Tekst van Overheid.nl van 9 juli 2019.

Warmtewet
Geldend van 01-07-2019 t/m heden
Wet van 17 juni 2013, houdende regels omtrent de levering van warmte aan verbruikers (Warmtewet)
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, omwille van de bescherming van de verbruikers, met inachtneming van het belang van een betrouwbaar, duurzaam, milieuhygiënisch verantwoord en een doelmatig functioneren van de warmtevoorziening een regeling tot stand te brengen met betrekking tot de levering van warmte aan verbruikers;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
§ 1.1. Begripsbepalingen
Artikel 1
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
– aansluiting: een individuele of centrale aansluiting;
– afleverset voor warmte: installatie waarmee ten behoeve van warmtelevering aan een verbruiker energieoverdracht plaatsvindt tussen een warmtenet en een binneninstallatie of een inpandig leidingstelsel;
– Autoriteit Consument en Markt: de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;
– bindende gedragslijn: een zelfstandige last die niet wegens een overtreding wordt opgelegd;
– binneninstallatie: leidingen, installaties en hulpmiddelen, niet zijnde de afleverset voor warmte of de meetinrichting, die zijn gelegen in een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a en c tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken van een verbruiker en bestemd voor toe- en afvoer van warmte ten behoeve van die onroerende zaak, met uitzondering van leidingen, installaties en hulpmiddelen die strekken tot doorlevering van warmte naar een andere onroerende zaak, waarbij de binneninstallatie aan de zijde van het warmtenet of het inpandig leidingstelsel is afgegrensd door:
i. de hoofdafsluiters waar de individuele afleverset gekoppeld is aan het warmtenet of het inpandig leidingstelsel, of
ii. indien er geen hoofdafsluiters aanwezig zijn, een in de warmteleveringsovereenkomst overeen te komen fysiek aanwijsbaar punt;
– centrale aansluiting: leidingen bestemd voor het transport van warmte bestemd voor verbruikers aangesloten op het inpandig leidingstelsel, gelegen tussen het warmtenet en het inpandig leidingstelsel, waarbij de centrale aansluiting:
i. aan de zijde van het inpandig leidingstelsel is afgegrensd door:
– de hoofdafsluiters waaraan de collectieve afleverset voor warmte of het inpandig leidingstelsel gekoppeld is, of
– indien er geen hoofdafsluiters aanwezig zijn, een in de warmteleveringsovereenkomst overeen te komen fysiek aanwijsbaar punt, en
ii. aan de zijde van het warmtenet is afgegrensd door:
– de aftakking van het warmtenet, waarna de leidingen en daaraan verbonden hulpmiddelen bestemd zijn voor het transport van warmte naar het inpandig leidingstelsel, of
– indien er geen aftakking aanwezig is, een in de warmteleveringsovereenkomst overeen te komen fysiek aanwijsbaar punt.
– collectieve afleverset voor warmte: een afleverset voor warmte waarmee ten behoeve van warmtelevering aan verbruikers energieoverdracht plaatsvindt tussen een warmtenet en een inpandig leidingstelsel;
– garantie van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen: gegevens op een rekening die betrekking hebben op warmte uit hernieuwbare energiebronnen en waarmee wordt aangetoond dat een producent met zijn installatie een hoeveelheid warmte uit hernieuwbare energiebronnen heeft opgewekt;
– gebouweigenaar: de eigenaar van een gebouw of, in het geval van gedeeld eigendom, de eigenaars verenigd in een vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm;
– hernieuwbare energiebronnen: hernieuwbare energiebronnen als bedoeld in artikel 2 van de richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (Pb EU 2009, L 140);
– individuele aansluiting: één of meer leidingen en daarmee verbonden hulpmiddelen bestemd voor transport van warmte tussen een binneninstallatie van een individuele verbruiker en een warmtenet of een inpandig leidingstelsel, waarbij de individuele aansluiting:
i. aan de zijde van de binneninstallatie is afgegrensd door:
– de hoofdafsluiters waaraan de individuele afleverset voor warmte of de binneninstallatie gekoppeld is, of
– indien er geen hoofdafsluiters aanwezig zijn, een of meerdere in de warmteleveringsovereenkomst overeen te komen fysiek aanwijsbare punten, en
ii. aan de zijde van het warmtenet of het inpandig leidingstelsel is afgegrensd door:
– de aftakking van het warmtenet of het inpandig leidingstelsel, waarna de leidingen en daaraan verbonden hulpmiddelen bestemd zijn voor de warmtelevering aan de individuele verbruiker, of
– indien er geen aftakking aanwezig is, een in de warmteleveringsovereenkomst overeen te komen fysiek aanwijsbaar punt.
– individuele afleverset voor warmte: afleverset voor warmte waarmee ten behoeve van warmtelevering aan een verbruiker energieoverdracht plaatsvindt tussen een warmtenet en een binneninstallatie;
– inpandig leidingstelsel: één of meer van een gebouw deel uitmakende leidingen en daarmee verbonden hulpmiddelen ten behoeve van transport van warmte tussen een centrale aansluiting van een gebouw op een warmtenet of een productie-installatie en de individuele aansluiting van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdeel c, van de Wet waardering onroerende zaken;
– meetbedrijf: een organisatorische eenheid die zich bezig houdt met het collecteren, valideren en vaststellen van meetgegevens betreffende warmte;
– leverancier: een persoon die zich bezighoudt met de levering van warmte;
– levering van warmte: de aflevering van warmte aan verbruikers;
– netbeheerder: degene die een warmtenet beheert;
– Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken;
– producent: een persoon die zich bezighoudt met de productie van warmte;
– representatieve organisatie: een rechtspersoon die de belangen vertegenwoordigt van producenten, leveranciers of verbruikers in de warmtesector;
– verbruiker: een persoon die warmte afneemt van een warmtenet en een aansluiting heeft van maximaal 100 kilowatt;
– vergunninghouder: de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 9;
– verhuurder: een eigenaar van een voor verhuur bestemde woonruimte of bedrijfsruimte in Nederland, of degene die door die eigenaar gevolmachtigd is namens hem op te treden;
– warmte: thermische energie die ten behoeve van ruimteverwarming of verwarming van tapwater wordt geleverd door middel van transport van water;
– warmtenet: het geheel van tot elkaar behorende, met elkaar verbonden leidingen, bijbehorende installaties en overige hulpmiddelen dienstbaar aan het transport van warmte, behoudens voor zover deze leidingen, installaties en hulpmiddelen zijn gelegen in een inpandig leidingstelsel, een binneninstallatie of een gebouw of werk van een producent en strekken tot toe- of afvoer van warmte ten behoeve van dat inpandig leidingstelsel, die binneninstallatie of dat gebouw of werk van een producent;
– warmte uit hernieuwbare energiebronnen: warmte die is opgewekt in een productie-installatie die uitsluitend gebruik maakt van hernieuwbare energiebronnen of is opgewekt met hernieuwbare energiebronnen in een hybride productie-installatie die ook gebruik maakt van fossiele energiebronnen;
– zelfstandige last: de enkele last tot het verrichten van bepaalde handelingen, bedoeld in artikel 5:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, ter bevordering van de naleving van wettelijke voorschriften.

