De beëindigingsovereenkomst

De formaliteiten betreffende de opzegging gelden niet als partijen onderling overeenstemming hebben bereikt over huurbeëindiging (zie artikel 7:291 lid 3 BW en artikel 7:271 lid 8 BW). Dit wordt officieel een beëindigingsovereenkomst genoemd. Het gaat hierbij dan niet om voortzetting van de overeenkomst waarbij extra mogelijkheden van beëindiging van de huurovereenkomst worden ingebouwd.

Een beëindigingsovereenkomst kan worden gesloten als deze is aangegaan nadat de huurovereenkomst tot stand is gekomen. De wetgever vond verdere bescherming van de huurder niet nodig, omdat de huurder medewerking aan huurbeëindiging gewoon kan weigeren vóór verstrijken van de overeengekomen periode, Noot 34, of door goedkeuring door de rechter vóór het sluiten van de huurovereenkomst op grond van artikel 7:291 BW.

De wetgever realiseert zich dat misbruik door de verhuurder nog steeds mogelijk is. De enige mogelijkheid om misbruik te voorkomen zou aanwezig zijn als men afwijking van de wettelijke termijnen zou verbieden. Dit leidt volgens de wetgever tot een te star stelsel, hetgeen ook niet in het belang van de huurder is. Noot 36