Wet schuldsanering natuurlijke personen doorkruist ontruimingsvonnis

De Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen en is in het leven geroepen voor mensen die financieel zelfstandig niet meer uit de schulden komen. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat een huurder een pakket schulden heeft opgebouwd, waardoor hij niet meer instaat is om de huur te betalen. Door de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen zal de lopende huur afgedragen worden van het inkomen van de huurder en zal ten aanzien van de opgebouwde schulden een regeling worden getroffen, waarvan de aflossing gedurende drie of vijf jaar plaats dient te vinden. Als er na die periode een restschuld overblijft wordt deze kwijt gescholden.

Om in aanmerking te komen voor een schuldsanering op basis van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen zal de schuldenaar eerst de volgende actie moeten ondernemen.
Eerst moet de schuldenaar zich wenden tot de Gemeentelijke kredietbank (GKB) of de Sociale Dienst in de gemeente waarin de schuldenaar woont om een schuldhulpverleningtraject te starten. Dit wordt ook het minnelijk traject genoemd. Op basis van artikel 285 lid 2 FW is de gemeente, of een door hen aangewezen instantie, verplicht mee te werken aan het opstellen van de verklaring die toegang kan geven tot de wettelijke schuldsanering. Mocht het afgeven van de verklaring geweigerd worden dan kan een klacht worden ingediend bij de schuldhulpverlenende instantie, de gemeente (het College van Burgemeesters & Wethouders) en/of de Nationale Ombudsman.

De instantie die deze schuldhulpverlening uitvoert moet voldoen aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 48 lid 1 Wet op het consumentenkrediet. Als deze instantie niet aan deze voorwaarden voldoet, kan er uit het minnelijke traject geen aanvraag worden gedaan (artikel 288 lid 2b FW). Een schuldhulpverlener maakt een inventarisatie van de schuldeisers en de hoogte van de schulden. Daarna probeert hij een akkoord te bereiken met de schuldeisers. Dit akkoord houdt concreet in dat de schuldeisers wordt aangeboden dat een gedeelte van de schuld voldaan zal worden tegen kwijtschelding van de rest van de vordering. Wanneer alle schuldeisers akkoord gaan met dit aanbod, is het minnelijk traject gelukt. De schuldenaar komt dan niet toe aan een aanvraag conform De Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen De schuldenaar betaalt dan gedurende een vastgestelde periode via de schuldhulpverleningsinstelling maandelijks een bedrag aan de schuldeisers en daarmee is de kous af.

Als één of meerdere schuldeisers niet akkoord gaan, wordt het minnelijk traject als mislukt beschouwd en wordt dit traject als beëindigd beschouwd. De schuldhulpverlener stelt dan een verzoekschrift op naar de rechtbank met als bijlage een verklaring door de schuldenaar. Beide stukken moeten door de schuldenaar worden ondertekend. Daarna zal de rechtbank deze stukken beoordelen. In artikel 288 lid 2 FW staat wanneer het verzoek afgewezen dient te worden. Enkele weken na indiening van het verzoekschrift vindt een oproeping voor een zitting plaats. Tijdens de zitting vraagt de rechter de schuldenaar om aanvullende informatie en wordt uitgelegd welke verplichtingen de schuldenaar aangaat als deze tot De Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen wordt toegelaten.

Gedurende het traject staat de huurder onder toezicht van een bewindvoerder welke is toegewezen door de rechter. Deze zorgt er samen met de huurder dat het saneringstraject zo goed mogelijk doorlopen wordt.

Als de huurder in een traject van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen terecht komt heeft dit een verstrekkend effect voor de verhuurder die huurovereenkomst wenst te ontbinden en een ontruiming van het gehuurde wenst te bewerkstellingen. De verhuurder kan het gehuurde namelijk niet zonder meer ontruimen als er een schuldsaneringsregeling van toepassing is verklaard.

Volgens artikel 305 FW levert een tekortkoming door de huurder in de nakoming van een financiële verplichting, voortvloeiend uit de huurovereenkomst met betrekking tot zijn woonruimte, welke tekortkoming plaatsvond vóór de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, geen grond op voor opzegging of ontbinding van de huurovereenkomst.

Als er al eerder een vonnis tot ontruiming van de woonruimte wegens een dergelijke tekortkoming uitgesproken vóór de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, dan wordt de tenuitvoerlegging van het vonnis opgeschort voor de duur van de schuldsaneringsregeling, mits de lopende huurpenningen tijdig worden voldaan. De huurovereenkomst wordt voor de duur van de schuldsaneringsregeling verlengd. Dit wordt een moratorium genoemd. Pas als de regeling niet correct wordt nagekomen kan de verhuurder het gehuurde ontruimen.