2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen soorten installaties worden aangewezen die niet worden aangemerkt als een «afleverset voor warmte».

§ 1.2. Reikwijdte
Artikel 1a
1. Deze wet is van toepassing op levering van warmte aan verbruikers, met uitzondering van levering van warmte door een leverancier die:
a. tevens optreedt als verhuurder voor de verbruiker aan wie hij warmte levert ten behoeve van de door hem aan de verbruiker verhuurde woon- of bedrijfsruimte;
b. tevens de vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm is waarbij:
i. de verbruiker aan wie warmte geleverd wordt als lid is aangesloten, of
ii. een verhuurder als bedoeld in onderdeel a als lid is aangesloten, of
c. tevens een vereniging van eigenaars is waarbij meerdere verenigingen van eigenaars of daarmee vergelijkbare rechtsvormen als bedoeld in onderdeel b zijn aangesloten

2. In afwijking van het eerste lid zijn de artikelen 8, tweede tot en met vierde, zesde, zevende en negende lid, en 8a van toepassing op leveranciers als bedoeld in het eerste lid.

§ 1.3. Experimenten
[Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden]

Hoofdstuk 2. Levering van warmte
§ 2.1. Algemene bepalingen ten aanzien van de levering van warmte
Artikel 2
1. Een leverancier draagt zorg voor een betrouwbare levering van warmte tegen redelijke voorwaarden en met inachtneming van een goede kwaliteit van dienstverlening.
2. Een leverancier verstrekt de verbruikers:
a. ten minste eenmaal per jaar een volledige en voldoende gespecificeerde nota met betrekking tot de door hem geleverde diensten, en
b. een volledige en voldoende gespecificeerde nota na beëindiging van de leveringsovereenkomst.

3. Ten aanzien van de levering van warmte brengt de leverancier ten hoogste in rekening:
a. de maximumprijs, bedoeld in artikel 5, eerste lid,
b. de redelijke kosten voor het ter beschikking stellen van de warmtewisselaar, bedoeld in artikel 8, eerste lid, en
c. het tarief voor de meting van het warmteverbruik, bedoeld in artikel 8, vijfde lid.

4. Een leverancier onthoudt zich van iedere vorm van ongerechtvaardigd onderscheid jegens zijn verbruikers.
5. Een leverancier stelt verbruikers op toereikende wijze in kennis van elke wijziging van de prijzen voor levering van warmte en van elk voornemen tot wijziging van de aan de leveringsovereenkomst verbonden voorwaarden voor levering van warmte.
6. De boekhouding van een leverancier bevat betrouwbare en op een inzichtelijke wijze vorm gegeven informatie over de integrale kosten en opbrengsten die verband houden met de levering van warmte en het verrichten van de aansluiting.
7. Een leverancier houdt een storingsregistratie bij betreffende de levering van warmte en publiceert deze jaarlijks op geschikte wijze.
8. Een producent aangesloten op een warmtenet is verplicht op verzoek van de leverancier te onderhandelen over het beschikbaar stellen van warmte tegen redelijke prijzen en voorwaarden.

Artikel 3
1. Een in Nederland gevestigde leverancier verstrekt een verbruiker, in aanvulling op de gegevens bedoeld in artikel 230m, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, voordat de verbruiker gebonden is aan een overeenkomst tot levering van warmte op duidelijke en begrijpelijke wijze de volgende informatie:
a. een duidelijke en volledige omschrijving van de te leveren goederen en diensten en de overeengekomen kwaliteitsniveaus daarvan, welke in ieder geval betrekking hebben op de minimum- en maximumtemperatuur van de te leveren warmte, alsmede de prijzen en voorwaarden waaronder deze goederen en diensten worden geleverd;
b. een omschrijving van de terugbetalingsregelingen als de geleverde goederen en diensten niet aan de overeengekomen kwaliteitsniveaus voldoen, en
c. de eisen waar de binneninstallatie van een verbruiker aan moet voldoen om veilig gebruik te kunnen maken van de door de leverancier geleverde warmte.

