Is onderling overleg over de huurprijs noodzakelijk?

De wet heeft niet bedoeld partijen vóór een procedure tot overleg over de huurprijs te dwingen. In de wet is deze regel in artikel 7:303 BW niet vastgelegd. Een dergelijke eis zou ook tot praktische problemen kunnen leiden. Een procedure zou dan ook voornamelijk in beslag genomen kunnen worden over bewijs dat dit overleg over wijziging van de huurprijs al dan niet is gevoerd. De rechter heeft bij de bepaling van de huurprijs advies van een deskundige nodig. Tegen deze achtergrond is dit artikel geformuleerd en is de gedachte de ontvankelijkheidseis te beperken tot onderling overleg over de huurprijs weinig zinvol. Als partijen onderling overleggen en tot overeenstemming komen, dan vragen zij geen vaststelling van de huurprijs door de rechter meer. Komen zij daarentegen niet tot overeenstemming dan zal een van hen zich alsnog tot de rechter wenden. Noot 212 Verder heeft de Hoge Raad in een aantal uitspraken duidelijk gemaakt dat overleg over de huurprijs niet noodzakelijk is voor het instellen van een vordering. De Hoge Raad was in het arrest van 11 december 1998 Noot 214 van mening dat de regelgeving niet inhield dat een vordering tot huurprijswijziging ‘niet zonder voorafgaand overleg tussen partijen zou kunnen worden ingesteld, doch bracht slechts tot uitdrukking dat voor nadere vaststelling van de rechter geen plaats is indien partijen bij of kort na de verlenging van de huurprijs een huurprijs zijn overeengekomen’.
Aangezien het voor een vordering tot vaststelling van een huurprijs wel noodzakelijk is dat deze onderbouwd is door een rapport van een gezamenlijk benoemde deskundige, of door een rapport van een deskundige dat na een verzoekschriftprocedure ex artikel 7:304 BW tot stand is gekomen, zal een dergelijke vordering bij partijen niet uit de lucht komen vallen.