Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 1 – Artikel 201

1. Huur is de overeenkomst waarbij de ene partij, de verhuurder, zich verbindt aan de andere partij, de huurder, een zaak of een gedeelte daarvan in gebruik te verstrekken en de huurder zich verbindt tot een tegenprestatie. 2. Huur kan ook op vermogensrechten betrekking hebben. In dat geval zijn de...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 1 – Artikel 202

Indien de huurder recht heeft op de vruchten van de zaak, geldt dit recht als een genotsrecht als bedoeld in artikel 17 van Boek 5. De huurder verkrijgt dit recht van de dag van ingang van de huur af met dien verstande dat burgerlijke vruchten van dag tot dag berekend...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 2 – Artikel 203

De verhuurder is verplicht de zaak ter beschikking van de huurder te stellen en te laten voor zover dat voor het overeengekomen gebruik noodzakelijk is.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4. – Afdeling 2 – Artikel 204 (wat wordt verstaan onder gebrek?)

1. De verhuurder heeft met betrekking tot gebreken van de zaak de in deze afdeling omschreven verplichtingen. 2. Een gebrek is een staat of eigenschap van de zaak of een andere niet aan de huurder toe te rekenen omstandigheid, waardoor de zaak aan de huurder niet het genot kan verschaffen...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 2 – Artikel 205

De uit deze afdeling voortvloeiende rechten van de huurder komen aan deze toe, onverminderd alle andere rechten en vorderingen.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 2 – Artikel 206 (melding van een gebrek)

1. De verhuurder is verplicht op verlangen van de huurder gebreken te verhelpen, tenzij dit onmogelijk is of uitgaven vereist die in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs niet van de verhuurder zijn te vergen. 2. Deze verplichting geldt niet ten aanzien van de kleine herstellingen tot het verrichten waarvan de huurder...
Lees meer

Boek 7 BW– Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4. – Afdeling 2 – Artikel 207 (vordering huurverlaging)

1. De huurder kan in geval van vermindering van huurgenot ten gevolge van een gebrek een daaraan evenredige vermindering van de huurprijs vorderen van de dag waarop hij van het gebrek behoorlijk heeft kennis gegeven aan de verhuurder of waarop het gebrek reeds in voldoende mate bekend was om tot...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 2 – Artikel 208 (gevolgschade door gebrek)

Onverminderd de gevolgen van niet-nakoming van de verplichting van artikel 206 is de verhuurder tot vergoeding van de door een gebrek veroorzaakte schade verplicht, indien het gebrek na het aangaan van de overeenkomst is ontstaan en aan hem is toe te rekenen, alsmede indien het gebrek bij het aangaan van...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 2 – Artikel 209 (uitsluiting exoneratie)

Van de artikelen 206, leden 1 en 2, 207 en 208 kan niet ten nadele van de huurder worden afgeweken voor zover het gaat om gebreken die de verhuurder bij het aangaan van de overeenkomst kende of had behoren te kennen.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 2 – Artikel 210 (buitengerechtelijke ontbinding)

1. Indien een gebrek dat de verhuurder ingevolge artikel 206 niet verplicht is te verhelpen, het genot dat de huurder mocht verwachten, geheel onmogelijk maakt, is zowel de huurder als de verhuurder bevoegd de huur op de voet van artikel 267 van Boek 6 te ontbinden. 2. Een verplichting van...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 2 – Artikel 211

1. Wanneer tegen de huurder door een derde een vordering wordt ingesteld tot uitwinning of tot verlening van een recht waarmee de zaak waarop de huurovereenkomst betrekking heeft, ingevolge die overeenkomst niet belast had mogen zijn, is de verhuurder na kennisgeving daarvan door de huurder gehouden in het geding te...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 3 – Artikel 212 (huur op tijd voldoen)

De huurder is verplicht de tegenprestatie op de overeengekomen wijze en tijdstippen te voldoen.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 3 – Artikel 213 (gedragen als goed huurder)