2. Artikel 230m, eerste lid, van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing op een overeenkomst tot levering van warmte tussen een leverancier een verbruiker die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.
3. Artikel 230v van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing op de informatieverplichtingen voor leveranciers bedoeld in het eerste en het tweede lid.

Artikel 3a
1. De leverancier keert aan een verbruiker een compensatie uit bij een ernstige storing in de levering van warmte waarvan de oorzaak gelegen is in:
a. het warmtenet van de leverancier of de netbeheerder;
b. de afleverset voor warmte, indien deze het eigendom is van de leverancier;
c. de aansluiting, of
d. het inpandig leidingstelsel van de gebouweigenaar.

2. De leverancier is niet verplicht tot het uitkeren van een compensatie als bedoeld in het eerste lid, indien de storing, bedoeld in dat lid:
a. het gevolg is van een extreme situatie die niet aan de leverancier of netbeheerder kan worden toegerekend, of
b. minder dan 24 uur duurt en in een periode van 12 maanden voorafgaand aan de storing zich geen storingen hebben voorgedaan in:
i. hetzelfde warmtenet van de leverancier of de netbeheerder,
ii. dezelfde afleverset voor warmte, indien deze het eigendom is van de leverancier;
iii. dezelfde aansluiting, of
iv. hetzelfde inpandig leidingstelsel van de gebouweigenaar.

3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:
a. het bestaan van een ernstige storing als bedoeld in het eerste lid;
b. de hoogte van de compensatie bij een ernstige storing in de levering van warmte als bedoeld in het eerste lid, die voor storingen van verschillende tijdsduur verschillend kan worden vastgesteld;
c. het moment van aanvang en beëindiging van de verplichting tot het betalen van compensatie bij een ernstige storing in de levering van warmte als bedoeld in het eerste lid, en
d. het bestaan van een extreme situatie die niet aan de leverancier of verbruiker kan worden toegerekend als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a.

Artikel 3b
1. Verbruikers kunnen geschillen die voortvloeien uit een overeenkomst tot levering van warmte, onverminderd de bevoegdheid van de burgerlijke rechter, voorleggen aan een onafhankelijke geschillencommissie.
2. De procedure bij de geschillencommissie, bedoeld in het eerste lid, dient snel, transparant, eenvoudig en goedkoop te zijn.

Artikel 3c
1. Een overeenkomst tot levering van warmte kan door een verbruiker door middel van een opzegging worden ontbonden.
2. Aan een opzegging hoeft door de leverancier geen gevolg te worden gegeven in gevallen waarin:
a. het technisch niet mogelijk is de levering van warmte aan die verbruiker geheel te beëindigen, of
b. beëindiging van de levering leidt tot aanzienlijk blijvend nadeel voor een andere verbruiker.

3. Een leverancier reageert schriftelijk op een opzegging als bedoeld in het eerste lid, en motiveert daarin in voorkomend geval waarom de beëindiging niet kan plaatsvinden.

Artikel 3d
1. Een gebouweigenaar die eigenaar is van een inpandig leidingstelsel dat wordt gebruikt voor het leveren van warmte aan verbruikers is verplicht:
a. het inpandig leidingstelsel en de individuele aansluiting van de verbruiker op het inpandig leidingstelsel zodanig te onderhouden dat betrouwbare levering van warmte gewaarborgd is, tenzij de gebouweigenaar en de leverancier hierover andere afspraken maken, en
b. medewerking te verlenen aan het verzoek van een leverancier om een verbruiker die is aangesloten op zijn inpandig leidingstelsel af te sluiten van het inpandig leidingstelsel door:
i. zorg te dragen voor de afsluiting van de verbruiker van het inpandig leidingstelsel, of
ii. de leverancier toestemming te geven zorg te dragen voor de afsluiting van de verbruiker van het inpandig leidingstelsel.

2. Wanneer zich een storing als bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdeel d, voordoet in het inpandig leidingstelsel van de gebouweigenaar:
a. ontvangt de verbruiker een compensatie als bedoeld in artikel 3a, eerste lid, van de leverancier, en
b. vergoedt de gebouweigenaar de leverancier de kosten van de op grond van onderdeel a aan de verbruiker betaalde compensatie, tenzij de gebouweigenaar en de leverancier op grond van het eerste lid, onderdeel a, afspraken hebben gemaakt over het onderhoud van het inpandig leidingstelsel en de individuele aansluiting van de verbruiker daarop die tot gevolg hebben dat de leverancier verantwoordelijk is voor het onderhoud van het inpandig leidingstelsel en de individuele aansluiting van de verbruiker daarop.

Artikel 4
1. De leverancier stelt al hetgeen redelijkerwijs in zijn vermogen ligt in het werk om afsluiting dan wel onderbreking van de levering van warmte te voorkomen, of indien een onderbreking van de levering van warmte optreedt, deze zo snel mogelijk te verhelpen. Afsluiting van een verbruiker wordt in het bijzonder voorkomen in de periode van 1 oktober tot 1 april van enig jaar.
2. De leverancier stelt een verbruiker tenminste drie dagen van tevoren op de hoogte van door hem geplande werkzaamheden waarbij de levering van warmte aan de verbruiker moet worden onderbroken.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over afsluiting van de levering van een verbruiker van warmte alsmede over preventieve maatregelen om de afsluiting van een verbruiker waar mogelijk te voorkomen.

