Beknopte handleiding procederen – Rechtsmidelen

In deze paragraaf wordt kort aandacht besteed aan een aantal rechtsmiddelen. Daarmee wordt beoogd om in ieder geval inzicht te geven in de termijn waarbinnen actie moet worden ingesteld indien een partij (geheel of gedeeltelijk) in het ongelijk is gesteld, zodat men zich desgewenst tijdig tot een professionele rechtshulpverlener kan wenden.In dit onderdeel worden een tweetal zogenoemde “gewone” rechtsmiddelen behandeld, namelijk verzet en hoger beroep. Er wordt geen aandacht besteed aan cassatie: de gang naar ons hoogste rechtscollege, de Hoge Raad. Aan een cassatieprocedure gaat namelijk vrijwel altijd hoger beroep vooraf. In het kader van het hoger beroep heeft men reeds een (proces)advocaat nodig. Er wordt van uit gegaan uit dat deze (proces)advocaat, indien het hoger beroep wordt verloren, de mogelijkheden tot cassatie met u zal bespreken. De “buitengewone” rechtsmiddelen (herroeping en derdenverzet) blijven eveneens buiten beschouwing; zij komen slechts zelden voor.

Verzet
Als de gedaagde partij niet in de procedure is verschenen, volgt een verstekvonnis. De rechter wijst in een dergelijk vonnis de vorderingen van eiser in beginsel toe, tenzij deze hem onrechtmatig voorkomen. Dat laatste is niet vaak van toepassing.

Als de gedaagde het niet met het verstekvonnis eens is, kan hij een rechtsmiddel aanwenden. Dit rechtsmiddel heet “verzet”. Het verzet dient te worden ingesteld binnen vier weken na het moment waarop gedaagde bekend is geworden met de uitspraak, althans vanaf het moment waarop gedaagde wordt geacht met de uitspraak bekend te zijn geworden (zie concreter artikel 143 RV). Door het instellen van verzet wordt de procedure vervolgens alsnog op tegenspraak gevoerd. In de zaak die heeft geleid tot het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 23 oktober 2009 vonnis ( LJN: BK1094, gerechtshof Amsterdam, 200.022.766/01) werd het verzet geacht te laat (dus na de termijn van verzet) te zijn ingesteld nu door opposant niet werd ontkend kennis van het opgestuurde vonnis te hebben genomen. Het vonnis was bovendien doorgestuurd naar advocaat, die vervolgens om toezending van de onderliggende processtukken heeft gevraagd.

Merk op dat de gedaagde partij intussen wel al heeft verloren. Indien het verstekvonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, zoals vaak het geval zal zijn, heeft het instellen van verzet, zoals besproken, géén schorsende werking. De eiser kan dus de uitspraak al (doen) executeren.

Bij de rechtbank, civiele afdeling, kantonzaken, kunnen partijen, zoals eerder in dit hoofdstuk uiteen gezet, zelf procederen. Dat geldt eveneens voor de verzetprocedure. Deze procedure wordt namelijk bij dezelfde instantie gevoerd. Het verzet wordt ingesteld door middel van een verzetexploot. In dit exploot reageert de (oorspronkelijke) gedaagde alsnog op de inhoud van de dagvaarding. Het vezetexploot geldt derhalve als conclusie van antwoord. De (oorspronkelijke) gedaagde kan in het verzetexploot dus ook een eis in reconventie opnemen.

Hoger beroep
Als een procedure op tegenspraak is gevoerd, en een partij het niet eens is met de uiteindelijke uitspraak, kan deze partij besluiten om het “hogerop” te zoeken. Tegen de meeste uitspraken staat hoger beroep open. In dagvaardingszaken geldt dat in beginsel hoger beroep kan worden ingesteld tegen alle zaken met een belang van meer dan € 1.750,00. Soms heeft de wetgever echter een uitzondering gemaakt. In dergelijke gevallen is juist in beginsel géén hoger beroep mogelijk. Een voorbeeld is de procedure tot vaststelling van de huurprijs (dit is overigens geen dagvaardings-, maar een verzoekschriftprocedure).

De normale termijn voor hoger beroep is drie maanden. Ook hier gelden echter weer uitzonderingen. Zo is de hoger beroepstermijn in kort geding slechts vier weken. Wij raden aan om na een teleurstellend vonnis, waartegen men eventueel stappen wil ondernemen, binnen korte termijn een professionele rechtshulpverlener om raad te vragen. In dit verband is relevant dat men voor het instellen van hoger beroep sowieso een (proces)advocaat nodig heeft. Het hoger beroep loopt namelijk bij een hogere instantie, te weten het gerechtshof. Aldaar kunnen partijen niet zelf procederen.

Wij waarschuwen hier nog voor tussentijdse vonnissen. Tegen een tussenvonnis, waarin bijvoorbeeld een getuigenverhoor wordt bevolen, kan in principe geen hoger beroep worden ingesteld, tenzij de rechter anders heeft bepaald. Het komt echter ook voor dat in een tussentijds gegeven vonnis reeds een beslissing wordt genomen over een gedeelte van de vordering. Voor dat deel is dan geen sprake van een tussenvonnis, maar van een eindvonnis. Tegen zo’n eindvonnis dient, binnen drie maanden, hoger beroep te worden ingesteld. Dit volgt uit artikel 337 RV. De tekst van dit artikel blinkt niet uit in duidelijkheid, doch de toelichting op dit artikel bevestigt dit standpunt. Als er geen hoger beroep wordt ingesteld, wordt de beslissing onherroepelijk. U kunt er dan helaas niets meer tegen doen als tegen dit vonnis geen rechtsmiddel is ingesteld.