De huurverhoging in verband met renovatie mag alleen betrekking hebben op geriefsverbetering

De huurverhoging in verband met renovatie mag alleen betrekking hebben op geriefsverbetering.

Als geriefsverbetering wordt onder meer beschouwd:

  • De omschakeling van collectieve naar individuele centrale verwarming;
  • De vervanging van een centrale watervoorziening door individuele boilers;
  • Een ter opheffing van vochtklachten aangebrachte gevelisolatie.
  • Een inbraakpreventiepakket;
  • Het aanbrengen van gevelisolatie en dubbele beglazing;
  • Nieuwe gevelelementen met kunststofkozijnen;
  • Het ombouwen van een olie-c.v.- tot een gas-c.v.-installatie. De kantonrechter te Schiedam was nog op 6 maart 1984 van mening dat dit geen geriefsverbetering betrof. Noot 12 In de beleidsnotitie Huurbeleid na woningverbetering is dit uitdrukkelijk als geriefsverbetering aangemerkt. Aangenomen kan dus worden dat de uitspraak van de rechter te Schiedam door gewijzigde inzichten is achterhaald. Thans (mei 2019) is van de Huurcommissie het beleidsboek huurverhoging na woningverbetering versie juni 2018 actueel.

In deze voetnoot staan enige uitspraken van de lagere rechtspraak vermeld. Noot 10

Niet als geriefsverbetering wordt beschouwd:

  • Vervangen van buitenkozijnen inclusief ramen en deuren, inclusief alle hiermee verband houdende werkzaamheden;
  • Opheffen van vochtproblemen die het gevolg zijn van fouten in de bouwkundige constructie;
  • Vervangen van dakconstructies inclusief bedekking, goten en HW-afvoeren;
  • Vervangen van rioleringen, gas-, water- en elektraleidingen.

In een renovatievoorstel wordt nogal eens aan de voorgestelde verbeteringen een prijskaartje gehangen in de vorm van een huurverhoging. De huurcommissie en de kantonrechter zijn aan dit voorstel niet gebonden en kunnen naar eigen inzicht een oordeel geven welke consequenties de verbeteringen voor de huurprijs hebben.

In de beleidsnotitie “huurverhoging na woningverbetering” wordt uitgewerkt welke werkzaamheden door de huurcommissie ten aanzien van niet-geliberaliseerde woonruimte als woningverbetering aangemerkt worden en welke niet. In deze beleidsnotitie wordt bovendien een indicatie gegeven welke huurverhoging bij deze wijzigingen als redelijke verhoging aangemerkt dient te worden. Deze procedure vindt na renovatie vaak plaats in het kader van de regeling van artikel 7:255 lid 2 BW. De integrale versie van deze beleidsnotitie juni 2018 vindt u hier.