Artikel 4a
[Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden]

Artikel 5
1. De Autoriteit Consument en Markt stelt de maximumprijs vast die een leverancier ten hoogste zal berekenen voor de levering van warmte. Van het besluit tot vaststelling van een maximumprijs wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
2. De maximumprijs:
a. is gebaseerd op de integrale kosten die een verbruiker zou moeten maken voor het verkrijgen van dezelfde hoeveelheid warmte bij het gebruik van gas als energiebron. Deze kosten worden bepaald met de rendementsmethode;
b. is opgebouwd uit een gebruiksafhankelijk deel, uitgedrukt in een bedrag in euro per gigajoule, en een gebruiksonafhankelijk deel uitgedrukt in een bedrag in euro.

3. De maximumprijs treedt in werking op een door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen datum en geldt tot 1 januari van het jaar volgend op de datum van inwerkingtreding van het besluit tot vaststelling van de maximumprijs. Indien op 1 januari de maximumprijs voor dat jaar nog niet is vastgesteld, geldt de laatst vastgestelde maximumprijs tot de datum van inwerkingtreding van het besluit tot vaststelling van de maximumprijs voor het volgende jaar.
4. Na de inwerkingtreding van het besluit tot vaststelling van de maximumprijs, bedoeld in het derde lid, worden de prijzen voor levering van warmte die hoger zijn dan de maximumprijs van rechtswege gesteld op die maximumprijs.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de elementen en wijze van berekening van de maximumprijs, bedoeld in het eerste lid. De voordracht voor deze algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Artikel 5a
1. In afwijking van artikel 2, derde lid, onderdeel a, onder 1°, kunnen een leverancier en een verbruiker overeenkomen dat aan de verbruiker een prijs in rekening wordt gebracht voor de levering van warmte die afwijkt van de maximumprijs, bedoeld in artikel 5, eerste lid, indien de leverancier de verbruiker aantoonbaar een aanbod voor levering van warmte heeft gedaan dat in ieder geval de mogelijkheid bevat om warmte geleverd te krijgen tegen ten hoogste de maximumprijs, bedoeld in artikel 5, eerste lid.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld waaraan het aanbod, bedoeld in het eerste lid, moet voldoen.

Artikel 6
1. Indien door een leverancier bij een individuele afnemer een eenmalige aansluitbijdrage in rekening wordt gebracht voor een onvoorziene aansluiting op een bestaand warmtenet, bedraagt deze bijdrage maximaal hetgeen een gasverbruiker zou bijdragen in de situatie waarbij sprake is van aansluiting op een gasnet.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de aansluitbijdrage en de toepassing van het eerste lid.

Artikel 7
1. De Autoriteit Consument en Markt verzamelt, analyseert en bewerkt inlichtingen en gegevens met betrekking tot de ontwikkeling van de rendementen in de warmteleveringsmarkt. De Autoriteit Consument en Markt brengt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na twee jaar aan Onze Minister verslag uit van de monitoring.
2. [Dit lid is nog niet in werking getreden.] 3. [Dit lid is nog niet in werking getreden.] 4. [Dit lid is nog niet in werking getreden.]

Artikel 8
1. Een leverancier heeft tot taak er zorg voor te dragen dat binnen een redelijke termijn en tegen redelijke tarieven en voorwaarden aan verbruikers een warmtewisselaar ter beschikking wordt gesteld door middel van verhuur wanneer:
a. een bestaande warmtewisselaar dient te worden vervangen;
b. een nieuwe warmtewisselaar wordt geïnstalleerd in een nieuw gebouw.

2. Een leverancier heeft tot taak er zorg voor te dragen dat binnen een redelijke termijn aan verbruikers en voor iedere eenheid een individuele meter ter beschikking wordt gesteld door middel van verhuur die het actuele warmteverbruik kan weergeven en die informatie kan geven over de tijd waarin sprake was van daadwerkelijk verbruik, wanneer:
a. een verbruiker hierom vraagt, tenzij het ter beschikking stellen technisch onmogelijk is of financieel niet redelijk is;
b. een bestaande meter wordt vervangen, tenzij het ter beschikking stellen technisch onmogelijk is of niet kostenefficiënt is in verhouding tot de geraamde potentiële besparingen op lange termijn;
c. een nieuwe aansluiting wordt gemaakt in een nieuw gebouw;
d. een gebouw ingrijpend wordt gerenoveerd.

3. Indien een meetinrichting die op afstand uitleesbaar is door een leverancier aan een verbruiker ter beschikking wordt gesteld, kan die verbruiker deze meter weigeren. In dat geval wordt door de leverancier een niet op afstand uitleesbare meter ter beschikking gesteld.
4. Een leverancier leest meetgegevens van een verbruiker, die beschikt over een meetinrichting die op afstand uitleesbaar is, niet op afstand uit indien de verbruiker hierom verzoekt.
5. Het tarief voor de meting van het warmteverbruik wordt vastgesteld op basis van het gewogen gemiddelde van de meettarieven voor G6 aansluitingen van de gasmeter van de netbeheerders van de gastransportnetten niet zijnde de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, voor het jaar t.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de eisen waaraan een meetinrichting ten minste voldoet, waarbij ten aanzien van meetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn in ieder geval regels worden gesteld ten aanzien van de beveiliging van meetgegevens.
7. Het is anderen dan de desbetreffende leverancier verboden een taak uit te voeren als bedoeld in het eerste en tweede lid.

