Conclusie met betrekking tot exclusieve leveringsovereenkomsten

De verplichting tot exclusieve afname, die de hoofdverplichting vormt, gaat wel vaak gepaard met een concurrentieverbod, dat inhoudt dat de wederverkoper geen producten mag vervaardigen of distribueren die met de contractproducten concurreren.

Volgens de rechter is een dergelijk beding toegestaan ten aanzien van goederen die uitsluitend zijn te verkrijgen bij de franchisegever of door hem aangewezen leveranciers en een meerwaarde bevatten ten opzichte van gelijksoortige goederen die elders kunnen worden betrokken. Tevens kan een argument van waarborging van uniformiteit van het assortiment bij alle vestigingen hierbij van belang zijn.
Ten aanzien van drankafname is het door de Beschikking van de NMa in de zaak 2036 (de zaak Heineken) mogelijk dat een brouwer het alleenrecht heeft pilsener te leveren. De NMA was van mening dat deze bepaling, mede gezien de mogelijk van financiering van bijvoorbeeld een tapinstallatie, niet alleen het doel heeft om de concurrentie te beperken los van andere belangen. Het ACM heeft in haar brief van 7 juni 2013 bepleit dit besluit te herzien, omdat zij van mening is dat er geen effectieve concurrentie is op de biermarkt vanwege de afnameverplichtingen die zijn opgenomen in de overeenkomsten tussen brouwers en horecaondernemers.