Verwijdering schotelantenne en EVRM

LJN: BK4431, Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch , HD 103.004.913

 

Uitspraakzaak nr. HD 103.004.913

 

ARREST VAN HET GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH,

sector civiel recht,

zevende kamer, van 7 juli 2009,

gewezen in de zaak van:

 

De rechtspersoonlijkheid bezittende stichting STICHTING [X.],

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante bij exploot van dagvaarding van 20 maart 2007,

hierna te noemen: [X.],

advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven,

 

tegen:

 

1. [A.],

2. [B.],

beiden wonende te [woonplaats],

geïntimeerden bij gemeld exploot,

hierna gezamenlijk te noemen: [A.] c.s.,  

advocaat: mr. T.M. ten Velde,

 

op het hoger beroep van de door de rechtbank te Breda, sector kanton, locatie Tilburg gewezen vonnissen van 6 december 2006 en 14 februari 2007 tussen [X.] als eiseres en [A.] c.s. als gedaagde.

 

1. Het geding in eerste aanleg (zaak/rolnr. 409840-CV-06-5623)

 

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar het voormelde vonnissen.      

  

2. Het geding in hoger beroep

 

2.1. Bij memorie van grieven met producties heeft [X.] zes grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van de vonnissen waarvan beroep en het hof gevraagd om, opnieuw rechtdoende bij arrest zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – kort gezegd – [A.] c.s. te veroordelen om de aangebrachte schotelantenne te verwijderen en verwijderd te houden, met machtiging van [X.] om thans en in de toekomst tot verwijdering van een in strijd met de richtlijnen aangebrachte schotelantenne over te gaan, met veroordeling van [A.] c.s. in de kosten van het geding in beide instanties.

 

2.2. Bij memorie van antwoord met producties hebben [A.]

c.s. de grieven bestreden.

 

2.3. Partijen hebben hun standpunt schriftelijk bepleit. Zij hebben op elkaars pleitnota gereageerd. [X.] heeft zowel bij haar pleitnota als bij haar reactie op de pleitnota van [A.] c.s. producties overgelegd.

 

2.4. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

 

3. De gronden van het hoger beroep

 

Voor de gronden van het hoger beroep verwijst het hof naar de memorie van grieven.

 

4. De beoordeling

 

4.1. Het gaat in dit hoger beroep om het volgende.

 

4.1.1. [A.] c.s. huren sinds 17 oktober 1994 een etagewoning gelegen op de bovenste etage van een flatgebouw aan de [straatnaam] te [plaatsnaam], met huisnummer [getal].

 

4.1.2. Oorspronkelijk verhuurster was Woonstichting TIWOS; na verwerving van dit complex in 2003 door [X.] is laatstgenoemde verhuurster.

 

4.1.3. De huurovereenkomst bevat onder meer de volgende bepalingen:

9.1 Indien huurder aan het gehuurde veranderingen wil aanbrengen, zal hij daartoe vooraf toestemming van verhuurster moeten hebben verkregen.

Onder het aanbrengen van veranderingen wordt in dit artikel niet alleen verstaan het aan-, bij- of verbouwen en wegbreken, maar ook het aanbrengen van buiten-zonwering, luiken, reclames en dergelijke en het plaatsen van antennes of zendmasten en dergelijke op of aan het gehuurde, en het leggen van parket en plavuizen.

9.2 Verhuurster zal de in het voorgaande lid bedoelde toestemming slechts weigeren te verlenen, als de voorgenomen verandering:

– blijvende schade aan het gehuurde kan toebrengen;

– de verhuurbaarheid in gevaar kan brengen;

– in strijd is met enig wettelijk voorschrift, waaronder begrepen ieder voorschrift van een terzake bevoegde instantie of instelling;

– hinder of overlast voor derden kan veroorzaken.

