5b. Staat selectie van publiek aan het begrip van 7:290 BW in de weg?

Toegankelijk voor publiek moet worden gezien als een ruimte waar het publiek naar vrije keuze in en uit kan lopen. Dit betekent niet dat het publiek niet geselecteerd mag worden. Voor een kantine van bedrijven is de kantine veelal geen publiek toegankelijk lokaal (slechts voor personeel toegankelijk) terwijl er op een voetbalveld wel van een publiek toegankelijk lokaal kan worden gesproken. Om deze reden mag een exploitant van een uitspanning in een zwembad zich ook tot de artikel 7:290 BW ruimte rekenen. De overwegingen zijn onder meer dat het zwembad in beginsel voor iedereen toegankelijk is. Verder is het bad gedurende zeven dagen per week minimaal 10 uren per dag geopend, zodat dit voor de toegankelijkheid geen beletsel is. Het heffen van entreegeld doet op zich aan de publieke toegankelijkheid niets af. (Rb. Amsterdam, 17 juli 1985, NJ 1986, 469).

Soortgelijke overwegingen paste het Hof te ‘s-Gravenhage ook toe in haar arrest van 8 januari 1987 ( NJ 1988, 619) waarin aan de orde werd gesteld of een koffieshop in een ziekenhuis tot artikel 7:290 BW ruimte gerekend kan worden. De kern van de uitspraak luidt onder meer dat de bezoekers van het ziekenhuis weliswaar een beperkte klantenkring impliceert, maar dat feitelijk iedereen kan binnenkomen en van de koffiecorner gebruik kan maken. Dat het ziekenhuis buiten de vastgestelde openingstijden is gesloten, acht het Hof niet relevant aangezien openings- en sluitingstijden niet beslissend zijn voor de vraag of een bedrijfsruimte voor het publiek toegankelijk is, nu immers een bedrijfsruimte als bedoeld in artikel 7:290 BW niet op alle tijden geopend behoeft te zijn.

Bij het Mediapark te Hilversum is een lunchvoorziening voor alle bedrijven en bezoekers gevestigd. Het park is afgesloten en bij de toegang staan verbodsborden voor onbevoegden. Het is een omvangrijk complex van bedrijfsgebouwen waar op werkdagen bijzonder veel personeelsleden en bezoekers verblijven. Dit gegeven ontneemt het restaurant het karakter van beslotenheid, ook al ziet het er uit als een kantine en is het gevestigd in een kantoorgebouw (Ktg. Hilversum 27 juni 2000, WR 2001, 54).