Beknopte handleiding procederen – De mondelinge behandeling

Door middel van een mondelinge behandeling  (voorheen genaamd comparitie van partijen) wenst de rechter een schikking tot stand te brengen, inlichtingen te verkrijgen, of met partijen van gedachten te wisselen over de wijze waarop de procedure verder dient te lopen.

De Memorie van Toelichting bij deze wet treft u hierbij als bijlage aan. De voorgestelde wettelijke regeling treft u hier als bijlage aan.

Partijen verschijnen bij de kantonrechter ter terechtzitting in persoon of bij gemachtigde. Uitgangspunt van deze handleiding is dat u de procedure zelf voert, zodat u zelf naar de zitting gaat. Ook als u een gemachtigde heeft ingeschakeld en de rechter heeft niet verschijning in persoon bevolen (zie artikel 87 lid 5 tweede zin RV ) dan is het toch zinvol zélf (met de gemachtigde) naar de zitting te gaan. U kunt immers de rechter beter over de feiten informeren dan uw gemachtigde. Verder is het handig bij de zitting aanwezig te zijn als er een schikking gesloten kan worden; ook als uw gemachtigde een volmacht tot het bereiken van een schikking van u heeft gekregen, kan de gemachtigde vaak niet goed inschatten of u zich met een specifieke schikking akkoord zou verklaren. Het is dus in beginsel altijd van belang dat u als partij zelf bij een comparitie aanwezig bent. De rechter gelast een mondelinge behandeling van partijen nadat de gedaagde partij een conclusie van antwoord heeft genomen, en in ieder geval als door een of beide partijen kenbaar is gemaakt dat prijs wordt gesteld op zo’n comparitie ( zie punt 4.1 Landelijk procesreglement kantonzaken, oktober 2019).

Partijen verschijnen bij de kantonrechter ter terechtzitting in persoon of bij gemachtigde. Ik ga in het kader van dit hoofdstuk van uit dat u de procedure zelf voert, zodat u zelf naar de zitting gaat. Ook als u een gemachtigde heeft ingeschakeld en de rechter heeft niet verschijning in persoon bevolen (zie artikel 87 lid 5 tweede zin RV ) dan is het toch zinvol zélf (met de gemachtigde) naar de zitting te gaan. U kunt immers de rechter beter over de feiten informeren dan uw gemachtigde. Verder is het handig bij de zitting aanwezig te zijn als er een schikking gesloten kan worden; ook als uw gemachtigde een volmacht tot het bereiken van een schikking van u heeft gekregen, kan de gemachtigde vaak niet goed inschatten of u zich met een specifieke schikking akkoord zou verklaren. Het is dus altijd van belang dat u zelf als partij bij een mondelinge behandeling aanwezig bent.

Als een partij niet gedurende een zitting verschijnt, ondanks dat de partij goed is opgeroepen, dan geeft artikel 88 lid 2 RV de rechter de bevoegdheid uit een niet-verschijnen ter comparitie de gevolgtrekking te maken die hij geraden acht. De rechter is niet verplicht een zitting te verplaatsen als een partij en/of de gemachtigde van die partij één dag voor de zitting te kennen geeft de zitting niet bij te kunnen wonen. Het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch stelt in haar arrest van 21 juni 2005 in rechtsoverweging 4.2.5. ( LJN: AU4078, gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, C0400857/BR ) vast dat: “toereikend is geweest dat huurster en haar gemachtigde in de gelegenheid zijn gesteld ter zitting te verschijnen en het woord te voeren. Dat huurster van die gelegenheid geen gebruik heeft gemaakt, komt voor haar risico”.
Het feit dat een partij op een zo korte termijn meldde niet bij een zitting aanwezig te kunnen zijn en het niet kunnen bereiken van de andere partij speelde hier ook mee. Als een partij ruim van te voren met overleggen van verhinderdata van de andere partij te kennen geeft niet te kunnen verschijnen, dan wordt doorgaans de zitting verplaatst naar een andere datum.
Dit betekent echter niet dat zonder meer dat de rechter bij het niet verschijnen van partijen de conclusie mag trekken dat deze partij die eerder schriftelijk verweer heeft gevoerd dit verweer heeft prijsgegeven. Het uitgangspunt dient te zijn dat de rechter slechts ervan kan uitgaan dat een partij een verweer heeft prijsgegeven, indien dat, uitdrukkelijk of stilzwijgend, op ondubbelzinnige wijze is geschied. Zie de overweging 3.3.2. van de Hoge Raad in haar arrest van 9 juni 2006 ( LJN: AW2089, Hoge Raad, C05/082HR ).

