Verplichting bewoning

LJN: BI4152, sector kanton rechtbank ‘s-Hertogenbosch, 596579

 

Uitspraak RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, locatie Helmond

 

Uitspraak   : 8 april 2009

 

In de zaak van:

 

de vereniging Woningbouwvereniging Bergopwaarts,

gevestigd te Deurne,

eiseres,

gemachtigde: Van Seggelen & Partners gerechtsdeurwaarders te Helmond,

 

t e g e n[huurder],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procederend in persoon,

 

heeft de kantonrechter te Helmond het navolgende vonnis gewezen.

 

1. De procedure

 

1.1. De kantonrechter heeft acht geslagen op de volgende processtukken:

–  de dagvaarding van 2 december 2008 met vijf producties;

–  de conclusie van antwoord van 10 december 2008 met twee producties;

–  de akte vermindering van eis zijdens eiseres van 10 december 2008;

–  de aantekeningen die door de griffier zijn gemaakt tijdens de comparitie van partijen op 10 maart 2009, met daaraan gehecht de door eiseres in het geding gebrachte foto’s van het gehuurde pand. Namens eiseres is verschenen, de heer [consulent], consulent leefbaarheid bij eiseres, bijgestaan door mr. W.C.P. Steeghs, gemachtigde en werkzaam bij Van Seggelen & Partners voornoemd. Tevens is verschenen als informant ten behoeve van eiseres de heer F. Beijers, buurtbrigadier bij de politie te [woonplaats] en de heer en mevrouw [buren], buren van [huurder]. De informant van eiseres, de heer F. Beijers heeft de kantonrechter desgevraagd bevestigd dat een eveneens aanwezige man de gedaagde de [huurder] is. Gedaagde zelf heeft gedurende de comparitie zijn ogen dicht gehouden en gezwegen en derhalve geweigerd te bevestigen dat hij de [huurder] is.

 

1.2. De uitspraak is bepaald op heden.

 

1.3. Partijen zullen hierna “Bergopwaart[huurder]] worden genoemd.

 

2. Het geschil

 

2.1. Bergopwaarts heeft – kort weergegeven – gevorderd dat de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de woning wordt ontbonden. Voorts heeft zij gevorderd dat [huurder] wordt veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde en tot betaling van (achterstallige) huurpenningen, als nader omschreven in de dagvaarding. Tenslotte vordert Bergopwaarts veroordeling van [huurder] in de kosten van dit geding.

 

2.2. Bergopwaarts legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. Tussen partijen bestaat een huurovereenkomst betreffende de huur van een woning, staande en gelegen te [woonplaats] aan de [straat], zulks tegen een laatstelijk bedragende huurprijs van € 434,06 per maand, bij vooruitbetaling te voldoen. Op deze huurovereenkomst zijn de algemene voorwaarden van toepassing.

[huurder] is toerekenbaar tekortgeschoten in zijn verplichtingen ingevolge de huurovereenkomst. Immers [huurder] heeft een huurschuld laten ontstaan. Voorts bewoont [huurder] het gehuurde niet en pleegt hij geen onderhoud aan de tuin, dit heeft, onder meer, geleid tot klachten van overlast van de omwonenden. Deze wanprestaties leiden ertoe dat Bergopwaarts ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van voormelde woning vordert. De bij dagvaarding gevorderde huurpenningen ten bedrage van € 2.170,30 heeft [huurder] na dagvaarding voldaan. Bergopwaarts heeft dan ook bij akte na dagvaarding haar vordering met een gelijkluidend bedrag verminderd. Bergopwaarts vordert betaling van een bedrag van € 434,06 per maand voor elke maand, welke zal verstrijken vanaf 1 oktober 2009 tot aan de dag der daadwerkelijke ontruiming.

 

2.3. In zijn conclusie van antwoord stelt [huurder] dat hij de huur voor het hele jaar 2008 had voldaan, maar dat Bergopwaarts het bedrag heeft teruggestort. In december 2008 heeft [huurder] het gehele bedrag nogmaals overgemaakt. Door Bergopwaarts, die op enig moment de sloten van zijn woning heeft vervangen, is het hem voorts onmogelijk gemaakt de woning te betreden. Hiervoor heeft hij Bergopwaarts aansprakelijk gesteld. Ten slotte betwist [huurder] dat hij voor overlast heeft gezorgd.

 

2.4. Vervolgens heeft de kantonrechter een comparitie van partijen gelast teneinde nadere inlichtingen van partijen te verkrijgen. Ter comparitie heeft Bergopwaarts bij haar standpunt volhard. [huurder] heeft gedurende de comparitie gezwegen, hoewel hij door de kantonrechter diverse malen in de gelegenheid is gesteld het woord te voeren. Op de overige argumenten als zowel in de processtukken als tijdens de comparitie nader aangevoerd zal de kantonrechter, voor zover voor de beoordeling van belang, hieronder terugkomen.