Artikel 8a
1. Indien de leverancier de aan de verbruiker in rekening te brengen kosten voor de levering van warmte niet baseert op een individuele warmtemeter als bedoeld in artikel 8, baseert hij, onverminderd artikel 8, tweede lid, de kosten met inachtneming van artikel 2, vierde lid, op individuele warmtekostenverdelers die het warmteverbruik van elke radiator meten, tenzij de installatie daarvan niet kostenefficiënt is.
2. Indien de leverancier de aan de verbruiker in rekening te brengen kosten voor de levering van warmte niet baseert op een individuele warmtemeter of individuele warmtekostenverdelers, baseert hij de kosten met inachtneming van artikel 2, vierde lid, op een voor alle verbruikers inzichtelijke kostenverdeelsystematiek.
3. De kostenverdeelsystematiek, bedoeld in het tweede lid, gaat uit van een binnen de technische en financiële mogelijkheden zo nauwkeurig mogelijke benadering van het werkelijke aandeel van het verbruik van de individuele verbruiker.
4. In afwijking van het derde lid kunnen als onderdeel van de kostenverdeelsystematiek kosten van verbruik in het gemeenschappelijk belang en redelijke kosten voor uitvoering van de kostenverdeelsystematiek zelf aan individuele verbruikers worden toegerekend.
5. Indien een onroerende zaak, die is gebouwd voor inwerkingtreding van dit lid, bestaat uit meerdere woon -of bedrijfsruimten kan de leverancier het individueel warmtegebruik van de verbruiker, zoals gemeten op grond van artikel 8 of artikel 8a, eerste of tweede lid, corrigeren aan de hand van correctiefactoren die door de leverancier zijn vastgesteld met inachtname van de daarvoor gangbare technische normen voor:
a. de ligging van woonruimten, en
b. leidingverliezen voor transportleidingen.

6. De warmtekostenverdelers en andere technische voorzieningen voor benadering, meting of registratie van het aandeel van de individuele verbruiker in het totale verbruik, worden aan de hand van daarvoor gangbare technische normen geïnstalleerd en toegepast.
7. Op daartoe strekkend verzoek van één of meer verbruikers laat de leverancier éénmalig door een onafhankelijke, voor zowel verbruiker als leverancier aanvaardbare deskundige onderzoek uitvoeren naar de mate waarin de kostenverdeelsystematiek voor die verbruiker of verbruikers, voldoet aan het eerste tot en met vierde lid. De helft van de kosten van dit onderzoek komt voor rekening van de leverancier.
8. Op daartoe strekkend verzoek van één of meer verbruikers laat de leverancier de werking van de warmtekostenverdelers controleren door een onafhankelijke, voor zowel verbruiker als leverancier aanvaardbare deskundige. De toedeling van de kosten van dit onderzoek tussen verbruikers en leverancier vindt plaats op basis van de conclusie van het onderzoek.
9. Indien de verbruiker of verbruikers en de leverancier niet tot overeenstemming komen over de keuze van een voor beiden aanvaardbare deskundige dan kan de Autoriteit Consument en Markt worden gevraagd om deze aan te wijzen.
10. De leverancier verleent aan het onderzoek de nodige medewerking.
11. Indien bestaande technische voorzieningen als bedoeld in het zesde lid worden vervangen, zorgt de leverancier dat de nieuwe voorzieningen van een type zijn waarvan een onafhankelijke deskundige aan de hand van daarvoor gangbare technische normen de deugdelijkheid heeft vastgesteld.

Artikel 8b
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:
a. de inrichting van energiekostenramingen en facturen inzake het verbruik van warmte,
b. de frequentie van facturen inzake het verbruik van warmte,
c. het verstrekken van gegevens over het verbruik van warmte,
d. degenen die de informatie, bedoeld in de onderdelen a, b en c, verstrekken, welke regels kunnen verschillen per categorie van ontvangers van de informatie, bedoeld in de onderdelen a, b en c,
e. het op verzoek van een afnemer toesturen van facturen, factureringsinformatie en energiekostenramingen, eventueel langs elektronische weg,
f. de kosten van toegang tot meetgegevens en van facturatie;
g. degenen die om de informatie, bedoeld in onderdeel e, kunnen verzoeken en
h. de termijn waarbinnen een nota als bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt verstrekt.

§ 2.2. Bijzondere bepalingen ten aanzien van vergunninghouders
Artikel 9
1. Het is verboden zonder vergunning warmte te leveren aan verbruikers.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet ten aanzien van een leverancier die:
a. warmte levert aan ten hoogste 10 verbruikers tegelijk,
b. per jaar niet meer warmte levert dan 10.000 gigajoules, of
c. de verhuurder of de eigenaar is van het gebouw, ten behoeve waarvan de warmte wordt geleverd.

Artikel 10
1. Onze Minister verleent op aanvraag een vergunning indien de aanvrager genoegzaam aantoont dat hij:
a. beschikt over de benodigde organisatorische, financiële en technische kwaliteiten voor een goede uitvoering van zijn taak;
b. redelijkerwijs in staat kan worden geacht de verplichtingen als opgenomen in dit hoofdstuk na te komen.

2. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inhoud van en de procedure voor aanvraag van een vergunning en de criteria, bedoeld in het eerste lid.
3. Onze Minister kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een vergunning. Aan de vergunning wordt in ieder geval een voorschrift verbonden omtrent de minimum- en maximumtemperatuur van de te leveren warmte. De minimum- en maximumtemperatuur van de te leveren warmte kan voor ieder warmtenet of deel van een warmtenet verschillen.
4. Onze Minister kan de aan een vergunning verbonden voorschriften of beperkingen wijzigen.
5. Een vergunning kan slechts worden overgedragen met toestemming van Onze Minister. Het eerste tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 11
1. Onze Minister kan een vergunning intrekken. Onze Minister gaat slechts tot intrekking van de vergunning over, voor zover het belang van een betrouwbare levering van warmte tegen redelijke voorwaarden en een goede kwaliteit van de dienstverlening aan verbruikers zich daartegen niet verzet.
2. Onze Minister kan een vergunning intrekken, indien:
a. de houder van de vergunning dit verzoekt;
b. de vergunninghouder de aan de vergunning verbonden voorschriften of opgelegde beperkingen niet nakomt;
c. de vergunninghouder de opgedragen voorzieningen, bedoeld in artikel 12b, tweede lid, niet treft;
d. de vergunninghouder bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste en volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag zou hebben geleid;
e. de vergunninghouder naar het oordeel van Onze Minister om andere redenen niet langer in staat moet worden geacht de vergunde activiteit of in de vergunning opgenomen voorschriften na te komen.

