Introductie huurincasso – Het boetebeding – Inleiding

In veel huurcontracten is een boetebeding opgenomen. In de ROZ-voorwaarden voor winkelbedrijfsruimte staan boetebedingen opgenomen als er een bepaald verbod wordt geschonden of een gebod niet na wordt gekomen. Het onderverhuren van de gehuurde ruimte zonder toestemming van de verhuurder is een voorbeeld van een verbod waaraan in de ROZ-voorwaarden bedrijfsruimte een boete is gekoppeld. Een voorbeeld van een gebod waaraan een boete is gekoppeld is het op tijd betalen van de huur. Door te late betaling van de huur wordt de huurder een contractueel overeengekomen boete verschuldigd. Het is voor zowel de huurder als de verhuurder van belang zich de reikwijdte van dit beding te realiseren. De verhuurder en/of een namens de verhuurder ingeschakelde gemachtigde moet er op bedacht zijn dat de huurder bij overtreding van contractuele bepalingen extra bedragen boven de normale verplichtingen op grond van het huurcontract verschuldigd kan worden.

Deze bedragen worden door de verhuurder als het ware weggegooid als daar geen aanspraak op wordt gemaakt. Met name bij de incasso van achterstallige huur dient door de verhuurder na te worden gegaan of hij aanspraak op boetebedragen kan maken. De verhuurder kan goede redenen hebben om deze bedragen niet te vorderen als hij van mening is dat de huurder de huur niet kan betalen. Verhoging van de verschuldigde bedragen leidt dan alleen tot een meer uitzichtloze situatie van de huurder en leidt niet tot oplossing van het geschil. Anderzijds kan de verhuurder wél aanspraak maken op de boetebedragen doch deze in de loop van de behandeling van het geschil laten vallen.

Er wordt in dit onderdeel onder meer bekeken welk effect de boetebedingen hebben voor huurovereenkomsten met betrekking tot woon- en bedrijfsruimte. De boetebedingen ten aanzien van de gesloten huurovereenkomsten met betrekking tot bedrijfsruimte worden anders beoordeeld dan die van woonruimte. Allereerst is de Richtlijn 93/13, waarmee boetebedingen kunnen worden vernietigd alleen van toepassing op overeenkomsten waarbij consumenten betrokken zijn. Dit geldt ook voor de “grijze” en “zwarte lijst” van de artikelen 6:236 BW en 6:237 BW. Consumenten kunnen dus voor meer ankers gaan liggen. Bovendien moet de rechter ambtshalve de voorwaarden toetsen aan de Richtlijn 93/13.

Deze onderwerpen komen uitgebreider aan de orde in dit onderdeel. De volgende onderwerpen worden besproken:

  • Wat is een boetebeding?
  • verschillende verschijningsvormen van het boetebeding;
  • functie van het boetebeding;
  • boetebeding en algemene voorwaarden;
  • is een ingebrekestelling noodzakelijk?
  • Het belang van een juiste formulering van het boetebeding;
  • Matiging van de boete;
  • Beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid.