FAQ Bedrijfsruimte – Publiek toegankelijk lokaal

Wat wordt bedoeld met een publiektoegankelijk lokaal?

Volgens de jurisprudentie blijkt dat met een ‘voor het publiek toegankelijk lokaal’ in de wetstekst slechts bedoeld is ‘een voor het publiek toegankelijke ruimte’. Het gaat hierbij om een verkooppunt ten opzichte van het publiek. Lokaal en ruimte worden min of meer onder dezelfde betekenis gebruikt.

Moet deze ruimte een besloten karakter hebben ?

Neen. Er moet een verkooppunt ten opzichte van het publiek zijn. Het is derhalve niet juist als vereiste te stellen dat er een besloten lokaal of ruimte moet zijn.
Als voorbeeld kan ook dienen de stenen consumptiekiosk zonder gesloten ruimte. Etenswaren en dranken worden vanuit het gebouwtje door een raam aan het zich buiten het gebouwtje bevindende publiek aangereikt. De grond voor het gebouwtje is voor het publiek toegankelijk. Volgens de rechtspraak betrof dit 7:290 BW bedrijfsruimte.

Is de aanwezigheid van een publiektoegankelijk lokaal vereist voor de kwalificatie 7:290 BW bedrijfsruimte?

In principe wel. Als aan de kenmerken van artikel 7:290 BW is voldaan moet worden beoordeeld of er sprake is van een verkooppunt voor rechtstreekse levering van zaken aan het publiek. Voor het hotelbedrijf en het kampeerbedrijf is een publiek toegankelijk lokaal geen vereiste. Een nadere overweging hiervoor is dat een hotel dat uitsluitend hotelkamers verhuurt geen publiek toegankelijk lokaal hoeft te hebben, maar wel onder de regeling dient te vallen.

Staat een gebrekkige toegankelijkheid de kwalificatie 7:290 BW in de weg?

Neen. Een gebrekkige toegankelijkheid is geen reden om niet van bedrijfsruimte in de zin van art. 7:290 BW uit te gaan, tenzij duidelijk is dat elke bedoeling van de ondernemer het aan het publiek mogelijk te maken hem in het gehuurde op te zoeken ontbreekt.

Dient het publiek toegankelijke lokaal aan bepaalde eisen te voldoen?

Een bijzondere inrichting is geen vereiste. Dit blijkt uit een uitspraak van de Hoge Raad waarin een uitspraak van een rechtbank werd teruggedraaid. De rechtbank ging er ten onrechte van uit dat voor toepasselijkheid van artikel 7:290 BW een zodanig te herkennen inrichting om klanten te ontvangen aanwezig moet zijn.
Dit standpunt brengt met zich mee dat de voor het publiek bestemde ruimte niet gelegen is in het gebouw, maar direct daarvoor gelegen kan zijn. Dit kan bijvoorbeeld van toepassing zijn als het publiek vanuit het gebouw wordt bediend aan een loket. De eis die de wet stelt is dus concreet dat er een verkooppunt ten opzichte van het publiek moet zijn.

Moet het verkooppunt een onderdeel van het gehuurde zijn ?

Dit verkooppunt hoeft niet tot het gehuurde te behoren. Als dit verkooppunt een onderdeel van een groter geheel vormt die onlosmakelijk met elkaar (het gehuurde en niet gehuurde deel) zijn verbonden, dan is ook aan de voorwaarde voldaan.

Staat selectie van publiek aan het begrip van 7:290 BW in de weg?

Ja. Toegankelijk voor publiek moet worden gezien als een ruimte waar het publiek naar vrije keuze in – en uit kan lopen. Dit betekent niet dat het publiek niet selecteert mag worden. Een kantine van een bedrijf zal daarom niet snel als 7:290 BW ruimte worden gekwalificeerd, want een dergelijke ruimte wordt voornamelijk door personeel bezocht.

Een exploitant van een uitspanning in een zwembad mag zich ook tot de 7:290 BW ruimte rekenen. De overwegingen zijn onder meer dat het zwembad in beginsel voor iedereen toegankelijk is. Een lunchvoorziening bij het mediapark te Hilversum werd wel als 7:290 ruimte gezien. Het park is weliswaar afgesloten en bij de toegang staan verbodsborden voor onbevoegden, maar het is een omvangrijk complex van bedrijfsgebouwen waar op werkdagen bijzonder veel personeelsleden en bezoekers verblijven.