Als een partij gedurende een comparitie van partijen iemand mee wenst te nemen als toehoorder is dat mogelijk. Een toehoorder dient dan vaak op een rij stoelen achterin de zaal plaats te nemen. Mocht een partij deze toehoorder in de procedure later als getuige wensen te horen, dan kan de aanwezigheid van deze persoon tijdens de comparitie van partijen later een probleem opleveren. De verklaring van de getuige kan dan immers zijn gekleurd door de bevindingen die deze persoon tijdens de zitting heeft opgedaan. Mocht een partij graag later een persoon als getuige te horen, dan adviseer ik u deze persoon niet bij een comparitie van partijen aanwezig te laten zijn.

Reageren op ingezonden stukken

Stel dat een partij voor de zitting nog snel wat stukken heeft ingediend. Als u van mening bent dat u door indiening van deze stukken bent benadeeld, bijvoorbeeld omdat u te weinig tijd heeft om op deze stukken te reageren, dan doet u er goed aan om protest aan te tekenen. Doet u dat vooral tijdig. De rechter zal na het openen van de comparitie inventariseren welke stukken door partijen zijn ingediend. Dát is het moment om aan te geven dat u bezwaar maakt tegen het (late) indienen van de stukken door de wederpartij.

Hoe verloopt een zitting ?

Kijk voor de gang van zaken tijdens een zitting onder het kopje: “De zitting” verderop in dit hoofdstuk.

Wat kunt u gedurende een comparitie van partijen verwachten ?

Na het afroepen van de zitting door de griffier kunnen partijen de zittingskamer betreden. De zittingskamer bij kantongerechten is vaak niet zo groot. De zittingskamer komt meestal overeen met een grote huiskamer, waarin zich een grote tafel bevindt waarachter zich de rechter en griffier (in toga!) bevinden. Voorts bevinden zich in de ruimte twee kleine tafels voor partijen en een rij stoelen achter deze tafel voor het publiek. Rechtszittingen zijn openbaar, zodat hier ook publiek aanwezig kan zijn (in de praktijk wordt zelden van deze mogelijkheid gebruik gemaakt en worden de stoelen alleen gebruikt door bekenden van de partijen). Het kan echter gebeuren dat zich een onbekende “belangstellende” in de rechtszaal bevindt.

Bij binnenkomst wijst de rechter vaak aan waar partijen dienen te gaan zitten. Er is een vaste plaats voor partijen, zodat de rechter de eisende en gedaagde partij niet door elkaar haalt. Het is handig om de rechter bij binnenkomst te vragen waar u moet plaatsnemen. U zegt dan tegen de rechter dat u de eisende of gedaagde partij bent, en de rechter zal dan uw plaats aanwijzen. In de regel zit eiser links en gedaagde rechts, gezien vanuit het gezichtspunt van de rechter.

De rechter opent vervolgens de zitting met de vraag wie allemaal aanwezig zijn. De personalia worden dan nauwkeurig vermeld.

Vervolgens zijn twee verschillende soorten aanpak mogelijk, al dan niet gecombineerd:

  1. De rechter heeft naar aanleiding van de processtukken aan aantal concrete vragen aan partijen. Naar aanleiding van deze vragen mogen partijen hun standpunt uiteenzetten. Deze gang van zaken lijkt aan weinig formele regels gebonden. De rechter laat zich op deze wijze door partijen informeren en vormt zich aan de hand van dit gesprek een standpunt. Dit standpunt spreekt hij meestal niet duidelijk uit. De rechter moet er immers voor hoeden om partijen te beïnvloeden. De rechter hoort ook vrij passief (lijdelijk) te zijn. Na 1 oktober 2019 zal de rechter zich actiever opstelellen. Dit betekent niet dat de rechter zich mag bemoeien met de onderwerpen die een partij wenst aan te dragen.  De rechter geeft partijen soms wel een voorlopig oordeel over hoe hij de zaak ziet op basis van de hem bekende gegevens. De rechter geeft partijen dan vervolgens, op basis van dat voorlopige oordeel, nog al eens de mogelijkheid om te proberen de zaak te schikken.
  2. De rechter begint niet met het stellen van vragen. In plaats daarvan stelt hij partijen in de gelegenheid om hun standpunt nog eens uiteen te zetten. Vaak mag de eiser eerst zijn standpunt toelichten, waarop gedaagde dan kan reageren.