 

3. De beoordeling

 

3.1. Ter comparitie heeft Bergopwaarts bevestigd dat de huurachterstand ten aanzien van 2008 is ingelopen, de huidige huurachterstand over 2009 bedraagt € 120,14. Ter nadere onderbouwing van haar vordering heeft Bergopwaarts actuele foto’s van de – verwaarloosde – tuin van het gehuurde pand in het geding gebracht. Voorts heeft zij aangegeven dat het bij de dagvaarding gevoegde krantenartikel met als titel “Zieke man werd jarenlang door familie verwaarloosd” betrekking heeft op [huurder]. Hij is de in het krantenartikel genoemde zoon. Wegens detentie heeft [huurder] de woning vanaf april 2008 tot oktober 2008 dan ook niet bewoond. Ook na zijn detentie, tot op heden, is [huurder] niet in zijn woning geweest. Immers, Bergopwaarts heeft na de inval door de politie in de woning in april 2008 het slot van de voordeur moeten vervangen. [huurder] heeft nadien geweigerd de sleutels van het nieuwe slot in ontvangst te nemen, omdat het niet zijn sleutels waren, zo deelde hij de politie mede. Echter heeft de politie – aldus de ter comparitie verschenen informant Beijers – , na de detentie van [huurder], de sleutels bij zijn persoonlijke spullen gestopt, zodat [huurder] in het bezit moet, althans behoort te zijn van de sleutels.

Voor zover Bergopwaarts weet heeft [huurder] na zijn detentie bij zijn moeder gewoond. Bergopwaarts deelt voorts nog mee dat de nutsvoorzieningen zijn afgesloten, waardoor zij haar twijfels heeft over de toestand in de woning. Informant Beijer deelt mee dat hij bij de aanhouding in het pand is geweest en daar een enorme hoeveelheid folders en kranten aantrof waardoor het nauwelijks mogelijk was in de woning te lopen. Kortom is Bergopwaarts van mening dat het niet bewonen van de woning slecht is voor de woning en de woonomgeving en dat [huurder] zich niet gedraagt zoals een goed huurder betaamt.

 

3.2. Hoewel de kantonrechter [huurder] tijdens de comparitie diverse malen in de gelegenheid heeft gesteld de stellingen van Bergopwaarts te weerspreken heeft hij er het zwijgen toe gedaan. Nu [huurder] meteen na sluiting van de zitting is opgestaan, zijn jas heeft aangedaan en is vertrokken na kantonrechter en griffier vriendelijk te hebben gegroet, moet het ervoor worden gehouden dat [huurder] het behandelde en de vragen van de kantonrechter heeft kunnen verstaan en begrijpen. [huurder] heeft dan ook de gelegenheid zijn standpunt toe te lichten en de stellingen van Bergopwaarts te weerspreken uitdrukkelijk aan zich voorbij laten gaan. Voor de beoordeling van deze zaak zal de kantonrechter dan ook uitgaan van de juistheid van de stellingen van Bergopwaarts zoals door haar ter comparitie geponeerd.

 

3.3. De kantonrechter overweegt dat [huurder] onvoldoende heeft weersproken dat hij gedurende de periode april 2008 tot de dag der comparitie niet in de woning heeft gewoond. Het verweer van [huurder] in zijn conclusie van antwoord dat hij Bergopwaarts aansprakelijk heeft gesteld voor het vervangen van de sloten – de kantonrechter begrijpt uit dit verweer dat [huurder] van mening is dat toegang tot de woning hem door Bergopwaarts onmogelijk is gemaakt – snijdt geen hout, nu [huurder] niet heeft weersproken dat hij de nieuwe sleutels na zijn detentie in ontvangst heeft genomen tezamen met zijn persoonlijke spullen. Voorts lag het vervangen van de sloten ten gevolge van de arrestatie van [huurder] in de risicosfeer van laatstgenoemde. [huurder] was en is derhalve in staat zijn woning te betreden. Voorts heeft [huurder] niet betwist dat hij het onderhoud van de tuin heeft verwaarloosd – hij heeft de foto’s die van de tuin zijn gemaakt door Bergopwaarts niet weersproken – en dat in de woning een grote hoeveelheid papier lag opgeslagen. De toelichting van informant de heer [buren], dat muizen vanuit zijn tuin geen toegang tot de volière hebben, maar dat wel hebben via de tuin van [huurder] omdat [huurder] daar de schutting heeft weggehaald, heeft [huurder] evenmin weersproken.

