De medehuurder moet ook een opzegging ontvangen

Door het gestelde in artikel 7:266 BW geldt de echtgenoot van de huurder wettelijk als medehuurder. Door het gestelde in artikel 7:266 BW geldt de echtgenoot van de huurder wettelijk als medehuurder. De opzegging moet ook afzonderlijk worden gericht aan de medebewoner die ook de status van medehuurder heeft bemachtigd. Als de opzegging niet aan zowel de huurder als de medehuurder wordt gericht, dan blijft de opzegging feitelijk zonder effect. Een vonnis ten laste van alleen de huurder kan niet ten laste van de medehuurder worden geëxecuteerd. De huurder zal de woning dienen te verlaten, maar de medehuurder kan in de woning blijven en wordt de nieuwe huurder. De voormalige huurder kan als bijvoorbeeld sprake is van een huwelijk vervolgens de woning weer betrekken en verkrijgt op grond van artikel 7:266 BW de status van medehuurder, terwijl de voormalige medehuurder op grond van dit artikel de status van huurder verkrijgt.

Mocht het zo zijn dat een deurwaarder een vonnis dat alleen ten laste van de huurder is gewezen ook op de medehuurder executeert, dan handelt de deurwaarder onrechtmatig. De medehuurder kan de deurwaarder door het starten van een executiegeschil (artikel 438 RV) op het rechte pad brengen. De andere bewoners die niet de status van medehuurder hebben gekregen zullen door een rechtsgeldige opzegging aan de hoofdhuurder wel worden getroffen. De rechtsgevolgen van deze opzegging gelden ook voor hen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de huurder van onzelfstandige woonruimte.