Rol Huurcommissie in verband met de periodieke huurverhoging

De Huurcommissie dient bij een geschil de inkomensgegevens te toetsen aan de waarheid. Indien een huurder van mening is dat het huishoudinkomen minder dan  € 41.056 (2018)  en € 42.436 (2019) bedraagt en er met zijn verhuurder niet uitkomt in de bezwarenfase, kan de huurder het voorstel tot extra huurverhoging voorleggen aan de Huurcommissie. De huurder zal dan bij het bezwaarschrift tegen het huurverhogingsvoorstel of bij het verzoekschrift om een uitspraak van de Huurcommissie bewijs moeten leveren middels een IBRI-formulier (voorheen IB60-formulieren) dat het huishoudinkomen in het peiljaar lager was dan de inkomensgrens ( € 41.056 (2018) en € 42.436 (2019) zoals die door de belastingdienst aan de verhuurder over het peiljaar is doorgeven. Het peiljaar van het inkomen ligt voor 2019 in 2017. Voor bepaling van het inkomen dient te worden gekeken of het inkomen over 2017 ten aanzien van de verhoging per 1 juli 2019 hoger of lager dan het bedrag van € 42.436 ligt.