Voorlopige voorz toewijzing woning

LJN: BD5582, Rechtbank ‘s-Gravenhage , FA RK 08-4313

 

Uitspraak

RECHTBANK ’S-GRAVENHAGE

 

 

Sector Familie- en Jeugdrecht

Enkelvoudige Kamer

 

Voorlopige voorzieningen

rekestnummer: FA RK 08-4313

zaaknummer: 312522

datum beschikking : 26 juni 2008

 

BESCHIKKING op het op 4 juni 2008 ingekomen verzoek van:

 

[de man],

de man,

wonende te [woonplaats],

procureur: mr. L.C. Blok.

 

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

 

[de vrouw],

de vrouw,

wonende te [woonplaats],

procureur: mr. P.A. Beekman.

 

 

PROCEDURE

 

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

– het verzoekschrift;

– het verweerschrift tevens verzoekschrift;

– het faxbericht d.d. 11 juni 2008 met bijlagen van de zijde van de man.

 

Op 12 juni 2008 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man met mr. M.G. Evers, kantoorgenoot van zijn procureur, alsmede de vrouw met haar procureur. Van de zijde van de man zijn nadere stukken overgelegd.

 

VERZOEK EN VERWEER

 

De man verzoekt te bepalen dat hij bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning te [woonplaats] aan de [adres], een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

 

De vrouw verzoekt primair het verzoek van de man af te wijzen, althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in goede justitie redelijk acht.

 

Subsidiair en als zelfstandig verzoek verzoekt de vrouw:

I. te bepalen dat zij met uitsluiting van de man en samen met de kinderen [X] en [Y] gerechtigd is tot het bewonen van de echtelijke woning te [woonplaats] aan de [adres] en het gebruik van de bij de woning en tot de inboedel daarvan behorende zaken met bevel aan de man deze (te verlaten en) niet meer te betreden, met machtiging aan de vrouw dit bevel desnoods met behulp van de sterke arm van politie en justitie ten uitvoer te leggen;

II. te bepalen dat de man aan de vrouw voor haar levensonderhoud zal betalen € 400,- per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen,

althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in goede justitie redelijk acht, een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.

 

FEITEN

 

Partijen zijn op [datum] te [woonplaats] met elkander gehuwd en de ouders van twee thans meerderjarige kinderen, te weten [X] en [Y].

 

BEOORDELING

 

Het verzoek van de man

 

De vrouw stelt dat het veel te vroeg is om na een huwelijk van dertig jaar en enkel op basis van een incident te besluiten tot echtscheiding en het treffen van voorlopige voorzieningen.

 

Ter terechtzitting heeft de man te kennen gegeven dat hij op [datum] 2008 een afspraak heeft met een relatietherapeut waarvoor hij de vrouw wil uitnodigen. Ter terechtzitting heeft de vrouw verklaard haar medewerking te zullen verlenen aan de relatietherapie. Dit laat onverlet dat de man het onderhavige verzoek wenst te handhaven, aangezien het naar zijn mening noodzakelijk is dat er een voorlopige voorziening wordt getroffen ten aanzien van het gebruik van de echtelijke woning.

 

Gebruik echtelijke woning

 

De man stelt belang te hebben bij het voorlopig uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. Daartoe voert de man onder meer het volgende aan. Vanwege de opgelopen spanningen heeft de man de echtelijke woning op 19 mei 2008 verlaten. Sedertdien verblijft hij tijdelijk bij zijn zus. Sinds kort verblijft [X] daar eveneens. Zij beschikken tezamen over een kleine kamer. Deze situatie is onhoudbaar. Nu de man niet over andere vervangende woonruimte beschikt, wenst hij voorlopig – bij uitsluiting van de vrouw – in de echtelijke woning terug te keren. Daar komt bij dat zowel [X] als [Y] hebben verklaard dat zij met hun vader in de echtelijke woning willen verblijven. De man verwijst naar de overgelegde verklaringen. De man merkt voorts op dat de verhouding tussen de vrouw en de kinderen niet goed is. De vrouw zet hen onder druk en er is sprake van onderlinge conflicten. [X] heeft bovendien een spraak- en taalachterstand, waarvoor hij hulp nodig heeft.

