Medehuurderschap (contractuele medehuur) – Updates

  • Bijgewerkt 10 april 2011 vordering huurderschap na overlijden (De voorzieningenrechter te Amsterdam is in haar vonnis van 15 maart 2011 LJN: BP9460, rechtbank Amsterdam, 481501/KG ZA 11-137 SR/LO );
  • Bijgewerkt 14 april 2011 Meerdere verhuurders en het vorderingsrecht naar de huurder, gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch, arrest van 11 januari 2011 LJN: BP9084, gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, HD 200.058.755
  • Bijgewerkt 17 juni 2011, invulling begrip duurzame gemeenschappelijke huishouding in het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad, sector kanton, locatie Zwolle, LJN: BQ3290,Sector kanton Rechtbank Zwolle, 537185 CV 11-515 ).
  • Bijgewerkt 24 januari 2013, Contractuele medehuur en coöptatie; botsende rechten?.
  • Bijgewerkt 23 mei 2014. aanvulling Analoge toepassing van artikel 7:267 lid 7 BW?
  • Bijgewerkt 2 september 2015. Het gerechtshof te Amsterdam kwam in haar arrest van 7 juli 2015 ( ECLI:NL:GHAMS:2015:2861 ) eveneens tot een analoge toepassing van artikel 7:266 lid 5 BW.
  • Bijgewerkt 2 september 2015. De Hoge Raad van 14 december 2007 ( ECLI:NL:HR:2007:BA4202 ) kwam eveneens tot een analoge toepassing van artikel 7:266 lid 5 BW in het kader van toewijziging van een woning bij contractueel medehuurderschap.
  • Bijgewerkt 22 juni 2017. Dat deze wijze van samenwoning toch een risico oplevert blijkt wel uit het arrest van de rechtbank Overijssel van 14 februari 2017 ( ECLI:NL:RBOVE:2017:514). Het ging hier om een huurcontract waarop twee huurders als partij stonden vermeld. In deze zaak werd de vertrekkende huurder niet ontslagen van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst.
  • Bijgewerkt 22 juni 2017. Het uitgangspunt is dat een samenhuurder niet de mogelijkheid heeft zich door opzegging van zijn aansprakelijkheid uit de huurovereenkomst te bevrijden (vergelijk wederom HR 6 oktober 1989 maar ook Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 juli 2011, ( ECLI:NL:GHARN:2011:BR2336
  • Bijgewerkt 20 september 2017. De bedoeling is aldus om het aantal huurders in stand te houden. Het gevolg van het coöptatierecht is dat de nieuwe huurder tezamen met de overige huurders hoofdelijk aansprakelijk wordt voor de nakoming van de huurovereenkomst. Dit wordt ook bevestigd in en vonnis van de rechtbank te Amsterdam van 18 december 2012 ( ECLI:NL:RBAMS:2012:BY7974).
  • Bijgewerkt 20 september 2017. Het gerechtshof ‘s-Gravenhage heeft in haar arrest van 23 mei 2003 ( ECLI:NL:GHSGR:2003:AI0510 ) moeten beslissen of een coöptatiebeding ten aanzien van een studentenhuis opzegbaar was. Het oordeel van de voorzieningenrechter in eerste aanlag, waarin de vordering tot nakoming van de groepsbewoningsovereenkomst toegewezen werd en die tot het verrichten van onderhoudswerkzaamheden was afgewezen, blef dus in hoger beroep gehandhaafd.
  • Bijgewerkt 22 september 2017. Onderdeel coöptatie aangevuld
  • Bijgewerkt 8 januari 2017. Dat een recht op coöptatie na eigendomsoverdracht nog geldig is blijkt ook uit een vonnis van rechtbank ‘s-Hertogenbosch van 4 december 2008 ( ECLI:NL:RBSHE:2008:BG6063).
  • Bijgewerkt 25 februari 2018. De rechtbank Amsterdam heeft in haar vonnis van 6 juni 2017 (WR 2018/12, ECLI:NL:RBAMS:2017:10083, niet gepubliceerd op rechtspraak.nl) beslist dat de huurder die de huurovereenkomst heeft opgezegd de woning diende te ontruimen inclusief alle medebewoners. Deze medebewoners genoten geen huurbescherming, omdat de huurders van onzelfstandige woonruimte geen huurbescherming genieten ex artikel 7:269 BW.
  • Bijgewerkt 16 januari 2019.  Hier staat de verhuurder dus buiten. Dit artikel  (artikel 7:267 lid 7 BW) kan dus geen basis vormen om de huurovereenkomst tussen contractuele huurders en de verhuurder te beëindigen. Dit zag het hof te Amsterdam in haar arrest van 1 mei 2018 (ECLI:NL:GHAMS:2018:1521) kennelijk over het hoofd. In dit arrest werd bepaald dat één van de huurders met uitsluitend gebruik van de andere huurder het gehuurde verder mocht gebruiken.
  • Bijgewerkt 9 maart 2019. De rechtbank Rotterdam wees in haar kortgedingvonnis van 6 februari 2019 (ECLI:NL:RBROT:2019:867),  een vordering tot ontruiming van een contractuele medehuurder door de andere medehuurder toe.
  • Bijgewerkt 10 maart 2019. De rechtbank Amsterdam heeft in haar vonnis van 5 februari 2019 (ECLI:NL:RBAMS:2019:844) in het kader van contractueel medehuurderschap en coöptatie geen reden gezien om de overeenkomst te ontbinden wegens het niet aanwezig zijn van een onttrekkingsvergunning van een zelfstandige woonruimte. Verder achtte de rechter het mogelijk de huur te verminderen met een evenredig deel van verminderd aantal gebruikers (de verhuurder wilde geen nieuwe kamerhuurders accepteren).
  • Bijgewerkt 8 april 2019. De rechtbank te Amsterdam, afdeling kantonzaken, besliste in haar vonnis van 4 oktober 2018 (ECLI:NL:RBAMS:2018:7055), dat  dit vonnis in de plaats treedt van de vereiste medewerking van de man aan het (gezamenlijk) opzeggen van de huurwoning.