Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Tweede boek – Titel 3 – zesde afdeling -Artikel 558

Deze afdeling is mede van toepassing, indien een gehele of gedeeltelijke al of niet tijdelijke ontruiming nodig is, omdat:
a. de executant overeenkomstig artikel 299 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek is gemachtigd ten aanzien van een onroerende zaak zelf datgene te verrichten waartoe nakoming van een jegens hem bestaande verplichting zou hebben geleid; of
b. de executant krachtens de door hem verkregen uitspraak gerechtigd is werkzaamheden op of aan een onroerende zaak te verrichten en degene tegen wie de tenuitvoerlegging zich richt, gehouden is dit te gedogen.

Beknopte handleiding procederen – De gerechtelijke plaatsopneming (descente)

De rechter kan het ook wenselijk achten om zich naar het gehuurde te begeven om zo door eigen waarneming inzicht te krijgen van de problemen die hem worden voorgeschoteld en die inzichtelijker gemaakt kunnen worden door zich ter plaatse te begeven (artikel 201 RV).

De rechter bepaalt dit in een tussenvonnis. In dit vonnis staat vermeld:

  • de plaats (of zaak) die de rechter wenst te zien;
  • de tijd van de plaatsopneming;
  • de plaats van bezichtiging;
  • de termijn waarbinnen het proces-verbaal van de bezichtiging op de griffie moet liggen;
  • de dag dat de zaak weer op de rol wordt geplaatst (dat er weer een zitting plaatsvindt)
  • partijen moeten gelegenheid krijgen om opmerkingen te maken of verzoeken te doen (moet uit proces-verbaal blijken);

 

Beknopte handleiding procederen – De rol van de deskundige in het kader van de bewijsvoering

Als bewijs niet door getuigen, maar door deskundigen moet worden geleverd kan de rechter op verzoek van een partij of op eigen initiatief een bericht van een deskundige of een verhoor van een deskundige bevelen (artikel 194 RV).

De deskundige wordt na overleg met de partijen door de rechter benoemd. Tegen deze benoeming staat geen hogere voorziening (hoger beroep) open.

De kosten van de deskundige

De rechter vraagt de deskundige voorafgaande aan zijn werkzaamheden om zijn kosten te begroten. De eisende partij dient het voorschot aan de griffie uit te betalen (artikel 195 RV). Dit zijn proceskosten. Als de eiser gelijk krijgt dan worden deze proceskosten aan de andere partij doorbelast. Deze kosten kunnen een flinke rem vormen op het voeren van een procedure. Het inschakelen van een deskundige is prijzig. Het voorschot van een deskundige kan op duizenden euro’s  komen te staan. Als u een rechtsbijstandverzekering heeft zijn de kosten van een procedure vaak door deze verzekering gedekt. Aangezien de kosten van het inschakelen van een deskundige na aanwijzing van de rechter als proceskosten gezien moeten worden, kunt u deze kosten veelal bij uw rechtsbijstandverzekering claimen. De kosten van een deskundige die u in gezamenlijk overleg met de verhuurder heeft uitgezocht behoren niet tot proceskosten en zullen daarom niet door uw rechtsbijstandverzekering worden vergoed. Als de kosten van het inschakelen van een deskundige in gezamenlijk overleg ook een aanzienlijk bedrag kosten kunt u de volgende afweging maken: de kosten van de deskundige komen voor de partij die in het ongelijk wordt gesteld, of u laat in het kader van een procedure een deskundige benoemen, waardoor de proceskosten door uw rechtsbijstandverzekering vergoed dienen te worden.

De griffier betaalt het bedrag van het gestorte voorschot aan de deskundige. Als dit bedrag niet toereikend is, wordt voor het resterende bedrag een bevelschrift van de tenuitvoerlegging gegeven ten laste van de partij die ook het voorschot moest betalen.

De termijnen in het kader van het onderzoek

De rechter bepaalt wanneer de deskundige met het onderzoek moet beginnen. De rechter bepaalt ook wanneer het onderzoek moet worden afgerond.
De rechter kan de datum waarop het onderzoek moet worden ingediend op verzoek van de deskundige verlengen.

De rol van de deskundige

De rol van een deskundige lijkt noodzakelijk als bijvoorbeeld de gebreken in een woning in kaart moeten worden gebracht. De deskundige dient de rechter van informatie te voorzien binnen het kader van de tussen partijen gevoerde discussie voor de rechter. De deskundige krijgt van partijen te horen waar hij met name onderzoek naar moet doen. Partijen stellen ook de vraagstelling op waarbinnen de deskundige onderzoek dient te doen.