3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de criteria voor het intrekken van een vergunning en de procedure bij intrekking van een vergunning. De voordracht voor deze algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Artikel 12
1. Een vergunninghouder biedt verbruikers een ruime keuze uit betalingswijzen.
2. De vergunninghouder zorgt jegens verbruikers voor een goede bereikbaarheid. De vergunninghouder handelt correspondentie van verbruikers binnen tien werkdagen af. Indien een oplossing in deze periode niet mogelijk is, ontvangt de verbruiker binnen vijf werkdagen bericht binnen welke termijn een adequate reactie kan worden verwacht.
3. De vergunninghouder gebruikt aan hem verstrekte gegevens over verbruikers uitsluitend voor het uitvoeren van de in deze wet aan de vergunninghouder opgedragen taken.

Artikel 12a
1. De vergunninghouder voert een afzonderlijke boekhouding met betrekking tot de levering van warmte en, indien van toepassing, voor de levering van koude.
2. De vergunninghouder publiceert een jaarrekening en een jaarverslag. Het jaarverslag bevat betrouwbare en op een inzichtelijke wijze vorm gegeven informatie over de door de vergunninghouder bij verbruikers in rekening gebrachte prijs en omtrent de integrale kosten en opbrengsten die verband houden met de levering van warmte. De in het jaarverslag opgenomen informatie is voorzien van een accountantsverklaring.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de toepassing van het eerste en tweede lid en artikel 2, zesde lid.

§ 2.3. Noodvoorziening
Artikel 12b
1. Een leverancier of een producent, die voornemens is de levering of de productie van warmte te beëindigen dan wel redelijkerwijs moet voorzien dat hij niet langer aan zijn wettelijke verplichtingen zal kunnen voldoen, meldt dit onverwijld aan Onze Minister. Onze Minister treedt in overleg met de leverancier of de producent die de melding heeft gedaan alsmede met de overige bij de levering van warmte betrokken personen.
2. Onze Minister kan, indien hem blijkt dat een leverancier in onvoldoende mate kan of zal kunnen voorzien in de levering van warmte, de leverancier opdragen voorzieningen te treffen teneinde zeker te stellen dat de levering van warmte, in voldoende mate plaatsvindt.
3. Onze Minister is bevoegd tot toepassing van een last onder bestuursdwang ter handhaving van een opdracht als bedoeld in het tweede lid.
4. Indien de leverancier niet voldoet aan een opdracht als bedoeld in het tweede lid of indien naar het oordeel van Onze Minister door de bedrijfsvoering van deze leverancier de continuïteit of de betrouwbaarheid van de warmtelevering in gevaar komt en onverwijld ingrijpen noodzakelijk is, kan Onze Minister de leverancier aanzeggen dat hij vanaf een bepaald tijdstip voor een bepaalde termijn de opdrachten dient op te volgen die aan hem worden verstrekt door een door Onze Minister aangewezen persoon.
5. Bij de aanzegging, bedoeld in het vierde lid, geeft Onze Minister aan ter bescherming van welk belang de aanzegging geschiedt. De aangewezen persoon verstrekt uitsluitend opdrachten ter bescherming van dit belang. Bij de aanzegging kunnen voorschriften en beperkingen worden gesteld aan de te geven opdrachten.
6. De leverancier verschaft de door Onze Minister aangewezen persoon desgevraagd alle medewerking.
7. Voor schade ten gevolge van handelingen die zijn verricht in strijd met een opdracht als bedoeld in het vierde lid, zijn bestuurders persoonlijk aansprakelijk tegenover de leverancier.

Artikel 12c
1. Onze Minister kan een of meer vergunninghouders aanwijzen als noodleverancier om warmte te leveren aan door hem nader aangeduide verbruikers.
2. Indien de leverancier tevens netbeheerder is, krijgt de noodleverancier het beheer over het warmtenet en verricht correctieve onderhoudswerkzaamheden.
3. Onze Minister kan voorwaarden en beperkingen verbinden aan de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, en stelt bij de aanwijzing een redelijke vergoeding vast voor de uitvoering van de opgedragen taak.
4. Onze Minister kan een producent opdragen warmte te produceren en deze warmte ter beschikking te stellen aan een door hem aangewezen noodleverancier.
5. Onze Minister kan voorwaarden en beperkingen verbinden aan de opdracht, bedoeld in het vierde lid, en stelt bij de opdracht een redelijke vergoeding vast voor de uitvoering van de opgedragen taak.
6. Een ieder is verplicht medewerking te verlenen aan de noodleverancier, bedoeld in het eerste lid, of de producent, bedoeld in het vierde lid, voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

Artikel 12d
1. Onze Minister kan een netbeheerder als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Gaswet, opdracht geven tot het aanleggen van een gastransportnet in het door hem aangewezen gebied. Verbruikers ontvangen een gehele of gedeeltelijke tegemoetkoming in verband met de kosten van de aansluiting op het gastransportnet.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de hoogte van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid en over de wijze waarop de betrokken verbruikers een gehele of gedeeltelijke tegemoetkoming ontvangen, waarbij de hoogte van de tegemoetkoming voor verschillende groepen verbruikers verschillend kan worden vastgesteld.
3. De opdracht, bedoeld in het eerste lid, wordt niet gegeven dan nadat Onze Minister onderzocht heeft of anders dan door aanleg van een gastransportnet voorzien kan worden in een volwaardig alternatief voor het warmtenet. Indien uit dit onderzoek blijkt dat een volwaardig alternatief beschikbaar is dat uit oogpunt van duurzaamheid, kosten of een ander publiek belang de voorkeur verdient bevordert Onze Minister de totstandkoming van dat alternatief.

