Kosten leges voor rekening van in ongelijk gestelde partij

De partij die door de Huurcommissie in het ongelijk wordt gesteld of grotendeels in het ongelijk wordt gesteld zal de kosten voor het doen van de uitspraak dienen te dragen (artikel 7 lid 2 UHW).

Als er geen vergoeding is verschuldigd, dan wordt het voorschot terug betaald. Het voorschot wordt ook wel eens terugbetaald als de procedure langer dan zes maanden in beslag heeft genomen (artikel 7 lid 4 UHW).

Mocht de verhuurder de procedure bij de Huurcommissie hebben verloren, dan zal deze doorgaans worden veroordeeld in betaling van de kosten van de leges van € 450 (de rechtspersoon, een vereniging, een coöperatie, een onderlinge waarborgmaatschappij, een NV of een BV, regeling 2018). In 2019 zal de verhuurder (geen onderscheid meer tussen rechtspersoon en natuurlijk persoon) € 300 moeten betalen (let op het gedifferentieerde tarief). Als de verhuurder bij de kantonrechter bezwaar tegen deze uitspraak maakt en deze procedure wint, dan kan de uitspraak van de Huurcommissie teruggedraaid worden. De betaalde leges is de verhuurder echter wel kwijt. De verhuurder is deze vergoeding verschuldigd op grond van artikel 7 lid 1 UHW wegens het doen van een uitspraak door de huurcommissie. Louter op grond van de uitspraak door de Huurcommissie is eiseres deze kosten verschuldigd wegens kosten van ongelijk in deze procedure. De wet voorziet niet in een mogelijkheid deze kosten in de procedure bij de kantonrechter van gedaagde terug te vorderen.

Een partij die het niet eens is met de uitspraak van de Huurcommissie heeft het recht deze beslissing aan te vechten, doch de veroordeling in de kosten blijft staan. Dit geldt hetzelfde voor de huurder. Echter de huurder verliest dan slechts € 25, terwijl de verhuurder een belang heeft van € 450 (2018) (€ 300, of het gedifferentieerde tarief in 2019). Dit is in de lijn van deze regeling van de procedure voor de Huurcommissie, die anders luidt dan de kostenveroordeling bij de rechtbank. Bij de Huurcommissie wordt niet gewerkt met een veroordeling van de kosten van de andere partij. De verliezer betaalt de verschuldigde leges ten behoeve van deze procedure.

Dit is in de lijn van deze regeling van de procedure voor de huurcommissie, die anders luidt dan de kostenveroordeling bij de rechtbank. Bij de Huurcommissie wordt niet gewerkt met een veroordeling van de kosten van de andere partij. De verliezer betaalt de verschuldigde leges ten behoeve van deze procedure. Mocht de verhuurder deze kosten in een beroepsprocedure bij de rechtbank, sector kanton terug kunnen halen, dan zou dit voor de huurder een rem zijn om een procedure bij de Huurcommissie te starten. Dit is niet de bedoeling van deze regeling, die juist laagdrempelig dient te zijn voor de huurder. De verhuurder heeft uiteraard wel recht in toewijzing van de proceskosten van de procedure voor de kantonrechter als de verhuurder in deze procedure het gelijk wordt gesteld. Gezien het verschil in de betaalde bedragen door de huurder en de verhuurder lijkt deze regeling ongelijkheid in behandeling tussen partijen in de hand te werken.