Het kan verstandig zijn om voorafgaande aan de comparitie van partijen te bellen met de griffie van de rechtbank om te vragen wat precies de gang van zaken zal zijn tijdens de comparitie. Indien u graag de gelegenheid wenst te krijgen om uw standpunt tijdens de comparitie nog eens uiteen te zetten, kunt u daartoe bij de griffie het verzoek doen. Volgens het voorgestelde artikel 87 lid 4 Rv zal de griffie partijen van te voren moeten informeren over het doel van de mondelinge behandeling. In de procedure vóór 1 oktober 2019 wordt gevoerd is het doel van de procedure alleen gelegen in het bereiken van een schikking en/of het verkrijgen van inlichtingen.

De rechter krijgt vanaf 1 oktober 2019 meer een regierol. De lijdelijkheid van de rechter wordt in verband met het verloop en de instructie van de zaak formeel afgeschaft. Het verschil met de huidige tekst is dat die mondelinge behandeling niet beperkt tot de schikkingscomparitie en verder is de terminologie aangepast. Daarmee is gewaarborgd dat in alle gevallen en in elke stand van het geding een mondelinge behandeling kan plaatsvinden. Verder kunnen tijdens de mondelingen behandeling  getuigen en deskundige gehoord worden (artikel 4.4 Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton, oktober 2019).

Een partij die getuigen of partijdeskundigen wenst te doen horen, vraagt dit bij gemotiveerd schrijven, met afschrift aan de wederpartij. Zij doet dit zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken nadat de dag en het uur van de mondelinge behandeling zijn bepaald, onder opgave van de gegevens van de te horen getuigen of partijdeskundige. De kantonrechter beslist zo spoedig mogelijk nadat de wederpartij heeft gereageerd of nadat de aan de wederpartij gegeven termijn om te reageren ongebruikt is verstreken (artikel 4.6 Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton, oktober 2019).

De rechter blijft lijdelijk ten aanzien van de aanvang van de procedure en de omvang van het geschil. Het algemene uitgangspunt van het materiële burgerlijk recht dat rechtssubjecten vrij zijn zelf hun rechtspositie te bepalen. Zulks vloeit voort uit het algemene uitgangspunt van het materiële burgerlijk recht dat rechtssubjecten vrij zijn zelf hun rechtspositie te bepalen. Bij de verwezenlijking daarvan in een civiele procedure behoren partijen dientengevolge evenzeer autonoom te zijn. Als er geen termijn is voorgeschreven in de wet en er ook in het landelijk procesreglement geen algemene bepalingen voor indiening van stukken of voor andere proceshandelingen zijn voorgeschreven, bepaalt de rechter in de desbetreffende zaak wat de termijn zal zijn voor de eerstvolgende handeling. Met een aanscherping van processuele mededelingsplichten – en daarmee een beperking van de autonomie van partijen –, kan voorkomen worden dat de rechter zich in het proces van feiten- en waarheidsvinding (nog) actiever (en minder lijdelijk) moet gaan gedragen. De vormgeving van de verhouding tussen de rechter en partijen is daarom aangepast aan de eisen van de tijd. Ten behoeve van de feitenvinding zijn voorschriften opgenomen die tot op zekere hoogte beperkingen opleggen aan de autonomie van partijen. De rechter is volgens in het kader van feiten vinden verplicht om steeds te waken tegen onnodige vertraging van de procedure en kan in alle soorten civiele procedures en in elk stadium van die procedures partijen te bevelen stellingen toe te lichten en bescheiden over te leggen. Deze regeling was oorspronkelijk opgenomen in artikel 30o Rv. De toelichting bij deze wijziging zegt hierover: Ten slotte wordt artikel 30o in dit wetsvoorstel niet overgenomen. De inhoud hiervan is al verspreid over Rv in andere bepalingen terug te vinden. Artikel 30o, eerste lid, is bijvoorbeeld terug te vinden in de aangepaste tekst van artikel 87, eerste lid, Rv. Ik ga er dus van uit dat de voorgestelde regeling als genoemd in artikel 30o Rv ook conform deze reling is overgenomen. Ik vind deze regiefunctie wel minder duidelijk tot uitdrukking komen dan met toepassing van het eerder voorgestelde, maar niet ingevoerde artikel 30o Rv.