 

De vrouw stelt eveneens belang te hebben bij het voorlopig gebruik van de echtelijke woning. In tegenstelling tot de man die bij één van zijn zussen kan verblijven, beschikt zij niet over vervangende woonruimte. Bovendien lijdt zij aan reuma, waardoor zij beperkt wordt in haar bewegingsvrijheid en in haar mogelijkheid om andere geschikte woonruimte te vinden. Ten aanzien van de kinderen stelt de vrouw dat [X] de echtelijke woning op 18 mei 2008 heeft verlaten. Hoewel hij te kennen heeft gegeven niet te willen terugkeren naar de echtelijke woning, is de vrouw bereid hem wederom in de echtelijke woning op te nemen. [Y] is nog steeds woonachtig in de echtelijke woning, hetgeen goed verloopt. Het is echter niet uitgesloten dat [Y] de echtelijke woning binnenkort zal verlaten, aangezien zij in aanmerking komt voor een portiekflat in [P]. De vrouw merkt voorts op dat beide kinderen meerderjarig zijn, een vaste relatie hebben en banen hebben waarmee zij in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. De kinderen wensen in elk geval geen partij te kiezen. Bovendien heeft [X] een taal- en begripstoornis. Aan de overgelegde verklaringen van de kinderen kan dan ook geen waarde worden gehecht, aldus de vrouw.

 

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld welke partij het meeste belang heeft bij het voorlopig uitsluitend gebruik van de echtelijke woning.

 

De rechtbank stelt voorop dat, hoewel de kinderen van partijen inmiddels meerderjarig zijn, zij tot op heden onderdeel hebben uitgemaakt van het gezin van partijen, zodat hun positie bij de belangenafweging in aanmerking zal worden genomen.

 

De rechtbank overweegt dat [X] en [Y], blijkens de door de man overgelegde verklaringen, te kennen hebben gegeven voorlopig met hun vader in de echtelijke woning te willen verblijven. De rechtbank volgt de vrouw niet in haar stelling dat aan deze verklaringen geen waarde kan worden gehecht. Immers, de kinderen van partijen zijn meerderjarig en niet is gebleken dat [X] vanwege zijn spraak- en taalachterstand niet heeft begrepen wat hij (schriftelijk) heeft verklaard.

 

De rechtbank neemt voorts in aanmerking dat met name de vrouw en [X] niet goed met elkaar lijken te kunnen opschieten en dat [X] momenteel veel steun van zijn vader ondervindt, ook in verband met zijn taal- en spraakachterstand.

 

De rechtbank overweegt voorts dat de vrouw weliswaar onweersproken naar voren heeft gebracht dat zij geen vervangende woonruimte heeft, doch van bestendige vervangende woonruimte aan de zijde van de man is evenmin gebleken. Op dit moment verblijven de man en [X] immers bij een zus van de man op een kleine kamer. Dat de man en [X] tijdelijk elders zouden kunnen verblijven, is evenmin gebleken. Voorts is het vooralsnog onzeker of [Y] in een portiekflat in [P] zal gaan wonen. Hoewel zij bovenaan de wachtlijst staat en derhalve eerste keus heeft, heeft de man onweersproken naar voren gebracht dat zij de huurpenningen van die woning niet kan betalen.

 

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de man en de kinderen gezamenlijk meer belang hebben bij het gebruik van de echtelijke woning dan de vrouw.

 

De rechtbank zal het verzoek van de man derhalve in zoverre toewijzen en dat van de vrouw afwijzen.

 

Partneralimentatie

 

Behoefte

 

De behoefte van de vrouw aan een financiële bijdrage van de man staat als niet weersproken vast.

 

Draagkracht

 

De man stelt onvoldoende draagkracht te hebben om de verzochte partneralimentatie te kunnen voldoen.

 

Uit de ter terechtzitting overgelegde salarisspecificaties blijkt dat er op het loon van de man beslag is gelegd en dat hij ongeveer € 1.000,- netto per maand overhoudt. Nu ter terechtzitting is gebleken dat dit loonbeslag betrekking heeft op bestaande (huwelijkse) schulden, waarvan de hoogte tenminste € 8.600,- bedraagt, is de rechtbank van oordeel dat de huidige draagkracht van de man geen ruimte laat voor het vaststellen van een uitkering tot levensonderhoud aan de vrouw.

 

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de vrouw in zoverre afwijzen.

 

Proceskosten

 

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten te compenseren als hierna vermeld.

 

BESLISSING

 

De rechtbank:

 

bepaalt, dat de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning te [woonplaats] aan de [adres];

 

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

 

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

 

wijst af het meer of anders verzochte.

 

Deze beschikking is gegeven door mr. I. Obbink-Reijngoud, bijgestaan door mr. L.F.A. Bos als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 juni 2008.