Warmtebesluit
Geldend van 01-01-2014 t/m heden

Tekst op 9 juli 2019 van Overheid.nl gehaald.

Warmtebesluit
Geldend van 01-07-2019 t/m heden
Besluit van 10 september 2013, houdende regels ter uitvoering van de Warmtewet (Warmtebesluit)
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 31 januari 2011, nr. WJZ / 11014240;
Gelet op de artikelen 5, vijfde lid, 6, tweede lid, 10, tweede lid, 12a, derde lid, en 20 van de Warmtewet;
De Afdeling Advisering van de Raad van State gehoord (advies van 28 april 2011, nr. W 15.11.0025/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 5 september 2013, nr. WJZ / 13132674;
Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
– aanvrager: degene die een vergunning voor de levering van warmte aanvraagt;
– vergunning: de vergunning, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet;
– warmte koude systemen: systemen als bedoeld in artikel 1a, tweede lid;
– wet: de Warmtewet.

2. De in dit besluit en de daarop berustende bepalingen bedoelde tarieven en bedragen zijn inclusief BTW.

§ 2. Niet meer dan anders
Artikel 1a
[Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden] Artikel 2
De maximumprijs voor de levering van warmte bestaat uit een gebruiksafhankelijk en gebruiksonafhankelijk deel en wordt vastgesteld met inachtneming van de formule:
Pmaxw = VKw + Pw * Ww
waarbij:
Pmaxw = de maximumprijs voor de levering van warmte in het jaar t;
VKw = de vaste kosten in het jaar t, uitgedrukt in euro;
Pw = de variabele kosten in het jaar t, uitgedrukt in euro per gigajoule;
Ww = het jaarverbruik van de warmteverbruiker, uitgedrukt in gigajoule.

Artikel 3
1. Het vaste deel wordt vastgesteld met inachtneming van de formule:
VKw = VKg + ΔGK
en
ΔGK = GKg – GKw – Ke
waarbij:
VKw = de vaste kosten in het jaar t;
VKg = de jaarlijkse vaste kosten van het transport, de levering en de aansluiting van gas, bestaan uit:
a. het gemiddelde van de vaste tarieven voor gaslevering van de bekende overeenkomsten tussen leverancier en verbruiker voor éénjaarscontracten met vaste prijs op basis van het G1 tarief van de drie grootste Nederlandse gasleveranciers, voor het jaar t,
b. het gewogen gemiddelde van de transportonafhankelijke verbruikerstarieven voor afnemers met een G6 aansluitingen van de netbeheerders van de gastransportnetten niet zijnde de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, voor het jaar t,
c. het gewogen gemiddelde van de transportafhankelijke verbruikerstarieven voor de G6 aansluitingen van de netbeheerders van gastransportnetten niet zijnde de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, voor het jaar t, en
d. het gewogen gemiddelde van de periodieke aansluittarieven voor de G6 aansluitingen van de netbeheerders van gastransportnetten, niet zijnde de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, voor het jaar t;

ΔGK = het verschil in gebruikskosten; het verschil tussen de gebruikskosten bij het gebruik van gas als energiebron en de gebruikskosten bij het gebruik van warmte als energiebron;
GKg = de gebruikskosten bij gas, bestaande uit:
a. de kapitaalslasten van een cv-ketel; jaarlijkse afschrijvingslasten op basis van een lineaire afschrijving en vermogensvergoeding op basis van gemiddelde resterende levensduur en reële vermogenskostenvoet,
b. de onderhoudskosten op basis van een jaarlijks onderhoudscontract,
c. de meetkosten op basis van het gewogen gemiddelde van de meettarieven voor G6 aansluitingen van de gasmeter van de netbeheerders van de gastransportnetten niet zijnde de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, voor het jaar t;

GKw = de gebruikskosten bij warmte, bestaande uit;
a. de kapitaalslasten van een warmtewisselaar; jaarlijkse afschrijvingslasten op basis van een lineaire afschrijving en vermogensvergoeding op basis van gemiddelde resterende levensduur en reële vermogenskostenvoet
b. de onderhoudskosten op basis van een jaarlijks onderhoudscontract,
c. de meetkosten op basis van het gewogen gemiddelde van de meettarieven voor G6 aansluitingen van de gasmeter van de netbeheerders van de gastransportnetten niet zijnde de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, voor het jaar t;

Ke = de meerkosten van elektrisch koken.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere eisen worden gesteld aan de elementen, genoemd in het eerste lid.