9.3 Verhuurster kan aan een te verlenen toestemming voorwaarden verbinden met betrekking tot de te gebruiken materialen, de wijze van uitvoering, onderhoud, brand-, storm- en w.a.-verzekering, belastingen, retributies, aansprakelijkheden, het verkrijgen van toestemming van de terzake bevoegde instanties/instellingen, de oplevering bij het einde van de huur enzovoort.

 

4.1.4. [A.] c.s. hebben na het betrekken van de flatwoning een schotelantenne doen plaatsen aan de achterzijde van de woning, uitstekend boven de dakrand en door middel van een stalen pijp met hoekprofielen bevestigd aan het balkon van de woning.

 

4.1.5. In 2005 en 2006 heeft [X.] [A.] c.s. meermalen aangeschreven en gesommeerd om de schotelantenne te verwijderen en verwijderd te houden. [A.] c.s. hebben hieraan uiteindelijk op 30 juni 2006 gevolg gegeven.

 

4.1.6. [X.] heeft [A.] c.s. op 2 augustus 2006 gedagvaard voor de kantonrechter te Tilburg.

Zij vorderde kort gezegd [A.] c.s. te veroordelen om de schotelantenne te verwijderen en verwijderd te houden alsmede [A.] c.s. te verbieden om in de toekomst een schotelantenne te plaatsen zonder toestemming. Tevens vorderde zij voor recht te verklaren dat het aanbrengen van een schotelantenne slechts is toegestaan overeenkomstig de richtlijnen van [X.] en [X.] te machtigen om de aanwezige of de in de toekomst zonder toestemming en in strijd met de richtlijnen van [X.] geplaatste schotelantennes te verwijderen.

 

4.1.7. Na een tussenvonnis, waarbij een descente is gelast, heeft de kantonrechter bij eindvonnis van 14 februari 2007 de vordering(en) van [X.] afgewezen, met veroordeling van [X.] in de kosten.

De kantonrechter overwoog, samengevat, dat het vooralsnog aannemelijk is dat destijds door de voorgangster van [X.] toestemming tot het plaatsen van de schotelantenne is gegeven. Bewijslevering op dit punt kan echter achterwege blijven omdat, naar het oordeel van de kantonrechter, ook in het geval géén toestemming voor het plaatsen van de schotelantenne is verleend, de vorderingen van [X.] niet toewijsbaar zijn omdat in dit specifieke geval het belang van [A.] c.s. bij het uitoefenen van het recht op vrije informatievergaring uit het land van herkomst, zwaarder weegt dan de belangen van [X.] bij het toewijzen van haar vordering waardoor [A.] c.s. de schotel kunnen terugplaatsen op de wijze als voorheen en in afwijking van de richtlijnen van [X.].

 

4.1.8. Na dit vonnis hebben [A.] c.s. de schotelantenne inderdaad weer teruggeplaatst op de wijze als voorheen.

 

4.2. [X.] heeft bij haar schriftelijke reactie op de pleitnota van [A.] c.s. nadere producties in het geding gebracht. Op die producties hebben [A.] c.s. niet meer kunnen reageren zodat het hof die producties niet in de beoordeling betrekt.

 

4.3. Grief I van [X.] richt zich tegen het oordeel van de kantonrechter dat het (vooralsnog) aannemelijk is dat destijds toestemming is verleend voor het plaatsen van een schotelantenne. De grieven II t/m VI hebben betrekking op het oordeel van de kantonrechter dat in deze zaak het belang van [A.] c.s. dient te prevaleren boven het belang van [X.].

 

4.4. Het hof zal allereerst de grieven II t/m VI beoordelen. Indien die grieven falen, dan kan een oordeel over de vraag of al dan niet toestemming is verleend voor het plaatsen van een schotelantenne achterwege blijven.

