Conclusie met betrekking tot branchebescherming

Laatst bijgewerkt op 2018-06-23 om 21:01:23

Branchebeschermingsovereenkomsten vallen in beginsel onder het verbod van artikel 6 Mededingingswet. De uitzonderingsbepaling van artikel 7 Mededingingswet is in de praktijk weinig van belang. De geografische markt moet aan de hand van de omstandigheden van het geval worden beoordeeld. Er moet worden gekeken naar de eigenschappen van een product en het geografisch effect van bepaalde afspraken. Als het marktaandeel van de betrokken onderneming die de relevante markt wenst te verdelen lager ligt dan 30%, kan een bepaling zijn toegestaan. Dat is alleen anders als de onderneming die de bepaling hanteert, gebruik maakt van hard-core’ restricties. Een van die restricties is bijvoorbeeld een niet-concurrentiebeding voor onbepaalde duur, of met de duur die vijf jaar overschrijdt. De levering van pilsener kan buiten de Mededingingswet vallen als de omstandigheden waaronder de levering plaatsvindt, overeenkomt met de levering in de zaak die heeft geleid tot de Beschikking van de NMa in de zaak 2036.

De rechtbank Zwolle-Lelystad, kantonzaken, locatie Zwolle heeft in haar vonnis van 22 maart 2012 een branchebeschermingsbepaling toegestaan wegens de bescherming van de huurder, die anders niet onder deze voorwaarden de huurovereenkomst zou hebben gesloten. Ik vind dit vonnis onvoldoende gemotiveerd, omdat uit deze redengeving niet kan worden herleid dat de rechter de checklist van de regels omtrent mededinging correct heeft toegepast.
Bij winkel-in-winkel verhuring zijn concurrentiebeperkende bepalingen ten laste van de verhuurder toegestaan, omdat deze bepaling niet de strekking heeft de mededinging te beperken. Een dergelijke bepaling is voor de huurders in deze beschreven situatie een essentiële voorwaarde om succesvol te (kunnen) opereren. De rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, besliste in haar vonnis in een voorlopige voorziening van 15 juli 2014 dat de verhuurder de huurder buiten een winkel-in-winkel verhuring mocht beconcurreren. De wetgeving over mededinging is bij deze uitspraak niet uitdrukkelijk betrokken.

Voorbeelden van bestemmingsclausules in de jurisprudentie

Laatst bijgewerkt op 2018-06-23 om 20:59:06

Doorgaans hebben huurders in een winkelcentrum concurrentie van een bepaalde omvang te dulden. De rechter te Breda, kantonzaken, locatie Bergen op Zoom, heeft zich in haar vonnis van 25 mei 2011 LJN: BQ6146, sector kanton Rechtbank Breda, 645017 cv 11-977 moeten buigen over de vraag of de verhuurder ten aanzien van een huurder die een kapperszaak drijft met de bestemming “kapsalon voor dames en heren”, verder te noemen eerste kapper, tekortschiet als deze toestaat dat er in de nabijheid van deze kapsalon een andere (dames)kapsalon, verder te noemen dameskapper, als huurder wordt geaccepteerd waar ook heren worden toegelaten. In het laatstgenoemde huurcontract staat als bestemming “dameskapper”. De eerste kapper is van mening dat de “dameskapper” in strijd met de bestemming ook heren knipt. De eerste kapper is van mening dat deze concurrentie een gebrek oplevert, en dat hij deze concurrentie niet had hoeven te verwachten.

Ten aanzien van een opgeworpen argument betreffende branchebescherming merkte de rechter het volgende op. Wellicht heeft bij de nieuwbouw van het onderhavige winkelpunt een niet onbegrijpelijk uitgangspunt gegolden om zoveel mogelijk bedrijven uit verschillende branches (zich) in dit winkelcentrum te (laten) vestigen om een zo groot mogelijke klantenschare aan te trekken. Dit betekent echter niet dat de eerste kapper daarmee als eerste huurder binnen zijn branche in dit winkelcentrum een monopoliepositie heeft verworven binnen zijn branche.
Ik merk hierbij nog op dat de rechter deze bepaling – gezien de achterliggende bedoeling – door partijen als een bedekte branchebeschermingsafspraak had kunnen kwalificeren, zodat deze bepaling volgens artikel 6 van de Mededingingswet nietig verklaard had kunnen worden.

Het gerechtshof te Amsterdam besliste in haar arrest van 17 december 2013 ( ECLI:NL:GHAMS:2013:4913 ) dat de huurder die het gehuurde in afwijking van de franchiseformule gebruikte in strijd met de huurovereenkomst handelde, waardoor de huurovereenkomst kon worden ontbonden. Ik behandel deze zaak in het onderdeel “Afwijking van de franchiseformule kan leiden tot huurbeëindiging” in dit hoofdstuk.