Artikel 4
1. Het variabele deel wordt vastgesteld met inachtneming van de formule:

Bijlage 252362.png

waarbij:
Pw = de variabele kosten in het jaar t, uitgedrukt in euro per gigajoule;
Pg = de gemiddelde gebruiksafhankelijke gasprijs op basis van het gemiddelde van het gebruiksafhankelijke deel van de overeenkomsten tussen leverancier en verbruiker van de bekende éénjaarscontracten met vaste prijs op basis van het G1 tarief van de drie grootste Nederlandse gasleveranciers inclusief energiebelasting en de opslag duurzame energie, voor het jaar t, uitgedrukt in euro per m3;
CVg = de bovenwaarde van de verbrandingswaarde van aardgas: 0,03517 GJ / Nm3;
η = het brandstofrendement van de warmteproductie.
2. Het brandstofrendement van de warmteproductie wordt vastgesteld met inachtneming van de formule:

Bijlage 252363.png

waarbij:
η = het brandstofrendement van warmteproductie;
energieg = energetische waarde van aardgasgebruik in de gaswoning.
3. De energetische waarde van aardgasgebruik in de gaswoning wordt vastgesteld met inachtneming van de formule:

Bijlage 252364.png

waarbij:
VR = warmtevraag voor ruimteverwarming als percentage van de totale warmtevraag;
VT = warmtevraag voor warm tapwater als percentage van de totale warmtevraag;
LVR = procentuele leidingverlies bij ruimteverwarming;
LVT = procentuele leidingverlies bij tapwater;
ηruimte = gemiddeld opwekrendement voor ruimteverwarming;
ηtap = taprendement.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere eisen worden gesteld aan de elementen, genoemd in het eerste lid, en worden de elementen, genoemd in het derde lid, vastgesteld.

Artikel 4a
[Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden] Artikel 5
De aansluitbijdrage voor een aansluiting op een bestaand warmtenet die door een leverancier bij een verbruiker of ontwikkelaar in rekening wordt gebracht is maximaal gelijk aan het gewogen gemiddelde tarief dat de Autoriteit Consument en Markt vaststelt voor het verzorgen van een aansluiting voor een G6 aansluiting voor gas, bedoeld in artikel 81c, eerste lid, van de Gaswet.

Artikel 5a
[Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden]

Artikel 5b
[Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden]

§ 2a. Informatie over tarieven en voorwaarden voor een aanbod als bedoeld in artikel 5a, eerste lid, van de wet
Artikel 5c
1. De leverancier baseert ieder aanbod als bedoeld in artikel 5a, eerste lid, van de wet op de persoonlijke situatie van de verbruiker en voorziet een verbruiker voor ieder aanbod van transparante informatie over de tarieven en voorwaarden voor levering en transport van warmte die de verbruiker in staat stelt de verschillende aanbiedingen met elkaar te vergelijken.
2. Bij ieder ander aanbod dan het aanbod om warmte geleverd te krijgen tegen ten hoogste de maximumprijs, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet wijst de leverancier de verbruiker er schriftelijk en in begrijpelijke taal op dat de verbruiker gedurende de looptijd van de overeenkomst afziet van de bescherming van artikel 5, eerste lid, van de wet.
3. De transparante informatie over de tarieven en voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, omvat in ieder geval informatie over:
a. de looptijd van de overeenkomst;
b. de omschrijving van hetgeen er geleverd wordt;
c. de prijs waarvoor geleverd wordt;
d. de wijze van het opzeggen van de overeenkomst;
e. de opzegtermijn, en
f. de gevolgen van het aflopen van de overeenkomst.

4. Indien een overeenkomst voor bepaalde tijd afloopt wordt de overeenkomst van rechtswege omgezet in een overeenkomst waarbij warmte geleverd wordt tegen ten hoogste de maximumprijs, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet, tenzij anders overeengekomen op basis van een nieuw aanbod als bedoeld in artikel 5a, eerste lid, van de wet.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over:
a. het bepalen van de persoonlijke situatie van de verbruiker, bedoeld in het eerste lid, en
b. de transparante informatie over de tarieven en voorwaarden, bedoeld in het derde lid.

§ 3. Facturering, boekhouding en jaarrekening
Artikel 5d
De termijn waarbinnen een leverancier een verbruiker een nota als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de wet verstrekt bedraagt ten hoogste 6 weken:
a. na afloop van het jaar waar de nota betrekking op heeft, in de gevallen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de wet, en
b. na de dag van beëindiging van de leveringsovereenkomst, in de gevallen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, van de wet.

Artikel 6
1. De afzonderlijke boekhouding, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de wet, bevat in ieder geval:
a. een balans,
b. een winst- en verliesrekening, en
c. een toelichting op de gebruikte regels voor de afschrijving.

2. De vergunninghouder geeft in zijn boekhouding aan:
a. welke huurkosten voor verschillende typen afleversets, warmtewisselaars en warmtemeters bij een verbruiker in rekening zijn gebracht, en
b. welke methoden en criteria bij het opstellen van de boekhouding zijn gehanteerd.

Artikel 7
Het jaarverslag, bedoeld in artikel 12a, tweede lid, van de wet, bevat in ieder geval:
a. het aantal aansluitingen op de warmtenetten van de vergunninghouder,
b. het aantal geleverde gigajoules,
c. de naar vaste kosten en variabele kosten gesplitste inkoopkosten per gigajoule,
d. het geïnvesteerd vermogen,
e. de naar tariefcomponenten gesplitste opbrengsten,
f. de afschrijvingslasten,
g. de onderhoudslasten, en
h. het resultaat.