Het vierde lid van artikel 85 Rv heeft ten opzichte van het eerste en tweede lid en van artikel 87 een vangnetfunctie voor te laat ingediende stukken. Een partij kan gelegenheid krijgen alsnog deze stukken in te magen dienen.

Tijdens de mondelinge behandeling kunnen partijen onder andere (artikel 87 lid 2 RV):

  • hun standpunten toelichten;
  • partijen verzoeken de rechter inlichtingen te geven;
  • partijen gelegenheid geven hun stellingen nader te onderbouwen;
  • getuigen en deskundigen laten horen door de rechter;
  • met partijen overleggen hoe het vervolg van de procedure zal verlopen, en
  • die aanwijzingen geven of die proceshandelingen bevelen die hij geraden acht;
  • proberen tot een schikking te komen .

De rechter kan de dag en het uur van de mondelinge behandeling met of zonder inachtneming van door partijen opgegeven verhinderdata bepalen. Tijdens de mondelinge behandeling stelt de rechter partijen in de gelegenheid hun stellingen toe te lichten en kan de rechter partijen verzoeken inlichtingen te geven, partijen gelegenheid geven hun stellingen nader te onderbouwen, een schikking beproeven, met partijen overleggen hoe het vervolg van de procedure zal verlopen en aanwijzingen geven, of die proceshandelingen bevelen die hij geraden acht (artikel 87 lid 2 RV).

De mogelijkheid om stellingen nader te onderbouwen komt in plaats van het pleidooi. Artikel 134 Rv kan daarom komen te vervallen. In de wetgeving uit 2016 is het pleidooi als afzonderlijke proceshandeling komen te vervallen, omdat de rechter partijen altijd in de gelegenheid moet stellen om hun standpunt over de zaak mondeling toe te lichten.  Dat staat nu vastgelegd in artikel 87 lid 2 Rv.  Gelet op het uit artikel 6 EVRM voortvloeiende recht op een mondelinge behandeling («fair and public hearing») en de strenge jurisprudentie daaromtrent van de Hoge Raad (Zie bijv. HR 27 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU7254 en HR 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3151) kan de rechter een verzoek om een mondelinge behandeling te houden niet zonder meer naast zich neerleggen. Daarom is mede op advies van de Raad voor de rechtspraak een vangnetbepaling opgenomen in artikel 87, achtste lid, om te waarborgen dat als er geen mondelinge behandeling gehouden wordt, partijen toch aanspraak kunnen maken op een gelegenheid om hun standpunt mondeling uiteen te zetten. In artikel 87, zesde lid, is het door de rechter buiten beschouwing laten van te laat ingediende stukken enkel mogelijk als de goede procesorde zich daartegen verzet.

Tijdens de mondelinge behandeling ondervraagt de rechter partijen. Partijen kunnen elkaar vragen stellen, behoudens de bevoegdheid van de rechter om te beletten dat aan een bepaalde vraag gevolg wordt gegeven (artikel 88 lid 1 RV).

De invulling van de mondelinge behandeling wordt dus aan de rechter overgelaten (artikel 87 lid 1 Rv), met dien verstande dat partijen altijd gelegenheid moet worden geboden om een mondelinge toelichting op de zaak te geven. Flexibiliteit en maatwerk worden bereikt doordat de rechter in overleg met partijen van de basisprocedure kan afwijken. Zo kan de mondelinge behandeling in bepaalde gevallen achterwege blijven, terwijl in andere gevallen een extra mondelinge behandeling of andere zitting kan worden gehouden of een extra schriftelijke ronde kan worden ingelast (artikel 87 lid 8 Rv). Partijen kunnen toelichting van een stelling weigeren als daartoe gewichtige reden bestaan (artikel 22 lid 2 RV). De rechter kan dan van oordeel zijn dat een bepaald standpunt niet voldoende is onderbouwd en/of bewezen. De bewijsmiddelen dienen immers in de inleidende dagvaarding en in de conclusie van antwoord te staan (artikel 87 lid 6 Rv). Verder kan de rechter ook beslissen dat de kennisname van bepaalde stukken alleen door de gemachtigde gelezen kunnen worden als kennisname van deze stukken de lichamelijke of geestelijke gezondheid zou schaden. Ik zie dit voor huurzaken meer een theoretisch gegeven. Het zal voor huurzaken in de praktijk niet gebeuren dat de processtukken de lichamelijke of geestelijke gezondheid van een partij zou kunnen schaden.
De basisprocedure kent geen tweede schriftelijke ronde, zoals re- en dupliek. De rechter kan dus wel beslissen een extra schriftelijke ronde zoals re- en dupliek te houden.

