FAQ Bedrijfsruimte – Benaming en de regeling van 7:290 BW

Is de benaming van de overeenkomst bepalend om de vallen onder de regeling van 7:290 BW?

De benaming van de tussen partijen gesloten overeenkomst is niet bepalend voor toepasselijkheid van de regeling van artikel 7:290 BW e.v. De overeenkomst, die de kenmerken van huur heeft, dient op grond van art. 7:201 BW als huurovereenkomst te worden aangemerkt. Esso/Pols (HR 19 juni 1987, NJ 1988, 71). Bepalend is de bestemming die partijen bij aanvang van de overeenkomst voor ogen hebben gehad en of deze bestemming valt onder de regeling van artikel 7:290 BW.

2. Overeenkomst van huur en verhuur

Als een huurovereenkomst onder de regeling van artikel 7:290 BW valt heeft dit tot gevolg dat de semi-dwingendrechtelijke regeling van afdeling 7.4.6. (afdeling huur bedrijfsruimte) van toepassing is.
De benaming van de tussen partijen gesloten overeenkomst is niet bepalend voor toepasselijkheid van de regeling van artikel 7:290 BW e.v. De overeenkomst, die de kenmerken van huur heeft, dient op grond van artikel 7:201 BW als huurovereenkomst te worden aangemerkt.

Men dient zich te realiseren dat het voor aanwezigheid van een huurovereenkomst nodig is dat tussen partijen ten behoeve van de huurder het exclusief gebruiksrecht ten aanzien van een bepaalde zaak voor een bepaalde periode besproken moet zijn. Als er gelijktijdig sprake is van verschillende gebruikers ten aanzien van dezelfde zaak (te denken valt aan het gebruik van een bepaald netwerk, waarvan de “verhuurder” dezelfde kabels ook aan een ander in gebruik had gegeven), dan is er geen sprake van een huurovereenkomst zoals dit kennelijk in artikel 7:201 BW is bedoeld. Zie uitspraak Rechtbank Amsterdam, sector kanton, locatie Amsterdam 15 oktober 2004, WR 2005/73.

In de zaak Esso/Pols (HR 19 juni 1987, NJ 1988, 71) werd een tankinstallatie onder de benaming bruikleen aan de ander ter beschikking gegeven. Volgens de Hoge Raad was de gesloten overeenkomst een huurovereenkomst.
Hierbij was verder nog van belang dat het voor de kwalificatie van huurovereenkomst niet uit maakte welk gedeelte van de vergoeding van de tegenprestatie als vergoeding voor terbeschikkingstelling van de bedrijfsruimte was aan te merken. De gezamenlijke verplichting werd geacht te strekken tot vergoeding van het gebruik van de bedrijfsruimte. Noot 3