 

3.4. Op de huurovereenkomst zijn, onweersproken, de algemene voorwaarden van toepassing. [huurder] heeft niet betwist deze ook te hebben ontvangen. De algemene voorwaarden bepalen in artikel 5.3 dat [huurder] zich als goed huurder dient te gedragen. Artikel 5.6. bepaalt voorts – kort gezegd – dat [huurder] ervoor dient te zorgen dat hij geen overlast en hinder veroorzaakt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [huurder] zich dan ook, ingevolge de algemene voorwaarden alsmede ingevolge de artikelen 7:213, 7:214 en 7:217 BW in samenhang met het besluit kleine herstellingen onder punt l en t, ten aanzien van het gebruik en het onderhoud van de gehuurde zaak niet zoals goed huurder betaamt, gedragen. [huurder] heeft zijn verplichting zelf het gehuurde te bewonen geschonden (zie HR 22 juni 2984, NJ 1984,766). Daarnaast heeft hij zijn zorgplicht ten aanzien van de woning geschonden door tijdens zijn afwezigheid geen zorg te dragen voor het onderhoud van de tuin. Evenmin is gesteld noch gebleken dat [huurder] een derde heeft verzocht namens hem de tuin en het gehuurde te onderhouden. Door niet als een goed huurder voor de woning en de tuin te zorgen heeft [huurder] zijn zorgplicht, niet alleen ten aanzien van zijn woning, maar ook ten aanzien van zijn woonomgeving geschonden. Dit laatste blijkt uit de, onweersproken, klachten die omwonenden hebben ingediend bij Bergopwaarts. Ook de door Bergopwaarts in het geding gebrachte foto’s bevestigen dat [huurder] het onderhoud van zijn tuin ernstig heeft verwaarloosd. Een dergelijke verwaarlozing en vervuiling van de tuin, trekt onherroepelijk ongedierte aan dat ook uitzwermt naar de omliggende percelen, met alle gevolgen van dien. De uitspraak van de Hoge Raad van 16 oktober 1992 (HR NJ 1993,167) in acht genomen is [huurder], nu hij overlast heeft bezorgd aan zijn woonomgeving, te kort geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen jegens Bergopwaarts.

 

3.5. Op grond van de hiervoor overwogen toerekenbare tekortkoming – schending van de verplichting het gehuurde zelf te bewonen en schending van de zorgplicht ten aanzien van de woning en de woonomgeving – van [huurder] jegens Bergopwaarts zal de vordering terzake de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde worden toegewezen. Door [huurder] zijn immers géén redenen of omstandigheden aangevoerd anders dan dat hij graag in de woning wil blijven wonen, omdat hij geen andere woning zou hebben. Nu onweersproken [huurder] sinds oktober 2008 niet in de woning heeft verbleven moet het er immers voor worden gehouden dat [huurder] elders onderdak heeft, waarschijnlijk – zoals Bergopwaarts ter comparitie heeft gesuggereerd – bij zijn moeder.

De verzochte veroordeling van [huurder] terzake de pro resto achterstallige huurpenningen (plus rente vanaf het moment van verschuldigdheid) en betaling van toekomstige huurpenningen, althans schadevergoeding voor de periode vanaf 1 oktober 2008 tot aan de daadwerkelijke ontruiming zal eveneens worden toegewezen.

 

3.6. De ontbinding van de huurovereenkomst is een constitutieve uitspraak en kan derhalve naar zijn aard niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, zodat uitvoerbaar verklaring bij voorraad van het vonnis op dit punt achterwege zal blijven. De uitvoeringshandelingen aangaande de ontbinding, zoals de gevorderde ontruiming kunnen wel – net zoals de andere veroordelingen – uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

 

3.7. Als de in het ongelijk gestelde partij zal [huurder] worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

 

4. De beslissing

 

De kantonrechter:

 

A. ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst betreffende de woning en verder onroerende aanhorigheden staande en gelegen te [woonplaats] aan de [straat];

 

B. veroordeelt [huurder] het voornoemde gehuurde binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis met alle zich daarin bevindende personen en zaken te verlaten en te ontruimen en onder afgifte van de sleutels en hetgeen daartoe verder behoort ter vrije en algehele beschikking te stellen van Bergopwaarts, met machtiging van Bergopwaarts om die ontruiming conform artikel 556, lid 1 Rv door een deurwaarder en op kosten van [huurder] te doen bewerkstellingen, desnoods met behulp van de sterke arm van politie en justitie;

 

C1. veroordeelt [huurder] om, tegen deugdelijk bewijs van kwijting, aan Bergopwaarts te voldoen een pro resto bedrag van € 120,14 ter zake huurachterstand, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de dag der opeisbaarheid van dit bedrag tot aan de dag der voldoening;

 

C2. veroordeelt [huurder], om, tegen deugdelijk bewijs van kwijting, aan Bergopwaarts te voldoen een bedrag van € 434,06 per maand voor iedere maand, welke is verstreken en zal verstrijken vanaf 1 oktober 2008 tot aan de dag der daadwerkelijke ontruiming van het gehuurde;

 

D. veroordeelt [huurder], in de kosten van dit geding, aan de zijde van Bergopwaarts tot op heden begroot op € 85,44 ter zake dagvaardingskosten, € 201,= ter zake griffierecht en € 300,= wegens gemachtigdensalaris;

 

E. verklaart dit vonnis, voor zover het de onderdelen B tot en met D betreft, uitvoerbaar bij voorraad.

 

Aldus gewezen door mr. R.R.M. de Moor, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 april 2009, in tegenwoordigheid van de griffier.