 

4.5. Het geschil tussen partijen komt er in de kern op neer dat [X.] niet akkoord wenst te gaan met de schotelantenne zoals deze door [A.] c.s. – in strijd met de richtlijnen van [X.] – was en thans weer is geplaatst; [A.] c.s. daartegenover stellen zich op het standpunt (afgezien van het argument dat volgens [A.] c.s. toestemming voor de plaatsing is verleend) dat artikel 10 EVRM, welk artikel eenieder recht geeft op vrijheid van informatievergaring, zich verzet tegen een verbod op plaatsing van de schotelantenne op de wijze zoals dat thans is geschied.

 

4.6. Het hof is, net als de kantonrechter, van oordeel dat een beoordeling van dit geschilpunt dient plaats te vinden aan de hand van een afweging van de belangen van partijen. Beoordeeld dient te worden of het belang dat [X.] heeft bij handhaving van het door haar ontwikkelde beleid ten aanzien van het toestaan van schotelantennes zo gewichtig is dat de beperking van de vrije informatiever- garing zoals deze in het onderhavige geval plaatsvindt, gerechtvaardigd is (in deze zin: HR 3 november 1989, NJ 1991,168).

 

4.7. [X.] hanteert sinds een aantal jaren uniforme richtlijnen voor het toestaan van schotelantennes op haar huurwoningen. Toestemming voor het plaatsen van schotelantennes wordt slechts verleend als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

– Een schotelantenne mag niet buiten de gevel of het balkonhek uitsteken.

– U mag geen (schotel)antennes op het dak van een flat, woning of berging plaatsen, omdat u daarmee de dakpannen of andere dakbedekking kunt beschadigen. Ook mag u de antenne niet in gemeenschappelijke ruimten plaatsen.

– Bij het bevestigen van de schotelantenne mag geen onherstelbare schade of schade die slechts moeizaam of op een kostbare wijze te herstellen is ontstaan.

– De antenne moet goed vastgemaakt worden, zodat er geen gevaar voor omwonenden kan ontstaan, bijvoorbeeld bij storm.

– Tenslotte mag de (schotel)antenne niet meer dan 1 meter doorsnede zijn en moet een matte kleur hebben, zodat het zonlicht niet weerkaatst wordt.

Volgens [X.] was zij genoodzaakt om deze regels te ontwikkelen omdat zij werd geconfronteerd met een toenemende wildgroei van schotels aan huurwoningen, ook aan flatwoningen. Dit leidt tot ontsiering en verminderd aanzien van de gebouwen. Tevens is er sprake van risico’s op schade aan gebouwen en op gevaarlijke situaties voor personen.

[X.] wijst er op dat het flatgebouw aan de [straatnaam] waarin [A.] c.s. woonachtig zijn, uit 99 flatwoningen bestaat waarin voor het merendeel mensen van allochtone afkomst wonen en dat er sprake is van een groot aantal verschillende nationaliteiten. Volgens [X.] zou handhaving van de onderhavige schotelantenne van [A.] c.s. een precedent opleveren waarop meerdere bewoners, die in een vergelijkbare situatie verkeren, zich zouden kunnen beroepen.

 

4.8. [A.] c.s. hebben hiertegenover als hun belang aangevoerd dat zij afkomstig zijn uit Bosnië en voor het Bosnische TV-journaal afhankelijk zijn van een schotelantenne. Plaatsing van de schotelantenne binnen het balkon zoals de regels van [X.] vereisen, biedt geen oplossing omdat de ontvangst van de Bosnische TV niet mogelijk is. Plaatsing van de schotelantenne boven de dakrand van het gebouw is noodzakelijk voor ontvangst.

Volgens [A.] c.s. maakt [X.] zich, door de geplaatste schotelantenne niet toe te staan, een ontoelaatbare inbreuk op hun vrijheid van informatievergaring als bedoeld in artikel 10 EVRM.

Volgens [A.] c.s. is de schotelantenne professioneel geplaatst en is er geen sprake van ontsiering, schade of gevaar voor de omgeving.

