Huurcommissie alleen bevoegd tot uitspreken van huurprijssanctie

Huurcommissie alleen bevoegd tot uitspreken van huurprijssanctie bij bijvoorbeeld een actie wegens gebreken aan het gehuurde.

Niet-geliberaliseerde huur
Men moet er bedacht op zijn dat de Huurcommissie alleen bevoegd is tot het uitspreken van een huurprijssanctie, als het om de gebreken gaat die bij algemene maatregel van bestuur zijn genoemd. De Huurcommissie is daarbij ook gebonden aan een ondergrens bij het bepalen van de huurprijsvermindering (artikel 7:241 BW). Het is mogelijk dat door deze ondergrens de prikkel tot herstel van het gehuurde niet wordt gevoeld bij de verhuurder. Dit is het geval als de huurder een lage maandhuur verschuldigd is. Stel dat de maximum huurprijs van de woning op € 600 luidt en de huurder een bedrag van € 260 huur per maand verschuldigd is, dan is een verlaging van de huur naar 40% van de maximumprijs voor de verhuurder niet een bijzondere prikkel om (omvangrijke) herstelwerkzaamheden te verrichten. Dat de huur wordt bevroren zolang de herstelwerkzaamheden niet zijn verricht kan slechts op langere termijn een bezwaar opleveren.
De gang naar de Huurcommissie is voor de huurder een veel minder formele weg dan de gang naar de kantonrechter. Om een zaak bij de Huurcommissie aanhangig te maken gelden vrijwel geen formele regels die tot niet-ontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden die wel gelden bij een dagvaardingsprocedure (hoewel de meeste nietigheden bij een dagvaardingsprocedure ook zijn te herstellen). De gang naar de Huurcommissie is veel goedkoper dan de weg naar de kantonrechter.

Geliberaliseerde woonruimte

Bij niet-geliberaliseerde woonruimte zorgt artikel 7: 257 BW ervoor dat de vordering van huurvermindering niet te hoog kan oplopen, omdat de huurder binnen zes maanden na kennisgeving van het gebrek zijn vordering moet indienen. Het gestelde in artikel 7:257 BW (zie leden 1, 2 en 3) heeft het effect dat er geen huurvermindering met terugwerkende kracht gevorderd kan worden over een langere periode dan zes maanden voorafgaand aan het instellen van de vordering. Noot 20
Hierboven is al gemeld dat artikel 7:247 BW voor geliberaliseerde woonruimte artikel 7:257 BW buiten toepassing heeft verklaard. Voor de geliberaliseerde huurder gelden de in artikel 7:257 BW opgenomen beperkingen niet.