Hoofdstuk 3. Informatieverstrekking
Artikel 13
1. Onze Minister kan van een producent, een leverancier of een verbruiker de gegevens en inlichtingen verlangen die hij nodig heeft voor de uitvoering van deze wet en voor het opstellen van het energierapport, bedoeld in artikel 2 van de Elektriciteitswet 1998.
2. Degene aan wie een verzoek is gedaan om gegevens en inlichtingen te verstrekken, is verplicht binnen de door Onze Minister te stellen redelijke termijn alle medewerking te verlenen die hij redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.
3. Onze Minister gebruikt gegevens of inlichtingen welke hij heeft verkregen in verband met enige werkzaamheid ten behoeve van de uitvoering van een van zijn taken op grond van deze wet uitsluitend voor de uitoefening van die taak.

Artikel 14
[Vervallen per 01-08-2014]

Hoofdstuk 4. Handhaving
Artikel 15
De Autoriteit Consument en Markt is belast met taken ter uitvoering van deze wet en het toezicht op de naleving van deze wet, met uitzondering van artikel 3d, tweede lid, onderdeel b.

Artikel 16
De Autoriteit Consument en Markt kan bij een producent, leverancier of verbruiker metingen verrichten of doen verrichten. De producent, leverancier of verbruiker gedoogt dat de metingen in zijn leidingen, installaties of hulpmiddelen worden verricht.

Artikel 17
De Autoriteit Consument en Markt kan een bindende gedragslijn opleggen in verband met de naleving van deze wet.

Artikel 18
1. De Autoriteit Consument en Markt kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet de overtreder een last onder dwangsom opleggen.
2. De Autoriteit Consument en Markt kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2, 5, eerste en vierde lid, 9, eerste lid, 13, 17 en 40 de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, 1% van de omzet van de overtreder.
3. De bestuurlijke boete die ingevolge het tweede lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden.

Artikel 19
[Vervallen per 01-07-2019] Hoofdstuk 5. Bijdragen

Artikel 20
1. Overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels is een vergoeding verschuldigd voor het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 10, eerste lid, alsmede voor het verkrijgen van toestemming als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, voor ten hoogste de kosten die gemoeid zijn met het geven van die beschikkingen.
2. Het verschuldigde bedrag kan worden ingevorderd bij dwangbevel.
Hoofdstuk 6. Overleg over toegang voor producenten tot warmtenetten

Artikel 21
1. Een netbeheerder en een leverancier die van diens warmtenet gebruik maakt treden op verzoek van een producent in overleg met die producent over toegang tot het warmtenet ten behoeve van transport van warmte.
2. Na ontvangst van een verzoek geeft de netbeheerder de verzoeker inzicht in:
a. de beschikbare transportcapaciteit op het net;
b. in voorkomend geval de tarieven die worden gehanteerd voor het transport van de warmte;
c. technische kenmerken van het net, waaronder de druk en het debiet, en
d. transportprofiel dat inzicht geeft in de benodigde transportcapaciteit op verschillende momenten.

3. Na ontvangst van een verzoek geeft de leverancier de verzoeker inzicht in:
a. het afnameprofiel en de jaarlijkse afname op het betreffende warmtenet, en
b. de vraag naar warmte en de hoeveelheid daarvan waarvoor productiecapaciteit beschikbaar is.

4. Een netbeheerder doet een verzoeker als bedoeld in het eerste lid uit eigener beweging of op diens verzoek een deugdelijk gemotiveerde schriftelijke beslissing toekomen over het verlenen van toegang tot het warmtenet.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de eisen waaraan een verzoek als bedoeld in het eerste lid ten minste moet voldoen, de termijn waarbinnen de informatie, bedoeld in het tweede en derde lid, moet zijn verschaft en de termijn waarbinnen het overleg, bedoeld in het eerste lid, wordt gestart.

Artikel 22
[Vervallen per 01-01-2014 01-01-2014]

Hoofdstuk 7. Beroep
Artikel 23
Een representatieve organisatie wordt geacht belanghebbende te zijn bij besluiten, niet zijnde beschikkingen, genomen op grond van deze wet.
Artikel 24
1. In dit artikel wordt onder «inbreuk» verstaan: elk handelen of nalaten van een leverancier dat in strijd is met het bepaalde in de artikelen 2, derde lid, 4, eerste lid, of 5, eerste lid en dat nadeel toebrengt aan de collectieve belangen van verbruikers.
2. Op verzoek van een representatieve organisatie kan het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevelen dat een inbreuk door de leverancier die de inbreuk maakt wordt gestaakt.
3. Het College kan eveneens worden verzocht degene die de inbreuk maakt te veroordelen tot het openbaar maken of openbaar laten maken van de beschikking, zulks op een door het College te bepalen wijze en op kosten van de door het College aan te geven partij of partijen.
4. Geschillen terzake de tenuitvoerlegging van de in het eerste en tweede lid bedoelde veroordelingen worden bij uitsluiting door het College van Beroep voor het bedrijfsleven beslist.