 

4.9. Het hof komt tot een andere belangenafweging dan de kantonrechter.

[X.] heeft niet weersproken gesteld dat zij een woningbestand heeft van 18.000 huurwoningen in de sociale sector en dat zij de afgelopen jaren is geconfronteerd met een wildgroei van schotelantennes in woningcomplexen als de onderhavige [naam flatgebouw], een flatgebouw met 99 flatwoningen waarin mensen woonachtig zijn met een grote diversiteit aan nationaliteiten.

Evenmin is weersproken dat [X.] er belang bij heeft om die wildgroei tegen te gaan. Dat belang is met name gelegen in het tegengaan van ontsiering en verminderd aanzien en het voorkomen van risico’s op schade en gevaar voor personen.

Om de problematiek van de schotelantennes te reguleren heeft [X.] uniforme richtlijnen ontwikkeld zoals hiervoor onder 4.7 is weergegeven. Ingevolge artikel 9.3 van de algemene voorwaarden bij de huurovereenkomst is [X.] gerechtigd aan het plaatsen van schotelantennes voorwaarden te verbinden zoals in de uniforme richtlijnen is geschied.

 

4.10. [A.] c.s stellen weliswaar dat in hun geval van ontsiering, schade of gevaar voor de omgeving geen sprake is, maar – afgezien van het feit dat die stelling door [X.] wordt betwist – acht het hof dit argument niet van doorslaggevend belang. Evident is immers dat het gedogen van de onderhavige schotelantenne, zulks in afwijking van het door [X.] geformuleerde beleid, een precedent zou opleveren dat mensen die in een vergelijkbare situatie als [A.] c.s. verkeren, aanleiding zal geven om ook te willen afwijken van de uniforme regels. Daarmee zou het beleid van [X.] om wildgroei tegen te gaan worden ondergraven. Naar het oordeel van het hof heeft [X.] voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een groot belang heeft bij handhaving van dit beleid.

Het hof laat in deze zaak ook nog meewegen dat door [X.] onweersproken is gesteld dat het, voor het plaatsen van de onderhavige schotelantenne en voor het plegen van onderhoud en reparaties daaraan, noodzakelijk is om het dak van het flatgebouw te betreden en dat dit kan lijden tot schade aan het dak.

 

4.11. Tegenover dit belang van [X.] staat het belang van [A.] c.s. om gevrijwaard te blijven van een beperking van hun recht op vrije nieuwsvergaring uit Bosnië, het land waaruit zij afkomstig zijn.

Het hof overweegt hieromtrent allereerst dat van een volledige onmogelijkheid van nieuwsgaring uit Bosnië geen sprake is. Plaatsing van een schotelantenne conform de richtlijnen van [X.] betekent slechts dat de ontvangst van TV-uitzendingen uit Bosnië niet tot de mogelijkheden behoort. Nieuwsvoorziening via radio, internet, kranten en tijdschriften blijft voor [A.] c.s. mogelijk. Zij stellen weliswaar dat zij niet de beschikking hebben over een PC en dus geen gebruik kunnen maken van internet, maar het hof acht onvoldoende onderbouwd dat deze wijze van informatievoorziening voor [A.] c.s. niet tot de mogelijkheden zou kunnen gaan behoren.

Met betrekking tot het argument van [A.] c.s. dat geïntimeerde sub 2 belang heeft bij het volgen van het Bosnische TV-journaal met het oog op de verwerking van een posttraumatisch stresssyndroom, overweegt het hof dat deze stelling op geen enkele wijze is onderbouwd, zodat [A.] c.s. op dit punt niet aan hun stelplicht hebben voldaan. Het hof laat dit argument dan ook niet meewegen.

 

4.12. Het hof acht, gegeven de beperkte inbreuk op de vrijheid van informatievergadering als waarvan hier sprake is, het belang van [X.] bij handhaving van het door haar ontwikkelde beleid met betrekking tot de plaatsing van schotelantennes van zodanig gewicht dat toewijzing van de vorderingen van [X.] in beginsel gerechtvaardigd is.

