Hoofdregel: zonder toestemming van de verhuurder is wijziging niet mogelijk

De wet neemt als uitgangspunt dat de huurder het gehuurde gedurende de huurperiode niet mag wijzigen, tenzij er sprake is van veranderingen die bij het einde van de huur zonder noemenswaardige kosten kunnen worden ongedaan gemaakt en verwijderd. Het wegbreken van muurtjes, het aanbrengen van steenstrips aan de muur, het aanbrengen van schrootjes aan het plafond, het plaatsen van een keuken, een cv-installatie, etc. zijn allemaal zaken waarvoor de huurder toestemming van de verhuurder nodig heeft. Dit geldt ook voor wijzigingen in de tuin. Als de huurder een boom wenst te verwijderen die bij aanvang van de huurovereenkomst al in de tuin stond, dan maakt die boom onderdeel uit van het gehuurde. Naast het feit dat de verhuurder kan hebben bedongen dat het niet is toegestaan wijzigingen aan de buitenzijde van het gehuurde aan te brengen, zonder toestemming van de verhuurder (waaronder ook de wijzigingen ex artikel 7:215 lid 1 BW), betreft het verwijderen van een boom niet een wijziging van ondergeschikte betekenis. Als de huurder een boom wenst te verwijderen dan zal de huurder een kapvergunning op basis van een kapverordening aan moeten vragen. Op het formulier waarmee de vergunning wordt aangevraagd wordt ook om een machtiging van de eigenaar gevraagd. Mocht de verhuurder de machtiging weigeren te geven, dan heeft het geen zin de vergunning aan te vragen. Als de huurder zonder machtiging een vergunning aanvraagt, dan handelt de huurder onrechtmatig jegens de verhuurder, wat vergaande consequenties kan hebben zoals ontbinding van de huurovereenkomst. De toestemming van de verhuurder is niet nodig indien de boom door de huurder is geplant. De boom betreft dan immers een zelf aangebrachte voorziening door de huurder. De huurder is bevoegd tot het einde van de overeenkomst zijn aangebrachte voorzieningen te verwijderen.