De genoemde artikelen van het procesrecht onder KEI (niet ingevoerd) waarin de mogelijkheid van een beeld- of geluidsopname ter vervanging van het proces-verbaal afzonderlijk is geregeld, worden meegenomen bij de aanpassing van het bewijsrecht.

Tijdelijke schorsing van de zitting

Als men op basis van deze gegevens van mening is dat het goed zou zijn om nog eens met de wederpartij van gedachten te wisselen en/of om alsnog tot een schikking te komen dan kan men schorsing van de zitting verlangen. Vaak gebeurt dit op instigatie van de kantonrechter. Gedurende de schorsing van de zitting kan men op de gang met elkaar van gedachten wisselen.

De kantonrechter kan soms erg overtuigend zijn in zijn verzoek aan partijen om toch vooral te proberen er gezamenlijk uit te komen. Soms geeft hij de schikking zelfs bijna op een presenteerblaadje aan. Op zo’n moment is het erg oppassen. Natuurlijk mag uiteindelijk geen sprake zijn van een “dwangschikking”. Een minnelijke regeling moet door partijen uit vrije wil worden aangegaan. Daarom raden wij u aan om de druk van de kantonrechter te weerstaan indien u het aangaan van de gesuggereerde schikking niet in uw belang acht. De kantonrechter dient uw visie te respecteren!

Uitkomst van de onderhandelingen

Als men naar aanleiding van de onderhandelingen tot een schikking is gekomen is het verstandig de rechter te vragen op grond van artikel 89 lid 1 Rv een proces-verbaal van de mondelinge behandeling op te maken.  Dit proces-verbaal van comparitie is een voor executie (zie het onderdeel “executie vonnis” in dit hoofdstuk) vatbare titel. Als de wederpartij alsnog zijn verplichtingen niet nakomt, kunt u dit stuk naar de deurwaarder sturen om zo de gemaakte afspraken door executie te laten afdwingen, bijvoorbeeld door het leggen van beslag en het verkopen van de desbetreffende zaken.

In artikel 88 lid 2 Rv staat dat de rechter uit de afgelegde verklaringen, uit niet-verschijnen op de mondelinge behandeling of uit en weigering om te antwoorden op het proces-verbaal te ondertekenen de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.

Punten van aandacht bij onderhandelingen

Let bij het voeren van onderhandelingen op het totale plaatje van uw vordering! Stel dat uw hoofdsom € 1000,- is en u wenst om u moverende redenen de zaak alsnog te schikken, dan moet u bij uw vordering ook de dagvaardingskosten en griffierecht betrekken. Door deze kosten mee te nemen is uw vordering in ieder geval rond de € 1300,- (exclusief rente).

Bij iedere schikking moeten partijen water bij de wijn doen. Het is echter onredelijk dat de eisende partij alle proceskosten voor zijn rekening neemt als duidelijk is geworden dat de rechter (in zijn voorlopige oordeel) bijvoorbeeld € 700,- voor toewijzing gereed acht en voor het overige een verdere procedure noodzakelijk acht. In dit geval is het alleszins redelijk de wederpartij te houden aan vergoeding van (een deel van) de proceskosten. Als het er naar uit ziet dat de rechter voor het grootste gedeelte uw vordering zal toewijzen, is het redelijk dat de wederpartij ook een groot deel van uw proceskosten vergoedt. De wederpartij heeft u kennelijk genoodzaakt om deze procedure voor uw grotendeels terechte vordering te starten!

Als de gedaagde partij een vordering in reconventie heeft ingediend en die vordering is terecht, dan dient u er rekening mee te houden dat de proceskosten door de rechter kunnen worden gecompenseerd (= tegen elkaar weggestreept). Voor een procedure in reconventie worden ook proceskosten berekend. De eiser in reconventie heeft echter geen dagvaardingskosten en griffierecht betaald. Deze kosten zijn voorgeschoten door de partij die de procedure is gestart. Bij compensatie van kosten blijven deze kosten (gemiddeld ongeveer € 500,–) dus voor rekening van de eisende partij.

