Inleiding

De Mededingingswet heeft als doel het bevorderen en handhaven van concurrentie om op die manier de welvaart in de Nederlandse samenleving een impuls te geven. In het kader van mededinging zal ieder ondernemer in beginsel zijn marktgedrag onafhankelijk van andere marktpartijen kunnen nemen, zonder daarbij te worden gehinderd door andere marktpartijen. Voor wat betreft het Europese kader heeft het mededingingsrecht de taak om in EEG-verband een gemeenschappelijk markt tot stand te brengen en de obstakels voor wat de betreft de onderlinge concurrentie op te heffen.

De voorloper van de Mededingingswet was de wet Economische Mededinging (Wem). Deze wet is van 1958 tot en met 1997 actief geweest. Daarna is de Mededingingswet in werking getreden. De Wem pakte het misbruik te weinig effectief aan. Daarnaast bestond er behoefte aan bescherming en bevordering van mededinging en moest de Nederlandse wetgeving aangepast worden op het Europese kartelrecht.

Ik bespreek de wetgeving op het gebied van mededinging. Vervolgens bespreek ik op welke wijze de mededingingswet de verhuur van winkelbedrijfsruimte kan raken. Allereerst scherts ik in het kort op welke manier een beperking van de concurrentie bij winkelbedrijfsruimte plaats kan vinden.