Wachttermijn voor het voeren van een procedure in het kader van de machtiging 

De huurder wordt geacht de verhuurder eerst om (schriftelijke) toestemming te verzoeken, voordat hij tot dagvaarden overgaat. Alleen in het geval dat de voorgenomen veranderingen de verhuurbaarheid niet schaden en niet leiden tot waardedaling, moet de huurder vervolgens conform artikel 7:215 lid 2 BW acht weken wachten, voordat hij tot dagvaarden overgaat. De wachttermijn moet gezien worden als een minimumtermijn, die begint te lopen vanaf de dag dat het verzoek om toestemming de verhuurder heeft bereikt (zie ontvangsttheorie). Voor de andere gevallen geldt dat de huurder de verhuurder een redelijke termijn kan stellen waarbinnen hij antwoord verwacht. Ook als een dergelijke termijn door de huurder niet wordt gesteld, wordt de verhuurder geacht binnen redelijke termijn te reageren.Het niet vragen van toestemming voorafgaand aan de procedure of het niet in acht nemen van de wachttermijn zal de vordering niet ongeldig maken, maar zal kunnen leiden tot een veroordeling in de kosten van de procedure ten laste van de huurder. De huurder zal in de dagvaarding de mening van de verhuurder weer moeten geven. Tevens moet een duidelijk inzicht geven worden van de wensen en plannen over de veranderingen aan het gehuurde.

Positie ten opzichte van zakelijk gerechtigden en de hypotheeknemer

Indien op de zaak een hypotheek rust, bestaat deze verplichting tot het tijdig in het geding roepen van de hypotheeknemer tevens ten aanzien van de hypotheekhouder. Deze plicht rust op de verhuurder ondanks het feit dat niet hij, maar de huurder de procedure is begonnen. Als de rechter machtiging verleent voor veranderingen bij verhuur van verhypothekeerde woonruimte, kan de verhuurder van woonruimte nog steeds in de problemen komen als de hypotheekakte deze wijzingen verbiedt.
Dit probleem voor de verhuurder kan tegen de hypotheeknemer wellicht worden ondervangen met een beroep de redelijkheid en billijkheid of op grond van gewijzigde omstandigheden. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval zal de derde belanghebbende de verandering hebben te dulden.