De positie van de onderhuurder – Updates

  • Bijgewerkt 29 juli 2011, de rechtbank Amsterdam heeft in het vonnis van kort geding van 5 juli 2011 (zaaknummer/rolnummer 491125/KG ZA 11-822 HJ/TF) de huurovereenkomst ontbonden wegens poging tot onderverhuring, waarbij het gehuurde niet langer als hoofdverblijf werd gebruikt;
  • Bijgewerkt 1 augustus 2011, De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam, sector kanton, locatie Amsterdam besliste in haar vonnis van 8 juli 2011 ( LJN: BR3088, Rechtbank Amsterdam, 491112 / KG ZA 11-819 ) dat een in een algemene huurvoorwaarden opgenomen beding dat huurder moet bewijzen dat hij zijn hoofdverblijf in het gehuurde heeft onredelijk bezwarend is.
  • Bijgewerkt 7 januari 2013, liberalisatiegrens aangepast
  • Bijgewerkt 4 februari 2013, Amsterdam vonnis van 5 december 2012 ( LJN: BY8854, rechtbank Amsterdam, 529759/KG ZA 12-1542 MW/KR, onderzoekskosten onrechtmatige verhuring kan worden verhaald ten laste van de huurders;
  • Bijgewerkt 9 augustus 2013. Redactie gehele hoofdstuk bijgewerkt en aangepast.
  • Bijgewerkt 19 december 2013. De rechtbank te Amsterdam heeft kort geding van 12 december 2013 ( ECLI:NL:RBAMS:2013:8403 ) ontruiming toegestaan ten aanzien van een poging tot onderverhuring, waarbij de wil tot onderverhuring daadwerkelijk niet aanwezig was.
  • Bijgewerkt 14 januari 2014. De rechtbank Gelderland van 8 januari 2014 ( ECLI:NL:RBGEL:2014:55) besliste dat onderverhuring van onzelfstandige woonruimte was toegestaan.
  • Bijgewerkt 26 februari 2014. Het hof te Amsterdam komt in haar arrest van 17 december 2013 ECLI:NL:GHAMS:2013:4917 tot het oordeel dat de onderhuurder het hoofdverblijf in het gehuurde had, ook al werd het gehuurde niet doorlopend bewoond.
  • Bijgewerkt 27 mei 2014. Het hof te Amsterdam lijkt in haar arrest van 1 oktober 2013 ( ECLI:NL:GHAMS:2013:3291) uit het oog te verliezen dat er bij gedeeltelijke ingebruikgeving van het gehuurde een wettelijke verplichting bestaat het hoofdverblijf in het gehuurde te hebben.
  • Bijgewerkt 7 februari 2015. De rechtbank te Rotterdam sloot aan op het bovengenoemde standpunt van het hof te Amsterdam in haar arrest van 14 maart 2011 in haar vonnis van 28 februari 2014 ( ECLI:NL:RBROT:2014:1434).Op basis van deze wetsgeschiedenis is de kantonrechter van oordeel dat de bewijsafspraak tussen partijen met betrekking tot het hoofdverblijf, zoals opgenomen in de algemene huurvoorwaarden, niet onredelijk bezwarend is, nu het gaat om feiten die geheel in de sfeer van de huurder liggen. Een huurder moet immers geacht worden beter te weten wat zich afspeelt in de huurwoning dan de verhuurder.
  • Bijgewerkt 25 september 2015. De rechtbank te Rotterdam oordeelde in haar vonnis van 17 april 2015 ( ECLI:NL:RBROT:2015:4269 ) was van oordeel dat één overeenkomst met betrekking tot drie appartementen geen ondeelbare overeenkomst betrof.
  • Bijgewerkt 9 mei 2017. Aansprakelijkheid van hoofdhuurder voor onbevoegde onderhuur aangevuld met de combinatie boetebeding en de actie ex artikel 6:104 BW
  • Bijgewerkt 31 mei 2017. Aanvulling verchillende posities huurders zelfstandige ruimte en onderhuurders van zelfstandige ruimte.
  • Bijgewerkt 21 juli 2017. De onderhuurder die zich de positie van de huurder probeert te verschaffen geniet geen huurbescherming. Een dergelijke casus speelde zich af in een zaak die tot een arrest van het hof te Amsterdam had geleid van 20 juni 2017 ( ECLI:NL:GHAMS:2017:2415).
  • Bijgewerkt 22 juli 2017. Volgens de Hoge Raad in aan arrest van 30 juni 2017 ( ECLI:NL:HR:2017:1185) zal de huurder die zich op een recht van bewoning beroept op basis van een huurovereenkomst, de stelplicht en bewijslast hebben met betrekking tot de feiten waaruit dat recht volgt.
  • Bijgewerkt 25 juli 2018. Deze gecombineerde vordering tegen de hoofdhuurder (ontbinding van de huurovereenkomst op grond van het te kort schieten in de verplichtingen uit de huurovereenkomst) wegens verboden onderverhuring van de woning en een voorwaardelijke vordering tegen de onderhuurder (op grond van huurbeëindiging op grond van het niet voldoen aan de voorwaarden van onderhuur) is dus mogelijk. Dit had de advocaat die de hoofdverhuurder bijstond over het hoofd gezien in de zaak die voor de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam diende. De rechtbank moest in haar vonnis van 14 juli 2017 ECLI:NL:RBAMS:2017:5267 de vordering tot onvoorwaardelijk ontruiming dus afwijzen.
  • Bijgewerkt 3 juni 2019. Het hof te Amsterdam besliste in het arrest van 5 februari 2019 (ECLI:NL:GHAMS:2019:287) dat er geen sprake was van onrechtmatige inbreuk van het huisrecht, wegens de huisbezoeken door medewerkers van verhuurder, die ter plekke constateerde dat de huurder zelf de woning niet bewoonde.
  • Bijgewerkt 8 september 2019. Het hof te Amsterdam bepaalde in haar arrest van 2 april 2019 (ECLI:NL:GHAMS:2019:1109) dat het contractueel beding inhoudende dat de bewijslast van het hebben van het hoofdverblijf op de huurder rust in strijd is met de regeling van de Richtlijn 93/13/ EEG van 5 april 1993 inzake oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten en dus nietig, omdat het in strijd met de goede trouw het evenwicht tussen de uit de huurovereenkomst voortvloeiende rechten en plichten van partijen aanzienlijk verstoort.

Geef een reactie