De verhuurderbijdrage

In de wijzigingen van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte die per 7 augustus 2018 en per 1 januari 2019 in werking zijn getreden is een nieuwe wijze van financiering van de huurcommissie in werking getreden. Deze wijze van financiering wordt de verhuurderbijdrage genoemd.

Deze zal verhuurderbijdrage zal jaarlijks worden betaald door verhuurders met meer dan 50 woningen in de gereguleerde sector (artikel 8b UHW). De verhuurders betalen een jaarlijks door de Huurcommissie vastgesteld tarief per huurwoning, minus 50 woningen (artikel 8e UHW). De adresgegevens en het aantal woningen (op peildatum van 1 januari van het jaar daarvóór) van de verhuurders ontvangt de Huurcommissie van de Belastingdienst. De verhuurder wordt door de Huurcommissie op basis van artikel 8a UHW telkens voor één kalenderjaar belast. Het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) int namens de Huurcommissie deze bijdrage bij de verhuurders.

Als de huurwoning aan meer eigenaren toebehoort, dan wordt deze verhuurderbijdrage op grond van artikel 8c UHW in rekening gebracht bij degene aan wie de beschikking, bedoeld in artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken, ter zake van die huurwoning op de voet van artikel 24, derde en vierde lid, van die wet is bekendgemaakt.

Als de verhuurder de verhuurderbijdrage niet betaalt, heeft dat geen betrekking op de geschillenbeslechting, met andere woorden: dan worden geschillen wel in behandeling genomen. Er blijft een strikte scheiding tussen financiering en geschillenbeslechting.