Overeengekomen wijziging bestemming

Als er een wijziging van bestemming met de verhuurder wordt overeengekomen ligt de zaak anders. Door een overeengekomen wijziging van de bestemming kan de aanvankelijk onder artikel 7:230a BW vallende overeenkomst onder het huurregime van artikel artikel 7:290 BW e.v. worden gebracht.

Zelfs als de verhuurder enthousiast heeft gereageerd over een met een bestemmingswijziging samenhangende verbouwing mag daaraan – gelet op de verstrekkende gevolgen – niet de gevolgtrekking worden verbonden dat hij met een bestemmingswijziging heeft ingestemd. De huurder zal veelal pas een beroep op een ander huurregime kunnen doen na uitdrukkelijke instemming door de verhuurder met deze wijziging van de bestemming van het gehuurde. Noot 8 Dit werd ook bevestigd in een zaak van de rechtbank Groningen, sector kanton, locatie Groningen van 23 april 2010 ( LJN: BM3707, sector kanton Rechtbank Groningen, 446300 ) waarin de huurder van artikel 7:230a BW ruimte eerst een beroep deed op bescherming op grond van artikel 7:290 BW na eenzijdige wijziging van de bestemming van het gehuurde. De rechter formuleerde in alinea 5.3 van zijn beschikking zijn standpunt als volgt. Als de verhuurder daarom al wist van het bestaan van de tattooshop, brengt – gezien de verstrekkende gevolgen van een bestemmingswijziging én de bepaling in de huurovereenkomst dat huurder alleen met (schriftelijke) toestemming een andere bestemming aan het gehuurde mag geven – de enkele wetenschap van verhuurder dat het verhuurde feitelijk anders wordt gebruikt dan in de overeenkomst voorzien, dan ook niet mee dat zij moet worden geacht met een bestemmingswijziging te hebben ingestemd. De toestemming zal daarom onmiskenbaar moeten blijken uit schriftelijke uitlatingen door of gedragingen van verhuurder. Daarvan is echter niets gebleken.