Huurverhogingsclausules en/of indexeringsclausules

Door de indexeringsclausule in de meeste huurcontracten wordt de geldontwaarding ondervangen. Als zo’n bepaling in het huurcontract is opgenomen, dan geeft dit de verhuurder de mogelijkheid om jaarlijks de huurprijs te corrigeren in verband met de inflatie. Dit is bevestigd in een arrest van het hof te Leeuwarden van 30 juni 2009 LJN: BJ1392, gerechtshof Leeuwarden, 107.000.624/01, waarin uitdrukkelijk is vermeld dat in verband met de inflatie de huurprijs periodiek dient te worden verhoogd. Voorts is door De Hoge Raad beslist (HR 10 juni 1989, 840, WR 189,76) dat de contractsvrijheid van partijen meebrengt dat een huurprijsindexeringsclausule in beginsel tussen partijen rechtsgeldig kan worden gesloten. Dit geldt zowel voor niet-geliberaliseerde woonruimte als voor geliberaliseerde woonruimte. Voor geliberaliseerde woonruimte mag de indexering hoger luiden dan de geldontwaarding.  Doorgaans wordt in geliberaliseerde contracten een jaarlijkse indexering opgenomen van inflatiecorrectie plus maximaal 3 of 4 procent. Voor niet-geliberaliseerde woonruimte is dit niet toegestaan. De niet-geliberaliseerde woonruimte is immers gebonden aan het wettelijke systeem voor wat betreft de huurverhoging. De verhuurder van geliberaliseerde woonruimte dient wel rekening te houden met de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 BW). Een te hoog percentage aan jaarlijkse indexering kan als een onredelijk beding worden aangemerkt (HR 20 april 1990, NJ 1990/676 (Van der Klugt/De Boer).