In deze handleiding wordt ervan uit gegaan dat u zonder gemachtigde procedeert. Als u wel met een gemachtigde procedeert, dan kunt u in het kader van een schikking een gedeelte van de incassokosten en de rente laten zitten. Let er wel op dat uw gemachtigde van u kan verlangen het verschil in incassokosten bij te passen. In het kader van een schikking moet u dus de volgende posten in ogenschouw nemen:

  • hoofdsom;
  • griffiekosten;
  • dagvaardingskosten;
  • gemachtigdensalaris, als u een gemachtigde heeft ingeschakeld;
  • (buitengerechtelijke) incassokosten, in het geval u een gemachtigde heeft ingeschakeld;
  • rente.

Door inschakeling van een gemachtigde worden de schikkingsonderhandelingen ook complexer, omdat u dan ook met de kosten van de gemachtigde rekening moet houden. Aan het gemachtigdensalaris en de incassokosten heeft u niets (dit gaat naar uw gemachtigde), terwijl deze kosten u wel beperken in de onderhandelingsruimte. In deze handleiding wordt ervan uit gegaan dat u voor duidelijke en eenvoudige vorderingen zoals huurincasso’s geen gemachtigde nodig heeft. Als u duidelijk kunt maken wat de huurachterstand is en er spelen geen kwesties over gebreken aan de woning dan kunt u met behulp van de informatie op de website van Huurgeschil.nl zelf uw standpunt verwoorden en hoeft u de kosten van een gemachtigde niet bij de schikkingsonderhandelingen te betrekken. Als de wederpartij een gemachtigde heeft ingeschakeld en deze krijgt voor het grootste deel gelijk, geldt het omgekeerde voor hem. In beginsel zal de wederpartij dan proberen om de kosten voor zijn gemachtigde op u te verhalen! Als beide partijen tot op zekere hoogte gelijk hebben, dan is het verstandig om de kosten te compenseren. Dat wil zeggen: iedere partij draagt de eigen kosten.

Als er tijdens de zitting een schikking tot stand komt eindigt de procedure. Van de zitting waarop een schikking is bereikt, wordt een proces-verbaal opgemaakt, dat door de rechter en partijen of hun tot dat doel bijzonder gevolmachtigden wordt ondertekend en waarin de verbintenissen die partijen ten gevolge van die schikking op zich nemen, worden neergelegd. De uitgifte van dit proces-verbaal geschiedt in executoriale vorm (artikel 89 lid 1 Rv).

Indien geen schikking tot stand komt, bepaalt de rechter de dag waarop de zaak weer op de rol zal komen (artikel 89 lid 2 Rv). De rechter bepaalt dan ook welke proceshandelingen verricht moeten worden (artikel 91 Rv).

In het geval partijen tijdens de comparitie nog niet tot een schikking zijn gekomen, maar zij daarover wel verder willen overleggen, kunnen zij de rechter verzoeken om de comparitie gedurende een bepaalde tijd aan te houden. Partijen dienen dan vóór een bepaalde datum aan de kantonrechter te laten weten of zij nog verder willen procederen. Als partijen vervolgens tot een vergelijk komen, dan kan de eiser verzoeken de zaak op de rol door te halen (“royeren”). Eiser moet daar wel toestemming van gedaagde voor hebben. Nadat een royement heeft plaatsgevonden zijn beide partijen weer bevoegd de zaak op de rol te laten plaatsen; in dat geval kan verder worden geprocedeerd. Dit is echter niet mogelijk indien partijen een definitieve doorhaling van de zaak hebben beoogd.

Hoe gedraagt u zich bij en jegens de kantonrechter?
Het is van groot belang, ook voor uw zaak, dat u zich bij de rechter fatsoenlijk gedraagt. Neemt u dus alle elementaire fatsoensnormen in acht, óók richting de wederpartij. Wij adviseren om uw emoties zoveel mogelijk buiten de rechtszaal te laten, en dat u zich dus vooral zakelijk opstelt, óók (zelfs vooral) als de wederpartij dat niet doet.

U spreekt de kantonrechter aan met “meneer/mevrouw de kantonrechter” en (natuurlijk) “u”. Bij het binnenkomen en verlaten van de rechtszaal dient u de rechter niet de hand te schudden. U begroet de rechter simpelweg met “goedemorgen of goedemiddag”; bij het verlaten van de rechtszaal na de zitting geldt hetzelfde. Eventueel bedankt u de kantonrechter voor de door hem of haar genomen tijd.

In het bijzonder wijzen wij er nog op dat u in de zittingszaal uw mobiele telefoon dient uit te schakelen. Vergeet u dat niet! De kantonrechter stelt het doorgaans niet erg op prijs als tijdens een zitting een telefoon afgaat.