Artikel 8
1. In de toelichting op de jaarrekening wordt iedere producent van warmte waarmee de leverancier een overeenkomst heeft gesloten, vermeld. Daarbij wordt tevens per bedrijf het aantal van die overeenkomsten gemeld.
2. Indien een leverancier niet reeds uit hoofde van een wettelijke verplichting zijn jaarrekening of een daarmee overeenkomend financieel overzicht openbaar maakt, legt hij die jaarrekening of dat overzicht voor een ieder ter inzage op het kantoor van zijn hoofdvestiging.
3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inrichting van de boekhouding, de jaarrekening en het jaarverslag.

§ 4. Vergunningverlening
Artikel 9
1. Een aanvraag voor een vergunning wordt ingediend bij de Autoriteit Consument en Markt.
2. De aanvraag voor een vergunning bevat in aanvulling op artikel 4:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht:
a. een overzicht en een beschrijving van de door de aanvrager te exploiteren warmtenetten,
b. een recente jaarrekening of een openingsbalans, welke is voorzien van een accountantsverklaring,
c. een recente verklaring van de rechtbank op basis van de registers, bedoeld in de artikelen 19 en 222a van de Faillissementswet, waaruit blijkt dat de aanvrager niet in staat van faillissement verkeert en dat de aanvrager geen surseance van betaling is verleend,
d. een beschrijving van de organisatie van de aanvrager, waarin in ieder geval is opgenomen de voorziene administratieve organisatie, met inbegrip van de financiële administratie, en de interne en externe controle hierop,
e. een prognose van de warmtevraag van de verbruikers en een beschrijving van de wijze waarop aan deze vraag tegemoet wordt gekomen,
f. een beschrijving van de juridische structuur van de groep, bedoeld in artikel 24b, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, voorzien van een organogram, waarin per rechtspersoon en vennootschap wordt aangegeven wie daarin de zeggenschap uitoefent en wie gerechtigd is tot het resultaat,
g. voorbeelden van alle door de aanvrager gehanteerde offertes en overeenkomsten voor verbruikers met de hierbij behorende algemene voorwaarden,
h. de door de aanvrager gehanteerde klachten- en geschillenregeling voor verbruikers.

3. De bescheiden, bedoeld in het tweede lid, worden niet aan de Autoriteit Consument en Markt overgelegd indien deze bij haar reeds beschikbaar zijn.
4. De aanvrager beschikt over de benodigde organisatorische, financiële en technische kwaliteiten indien ten minste:
a. de aanvrager over een goede administratieve organisatie, met inbegrip van de financiële administratie, en over een goede interne of externe controle hierop beschikt,
b. de aanvrager niet in staat van faillissement verkeert,
c. de aanvrager geen surseance van betaling is verleend, en
d. de aanvrager beschikt over een doeltreffend systeem voor de beheersing van de kwaliteit van zijn te leveren goederen en diensten.

Artikel 10
1. De vergoedingen die verschuldigd zijn op grond van artikel 20, eerste lid, van de wet bestaan uit een vast bedrag.
2. Het vaste bedrag wordt vastgesteld bij ministeriële regeling.
§ 4a. Overleg over toegang voor producenten tot warmtenetten
Artikel 10a
1. Een verzoek als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet wordt door een producent schriftelijk ingediend bij de netbeheerder en de leverancier en bevat ten minste de volgende informatie:
a. de naam en het adres van de producent;
b. wie er optreedt als contactpersoon namens de producent en wat de contactgegevens van de contactpersoon zijn;
c. op welk warmtenet of welke warmtenetten het verzoek betrekking heeft, en
d. het verwachte leveringsprofiel per warmtenet waarop het verzoek betrekking heeft.

2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent het leveringsprofiel, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d.

Artikel 10b
De netbeheerder en de leverancier verschaffen de producent de informatie, bedoeld in artikel 21, tweede en derde lid, van de wet, binnen twee maanden na indiening van een verzoek als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet, door de producent.
Artikel 10c
De producent, netbeheerder en de leverancier treden binnen 2 maanden na ontvangst van het verzoek van de producent, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet, in overleg over:
a. toegang voor de producent tot het warmtenet van de netbeheerder ten behoeve van transport van warmte, of
b. afname van de door de producent geproduceerde warmte door de leverancier.

§ 5. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 11
[Wijzigt het Besluit huurprijzen woonruimte.]

Artikel 11a
[Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden]

Artikel 12
Dit besluit wordt aangehaald als: Warmtebesluit.

Artikel 13
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 10 september 2013
Willem-Alexander

De Minister van Economische Zaken,
H.G.J. Kamp

Uitgegeven de de zevenentwintigste september 2013

De Minister van Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten