Werkzaamheden aan het gehuurde en gedoogplicht van de huurder

De gedoogplicht omvat naast het ondergaan van de werkzaamheden ook de verplichting van de huurder om de verhuurder toegang tot het gehuurde te verlenen, zodat de verhuurder de uit te voeren werkzaamheden kan inventariseren en uit kan voeren. De verhuurder moet gedurende de werkzaamheden de schade zo veel mogelijk beperken. Dit volgt ook uit artikel 6:101 BW. Uit een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Rotterdam van 4 september 2008 (WR 2009, 12) kan worden herleid dat sloop van panden om het gehuurde heen door de verhuurder uitgevoerd mochten worden, niettegenstaande de tijdelijk hinder (circa zes weken) van het woongenot. Het belang van de verhuurder werd groter geacht dan het belang van de huurder. De werkzaamheden werden gedaan in het kader van de bevordering van de leefbaarheid van de omgeving. De omgeving was na sloop niet slechter dan voor de sloopwerkzaamheden.

De huurder die het exclusieve recht heeft bedongen om reclame op haar gevel ten behoeve van haar bedrijf aan te mogen brengen hoeft geen reclame van derden te gedogen op steigerdoek, dat verplicht op steigers aangebracht moet worden in verband met werkzaamheden aan het pand. De rechtbank Amsterdam overwoog in haar kortgedingvonnis van 17 maart 2011 ( LJN: BP8086, Rechtbank Amsterdam, 482883/KG ZA 11-256 P/TF) dat de verhuurder de door de huurder te lijden schade door deze werkzaamheden niet onnodig mag vergroten door op de steigers reclame voor anderen dan voor de huurder te maken. Een afweging van de belangen leidde eveneens tot de beslissing dat het de huurder moet worden toegestaan de door haar gewenste reclame op de steigerdoeken voor eigen rekening te laten aanbrengen.

Daarnaast kan het gedogen ook een actieve handeling van de huurder inhouden. Hiermee wordt meestal bedoeld dat de huurder het gehuurde in verband met deze werkzaamheden moet ontruimen.

De rechtspraak onder het oude recht heeft dit meermalen bevestigd en blijft onder het huidige recht ook actueel. Noot 72