Hoofdstuk 8. Garanties van oorsprong
Artikel 25
1. Onze Minister is belast met het uitgeven en innemen via een elektronisch systeem van garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen.
2. Onze Minister opent op aanvraag van een in Nederland gevestigde producent, leverancier, handelaar of afnemer een rekening voor warmte uit hernieuwbare bronnen. Bij deze aanvraag overlegt de producent het resultaat van de vaststelling, bedoeld in artikel 27.
3. Onze Minister boekt op aanvraag garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen op een daarbij aangegeven rekening voor hernieuwbare bronnen, indien een Nederland gevestigde producent bij deze aanvraag de productiemeetgegevens overlegt.

Artikel 26
Onze Minister kan de taken, bedoeld in artikel 25, mandateren aan een niet-ondergeschikte die onafhankelijk is van producenten, leveranciers en handelaren.

Artikel 27
Een meetbedrijf stelt op verzoek van een producent vast of diens productie-installatie geschikt is voor de opwekking van warmte uit hernieuwbare energiebronnen alsmede of de inrichting om te meten geschikt is voor de meting van de warmte uit hernieuwbare energiebronnen die met de productie-installatie wordt opgewekt en op een warmtenet ingevoed.

Artikel 28
Een garantie van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen toont bij uitsluiting aan dat de daarop aangegeven hoeveelheid warmte is opgewekt uit hernieuwbare bronnen.

Artikel 29
1. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling de tarieven vast voor kosten die gepaard gaan met handelingen met betrekking tot garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen.
2. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels met betrekking tot:
a. de informatie die door producenten, leveranciers, handelaars, afnemers of netbeheerders verstrekt wordt aan Onze Minister;
b. het uitgeven en de geldigheidsduur van garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen;
c. het vermelden van gegevens op garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen;
d. de voorwaarden waaronder en de wijze waarop producenten, leveranciers, handelaars of afnemers gebruik kunnen maken van de door hen verkregen garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen of deze kunnen verhandelen;
e. de vaststelling, bedoeld in artikel 27.

Artikel 30
[Vervallen per 01-01-2014 01-01-2014] Artikel 31
[Vervallen per 01-01-2014 01-01-2014] Artikel 32
[Vervallen per 01-01-2014 01-01-2014] Hoofdstuk 9. Wijziging van andere wetten
Artikel 33
[Wijzigt de Elektriciteitswet 1998.] Artikel 34
[Wijzigt de Gaswet.] Artikel 35
[Vervallen per 01-01-2014 01-01-2014] Artikel 36
[Wijzigt de boeken 5, 6, 7 en 8 van het Burgerlijk Wetboek.] Artikel 37
[Wijzigt de Mededingingswet.] Hoofdstuk 10. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 38
Voor de toepassing van de Belemmeringenwet Verordeningen en de Belemmeringenwet Privaatrecht worden werken, die worden of zijn uitgevoerd ten behoeve van de levering van warmte, aangemerkt als openbare werken van algemeen nut.

Artikel 39
1. Provinciale staten en de gemeenteraad zijn niet bevoegd de productie en levering van warmte in het belang van de energievoorziening aan regels te binden.
2. Het eerste lid laat onverlet de bevoegdheden van provinciale staten en gemeenteraden bij aanleg, herstel, uitbreiding of vernieuwing van netten.

Artikel 40
Een leverancier meldt zo spoedig mogelijk na inwerkingtreding van deze wet aan de Autoriteit Consument en Markt:
a. de naam en het adres van de leverancier, en
b. een beschrijving van de door leverancier te exploiteren warmtenetten waarbij in ieder geval het aantal verbruikers en het aantal aan verbruikers geleverde gigajoules is opgenomen.

Artikel 41
1. Het in artikel 2 van de Elektriciteitswet 1998 bedoelde energierapport geeft mede richting aan van rijkswege te nemen beslissingen in de periode, bedoeld in dat artikel, voor zover daarbij het belang van het betrouwbaar, duurzaam, milieuhygiënisch en doelmatig functioneren van de warmtevoorziening in beschouwing moet of kan worden genomen.
2. Het energierapport bevat in ieder geval een overzicht van de prijsontwikkelingen met betrekking tot levering van warmte.

Artikel 42
1. Leveranciers die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet reeds warmte leveren en op grond van artikel 9 vergunningplichtig worden, vragen binnen twee jaar na dat tijdstip een vergunning aan als bedoeld in artikel 10, eerste lid.
2. Onverminderd het eerste lid gelden voor een vergunningplichtige leverancier, tot het tijdstip waarop onherroepelijk op de vergunningaanvraag is beslist, de eisen die zijn opgenomen in paragraaf 2.2.

Artikel 42a
Artikel 3c is niet van toepassing op een overeenkomst die is gesloten is voor inwerkingtreding van dat artikel.

Artikel 43
Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastuctuur en Milieu, aan een producent eisen stellen met betrekking tot het nuttig gebruik van restwarmte. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter zake nadere regels worden gesteld; deze kunnen tevens betrekking hebben op het instellen van een heffing ter zake van lozing van restwarmte dan wel op een verbod daarvan.

Artikel 44
[Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 45
1. De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2. Het koninklijk besluit waardoor artikel 7, tweede tot en met vierde lid, in werking treedt, treedt niet eerder in werking dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Artikel 46
Deze wet wordt aangehaald als: Warmtewet.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Wassenaar, 17 juni 2013
Willem-Alexander

De Minister van Economische Zaken,
H.G.J. Kamp

Uitgegeven de eenendertigste juli 2013

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
F. Teeven