De deskundige werkt als volgt (artikel 198 RV):

  • de deskundige aanvaardt de opdracht onpartijdig en naar beste weten;
  • de deskundige stelt zijn onderzoek in, hetzij onder leiding van de rechter, hetzij zelfstandig;
  • partijen moeten gelegenheid krijgen opmerkingen te maken en verzoeken te doen;
  • partijen zijn verplicht medewerking te verlenen aan een onderzoek door deskundigen;
  • het bericht van de deskundige wordt ondertekend.De rechter zal de bevindingen van de deskundige eerst voorleggen aan partijen. Partijen ontvangen dan het concept-rapport en zij kunnen hierop een reactie geven. De deskundige kan het concept-rapport dan eventueel aanpassen en zal vervolgens het definitieve rapport opmaken

 

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 1- Afdeling 12 – artikel 237 (Kosten)

1 De partij die bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld, wordt in de kosten veroordeeld. De kosten mogen echter geheel of gedeeltelijk worden gecompenseerd tussen echtgenoten of geregistreerde partners of andere levensgezellen, bloedverwanten in de rechte lijn, broers en zusters of aanverwanten in dezelfde graad, alsmede indien partijen over en weer op enkele punten in het ongelijk zijn gesteld. Ook kan de rechter de kosten die nodeloos werden aangewend of veroorzaakt, voor rekening laten van de partij die deze kosten aanwendde of veroorzaakte.

2 Bij een tussenvonnis kan de beslissing over de kosten tot het eindvonnis worden aangehouden.

3 Het bedrag van de kosten waarin de verliezende partij wordt veroordeeld, wordt, voor zover die kosten vóór de uitspraak zijn gemaakt en niet aan haar zijde zijn gevallen, bij het vonnis vastgesteld.

4 De na de uitspraak ontstane kosten worden op verzoek van de partij in het voordeel van wie een kostenveroordeling is uitgesproken, begroot door de rechter die het vonnis heeft gewezen. Deze geeft daarvoor een bevelschrift af. Hiertegen is geen hogere voorziening toegelaten.

5 De rechter kan bepalen dat het griffierecht tot betaling waarvan de partij, bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt veroordeeld, niet hoger is dan het griffierecht dat van deze partij is geheven of, in het geval dat deze partij gedaagde is in een zaak bij de kantonrechter en van haar geen griffierecht is geheven, het griffierecht dat deze partij verschuldigd zou zijn geweest als zij eiser was geweest. De rechter kan hiertoe besluiten indien hij van oordeel is dat veroordeling tot betaling van het hogere griffierecht, gelet op de proceshouding van de in het gelijk gestelde partij, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Hiertegen is geen hogere voorziening toegelaten.

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – Afdeling 9 – Paragraaf 4 – Artikel 170 (kennisgeving griffie van getuigen)

1 De namen en woonplaatsen van de getuigen worden ten minste een week voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier opgegeven. De belanghebbende partij roept de getuigen ten minste een week voor het verhoor bij exploot of bij aangetekende brief op. De dag van de oproeping en de dag van het verhoor worden niet meegerekend bij het bepalen van deze termijn. Indien een partij meer getuigen heeft voorgebracht dan redelijkerwijs noodzakelijk was, kan de rechter daarmee bij de veroordeling in de kosten rekening houden.

2 De oproeping maakt melding van dag, uur en plaats van het verhoor, van de feiten waaromtrent bewijs moet worden geleverd en van de gevolgen, verbonden aan het niet verschijnen ter zitting.

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – Afdeling 9 – Paragraaf 4 – Artikel 166 (bevel getuigenverhoor)

1 Indien bewijs door getuigen bij de wet is toegelaten, beveelt de rechter een getuigenverhoor zo vaak een van de partijen het verzoekt en de door haar te bewijzen aangeboden feiten betwist zijn en tot de beslissing van de zaak kunnen leiden. Hij kan dit ook ambtshalve doen.

2 Het vonnis vermeldt aan welke partij en omtrent welke feiten bewijs worden opgedragen alsmede de plaats waar, en de dag en het uur waarop de getuigen zullen worden gehoord. Plaats, dag en uur van het getuigenverhoor kunnen ook later door de rechter worden vastgesteld.

3 Het verhoor van getuigen geschiedt ter zitting.

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – Afdeling 9 – Paragraaf 4 – Artikel 173 (weigering getuige)

1 Indien een getuige weigert zijn verklaring af te leggen, kan de rechter op verzoek van de belanghebbende partij bevelen, dat hij op kosten van die partij in gijzeling zal worden gesteld totdat hij aan zijn verplichting zal hebben voldaan, met dien verstande dat de gijzeling ten hoogste een jaar kan duren. Deze bepaling is niet van toepassing als het een partij betreft die als getuige wordt gehoord.

2 De rechter beveelt de gijzeling slechts indien naar zijn oordeel het belang van de waarheidsvinding toepassing van die maatregel rechtvaardigt.

3 De rechter die de gijzeling heeft bevolen, beëindigt ambtshalve of op verzoek van de gegijzelde de gijzeling indien voortzetting ervan naar zijn oordeel niet meer door het belang dat met toepassing van de dwangmaatregel werd gediend, wordt gerechtvaardigd.