2C. Dringende reden en de belangenafweging en misbruik bevoegdheid

Als rem op de afwezigheid van de afweging van belangen kan het beroep op misbruik van bevoegdheid (artikel 3:13 lid 2 BW) en het beroep op de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 BW) worden gezien. Deze artikelen kunnen in de strijd worden geworpen als het buiten beschouwing laten van de afweging van belangen de huurder onevenredig benadeelt. Die onevenredige benadeling werd aangenomen door het hof te Amsterdam in haar arrest van 8 mei 2008 LJN: BD7753, gerechtshof Amsterdam, 106.006.657/01 (rechtsoverweging 3.10), waarin de huurovereenkomst weliswaar door een rechtsopvolgster werd overgenomen. Deze rechtsopvolgster behoorde tot hetzelfde concern. Men had de activiteiten in dit concern gesplitst om de werkzaamheden beter bewerkbaar te maken.