2A. De verhuurder heeft het gehuurde dringend nodig voor eigen gebruik

De wet neemt als uitgangspunt dat de verhuurder na een huurperiode van vijf jaar het recht moet hebben om de huurovereenkomst in het kader van dringend eigen gebruik te beëindigen. Deze opzeggingsgrond staat vermeld in artikel 7:296 lid 1 sub b BW. Artikel 7:274 BW en artikel 7:296 BW vertonen gelijkenissen. Hierbij moet op grond van artikel 7:296 lid 1 sub b BW. De volgende uitgangspunten worden onderscheiden:

· De verhuurder maakt aannemelijk dat hij, zijn echtgenoot, zijn geregistreerde partner, een bloed- of aanverwant in de eerste graad of een pleegkind het verhuurde persoonlijk.

· in duurzaam gebruik wil nemen.

· Hij heeft daartoe het verhuurde dringend nodig.

Onder duurzaam gebruik wordt niet begrepen vervreemding van de bedrijfsruimte, maar wel renovatie van de bedrijfsruimte die zonder beëindiging van de huur niet mogelijk is.