei 2025 (ECLI:NL:GHDHA:2025:936) arrest heeft gewezen om de vraag of de verhuurder als verhuurder aansprakelijk is voor de schade die de huurder heeft geleden als gevolg van een lekkage in de huurwoning. De kernvraag is ook hier of de schade als gevolg van het gebrek de huurder kan worden toegerekend.
- Bijgewerkt 26 oktober 2025. In deze zaak die diende voor de rechtbank Amsterdam en waarin vonnis was gewezen op 7 maart 2025 (ECLI:NL:RBAMS:2025:1599) tussen huurder en verhuurder stond de vraag centraal of de verhuurder aansprakelijk was voor schade die de huurder had geleden als gevolg van wateroverlast, vocht en schimmel in de gehuurde bedrijfsruimte. De verhuurder was niet aansprakelijk voor de gevolgschade.
- Bijgewerkt 26 oktober 2025. Als de verhuurder had getreuzeld met herstel van het gebrek, dan had de huurder wel een schadeclaim in kunnen dienen niettegenstaande de uitsluiting van aansprakelijkheid. Dit bleek ook uit het vonnis van de rechtbank te Amsterdam van 28 februari 2025 (ECLI:NL:RBAMS:2025:1157).
- Bijgewerkt 26 oktober 2025. In een vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 18 december 2024 (ECLI:NL:RBMNE:2024:6888) stond de vraag centraal of de verhuurder aansprakelijk is voor schade die de huurder heeft geleden doordat zij haar winkel achttien dagen moest sluiten vanwege herstelwerkzaamheden aan de draagconstructie van de vloer boven het gehuurde pand.Verhuurder niet aansprakelijk voor gevolgschade.