Inleiding van de procedure bij de Huurcommissie

Dit hoofdstuk heeft voornamelijk betrekking op woning in de niet-geliberaliseerde sector. Dit onderdeel geeft een inleiding van de procedure bij de Huurcommissie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen niet-geliberaliseerde- (huurprijs onder de liberalisatiegrens) en geliberaliseerde woningen (huurprijs boven de liberalisatiegrens). Huurders van geliberaliseerde woningen kunnen (afgezien van toetsing van de aanvangshuurprijs) niet terecht bij de Huurcommissie.

Bij invoering van het wetsvoorstel tot het instellen van een landelijke Huurcommissie ( nota naar aanleiding van het verslag van 23 juli 2009, 31903, nummer 8 ) werd als uitgangspunt genomen dat er één Huurcommissie ten behoeve van de geschilbeslechting ingesteld zou dienen te worden. Verder zou de Huurcommissie door eenduidige regelgeving tot een uniforme geschilbeslechting willen komen. De wettelijke grondslag ligt in artikel 3a lid 3 UHW.
Om aldus te komen tot uniformiteit van de uitspraken achtte de wetgever het nodig dat er, zonder op de stoel van de wetgever te zitten, beleidsregels ten aanzien van de uitvoering worden gemaakt om deze uniformiteit mogelijk te maken en in ieder geval te bevorderen. Daar waar er beleidsvrijheid aanwezig is, is dat opgenomen in de desbetreffende regelgeving. Het bestuur en de zittingsvoorzitters hebben tot taak binnen de Huurcommissie de eenheid en de kwaliteit van de uitspraken, adviezen en verklaringen te bevorderen (zie bladzijde 7, Beleidsboek Huurcommissie 2019). Zij kunnen met het oog hierop regels stellen. Het bestuur en de zittingsvoorzitters komen hiertoe bijeen in de Beleidsvergadering. Met het opstellen van de regels streven het bestuur en de zittingsvoorzitters ten minste naar een uniforme interpretatie van bepalingen en termen in wetgeving en in regelgeving (Artikel 7, tweede lid, Bestuursreglement). De Huurcommissie kan dus, net als andere zelfstandige bestuursorganen, uitvoeringsbeleid ontwikkelen ter normering van de uitoefening van gebonden bevoegdheden. Met deze beleidsregels (zie bijvoorbeeld Handleiding behorende bij het waarderingsstelsel voor zelfstandige woonruimte vanaf juni 2018, Gebrekenboek Huurcommissie, versie juni 2017 , Beleidsboek servicekosten en nutsvoorzieningen van de Huurcommissie 2018, etc.) kunnen wettelijke normen verder worden uitgelegd en ingevuld. Het uitvoeringsbeleid van de Huurcommissie wordt vastgelegd in zogenaamde beleidsboeken. Dit zal bijdragen aan de uniformiteit van uitspraken in identieke situaties en transparantie van de huurgeschillenbeslechting.

Volgens deze nota (bladzijde 13) hoeven rechters zich niet aan de beleidsregels van de Huurcommissie te houden; omdat zij een zelfstandige verantwoordelijkheid hebben. Dit kan betekenen dat de rechter van de beleidsregels van de Huurcommissie af zal kunnen wijken.

De huurder van niet-geliberaliseerde woonruimte is niet verplicht om de Huurcommissie in te schakelen. Het is echter onverstandig om niet van de mogelijkheid van de Huurcommissie gebruik te maken als deze mogelijkheid voorhanden is. De kantonrechter kan deze berekening niet zelf doen en zal voor deze berekening doorgaans de behoefte hebben de Huurcommissie over een dergelijke kwestie te raadplegen. Dit zal de procedure ernstig vertragen.
De Huurcommissie schakelt immers deskundigen in om het probleem in kaart te brengen. Als de huurder bijvoorbeeld van mening is dat de maximum huur van de woning lager is dan de verschuldigde huur, dan kan de deskundige op basis van het woningwaarderingsstelsel voor zelfstandige woonruimte van de Huurcommissie ter plaatse een berekening maken van het aantal maximum punten dat aan de woning toegekend moet worden. De tabel waarmee u de huurprijs van zelfstandige woningen af kunt leiden treft u hier aan. Voor onzelfstandige woonruimte geldt hetzelfde. De deskundige van de Huurcommissie stelt de punten voor dit soort woonruimte vast op basis van het woningwaarderingsstelsel voor onzelfstandige woonruimte van de Huurcommissie ter plaatse een berekening maken van het aantal maximum punten dat aan de woning toegekend moet worden. De tabel waarmee u de huurprijs van onzelfstandige woningen af kunt leiden treft u hier aan.
Daarnaast is de procedure bij de Huurcommissie voor de huurder minder kostbaar. Het bedrag aan leges beloopt het bedrag aan € 25. Alleen al het uitbrengen van een dagvaarding kost ongeveer € 80. Daarnaast dient er nog griffierecht te worden betaald.