 

4.13. Dat er jegens [A.] c.s. sprake zou zijn van willekeur omdat aan andere huurders van [X.] wél wordt toegestaan om af te wijken van de regels, is door [X.] betwist en naar het oordeel van het hof onvoldoende onderbouwd, zodat deze stelling wordt verworpen.

 

4.14. Voor toewijzing van de vorderingen van [X.] is geen plaats, indien de stelling van [A.] c.s. juist is dat hen door Woonstichting TIWOS, de rechtsvoorgangster van [X.], toestemming is verleend om de onderhavige schotelantenne te plaatsen.

Anders dan de kantonrechter is het hof van oordeel dat de feiten en omstandigheden in de onderhavige zaak geen aanleiding geven om vooralsnog bewezen te achten dat die toestemming inderdaad is verleend.

Ingevolge artikel 150 Rv. ligt de bewijslast van de beweerdelijk verleende toestemming bij [A.] c.s. Zij hebben aangeboden hun stelling te bewijzen en het hof zal hen tot die bewijslevering toelaten.

 

4.15. [A.] c.s. hebben als verweer tegen de vorderingen van [X.] ook nog een beroep gedaan op verjaring en rechtsverwerking.

 

4.16. Naar het oordeel van het hof faalt het beroep op verjaring reeds omdat [A.] c.s. na herhaalde aanmaningen van [X.] de schotelantenne op 30 juni 2006 hebben verwijderd. Tenzij vast zou komen te staan dat de schotelantenne met toestemming van TIWOS is geplaatst, hebben [A.] c.s. hiermee – ondanks een eventueel verkregen verjaring – niet anders gedaan dan waartoe zij jegens [X.] verplicht waren. Naar het oordeel van het hof heeft [X.] het handelen van [A.] c.s. in die zin mogen opvatten.

De omstandigheid dat [A.] c.s. na het voor hen gunstige vonnis van de kantonrechter d.d. 14 februari 2007 de schotelantenne opnieuw hebben geplaatst, doet aan het voorgaande niet af. Met het herplaatsen van de schotel, na het eindvonnis van de kantonrechter, is een nieuwe situatie ontstaan. Het is aan deze nieuw ontstane situatie (en aan eventuele herplaatsing in de toekomst) waaraan [X.] met haar rechtsvordering een einde wil maken.

 

4.17. Op het verweer van [A.] c.s. dat in dit geval sprake is van rechtsverwerking zal het hof beslissen na het getuigenverhoor.

 

5. De uitspraak

 

Het hof:

 

laat [A.] c.s toe te bewijzen dat door Woonstichting TIWOS, de rechtsvoorgangster van [X.], toestemming is verleend voor de plaatsing van de schotelantenne als door [A.] aangebracht;

 

bepaalt, voor het geval [A.] c.s. bewijs door getuigen willen leveren, dat getuigen zullen worden gehoord ten overstaan van mr. N.J.M. van Etten als raadsheer-commissaris, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te ’s Hertogenbosch op een door deze te bepalen datum;

 

verwijst de zaak naar de rolzitting van 14 juli 2009 voor opgave van het aantal getuigen en van de verhinderdata van partijen zelf, hun raadslieden en de getuige(n) in de maanden september en oktober 2009;

 

bepaalt dat de advocaat van [A.] c.s. bij zijn opgave op genoemde rolzitting een fotokopie van het procesdossier zal overleggen;

 

bepaalt dat de raadsheer-commissaris na genoemde rolzitting dag en uur van het getuigenverhoor zal vaststellen;

 

bepaalt dat de advocaat van [A.] c.s. tenminste zeven dagen voor het verhoor de namen en woonplaatsen van de te horen getuigen zal opgeven aan de wederpartij en aan de civiele griffie van het hof;

 

houdt iedere verdere beslissing aan.

 

Dit arrest is gewezen door mrs. Van Etten, Den Hartog Jager en Kleijngeld en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 7 juli 2009.