Bij het einde van de huurovereenkomst moet de huurder het gehuurde weer aan de verhuurder ter beschikking stellen. De huidige wetgeving kent geen verplichting van de huurder om het gehuurde terug te geven aan de verhuurder in de staat zoals hij deze had ontvangen. Uit het stelsel van de wet moet worden afgeleid dat de huurder de keuze heeft het gehuurde terug te geven inclusief de geoorloofde veranderingen en hetgeen door ouderdom is teniet gegaan of beschadigd. Uit de wet kan dit worden afgeleid uit de artikelen artikel 7:216 BW en 7:224 BW.