Periode van huurvermindering met terugwerkende kracht

Niet-geliberaliseerde woonruimte
De periode voorafgaand aan het verzoek, waarover voor niet-geliberaliseerde woonruimte huurvermindering kan worden gevraagd beperkt tot 6 maanden. Deze vervaltermijn wordt berekend vanaf de dag volgend op die waarop de huurder het gebrek aan de verhuurder kenbaar heeft gemaakt. Deze beperking geldt ook voor de gelijksoortige vordering op grond van artikel 7:207 BW. De verlaging van de huur duurt net zo lang als het gebrek voortduurt.

Geliberaliseerde woonruimte
De huurder van geliberaliseerde woonruimte kan geschillen niet door de Huurcommissie laten beslechten. Artikel 7:247 BW heeft onder meer artikel 7:257 BW voor verhuurde geliberaliseerde woonruimte buiten toepassing verklaard. De huurder van geliberaliseerde woonruimte dient zich dus voor een vordering tot verlaging van de huurprijs tot de kantonrechter te wenden. Voor de huurder van geliberaliseerde woonruimte geldt de beperking dus niet dat de vordering tot verlaging van de huur pas kan worden ingesteld na verloop van zes weken nadat de verhuurder van het gebrek op de hoogte is gesteld en het gebrek niet heeft verholpen. Bovendien geldt de genoemde vervaltermijn van zes maanden niet voor de geliberaliseerde huurder.