De huurder is verplicht zich ten aanzien van het gebruik van de gehuurde zaak als een goed huurder te gedragen.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 3 – Artikel 214 (gebruik gehuurde)

De huurder is slechts bevoegd tot het gebruik van de zaak dat is overeengekomen, en, zo daaromtrent niets is overeengekomen, tot het gebruik waartoe de zaak naar zijn aard bestemd is.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 3 – Artikel 215 (wijzigingen)

1. De huurder is niet bevoegd de inrichting of gedaante van het gehuurde geheel of gedeeltelijk te veranderen dan na schriftelijke toestemming van de verhuurder, tenzij het gaat om veranderingen en toevoegingen die bij het einde van de huur zonder noemenswaardige kosten kunnen worden ongedaan gemaakt en verwijderd. 2. Indien...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 3 – Artikel 216 (ongedaan maken wijzigingen)

1. De huurder is tot de ontruiming bevoegd door hem aangebrachte veranderingen en toevoegingen ongedaan te maken, mits daarbij het gehuurde in de toestand wordt gebracht, die bij het einde van de huur redelijkerwijs in overeenstemming met de oorspronkelijke kan worden geacht. 2. De huurder is niet verplicht tot het...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 3 – Artikel 217 (Kleine herstellingen)

De huurder is verplicht te zijnen koste de kleine herstellingen te verrichten, tenzij deze nodig zijn geworden door het tekortschieten van de verhuurder in de nakoming van zijn verplichting tot het verhelpen van gebreken.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 3 – Artikel 218 (aansprakelijk voor schade)

1. De huurder is aansprakelijk voor schade aan de verhuurde zaak die is ontstaan door een hem toe te rekenen tekortschieten in de nakoming van een verplichting uit de huurovereenkomst. 2. Alle schade wordt vermoed daardoor te zijn ontstaan, behoudens brandschade en, in geval van huur van een gebouwde onroerende...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 3 – Artikel 219 (aansprakelijkheid bezoekers)

De huurder is jegens de verhuurder op gelijke wijze als voor eigen gedragingen aansprakelijk voor de gedragingen van hen die met zijn goedvinden het gehuurde gebruiken of zich met zijn goedvinden daarop bevinden.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 3 – Artikel 220 (renovatie)

1. Indien gedurende de huurtijd dringende werkzaamheden aan het gehuurde moeten worden uitgevoerd of de verhuurder krachtens artikel 56 van Boek 5 iets moet toestaan ten behoeve van een naburig erf, moet de huurder daartoe gelegenheid geven, onverminderd zijn aanspraken op vermindering van de huurprijs, op ontbinding van de huurovereenkomst...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 3 – Artikel 221 (onderverhuring)

De huurder is bevoegd het gehuurde geheel of gedeeltelijk aan een ander in gebruik te geven, tenzij hij moest aannemen dat de verhuurder tegen het in gebruik geven aan die ander redelijke bezwaren zal hebben.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 3 – Artikel 222 (melding gebreken)

Indien de huurder gebreken aan de zaak ontdekt of derden hem in zijn genot storen of enig recht op de zaak beweren, moet hij daarvan onverwijld aan de verhuurder kennis geven, bij gebreke waarvan hij verplicht is aan de verhuurder de door de nalatigheid ontstane schade te vergoeden.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 3 – Artikel 223 (gedogen bezichtigingen)

De huurder van een onroerende zaak of een gedeelte daarvan is, indien de verhuurder tot verhuur na afloop van lopende huur of tot verkoop wenst over te gaan, verplicht te dulden dat aan de zaak de gebruikelijke kennisgevingen van het te huur of te koop zijn worden aangebracht, en aan...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 3 – Artikel 224 (oplevering gehuurde)

1. De huurder is verplicht het gehuurde bij het einde van de huur weer ter beschikking van de verhuurder te stellen. 2. Indien tussen de huurder en verhuurder een beschrijving van het verhuurde is opgemaakt, is de huurder gehouden de zaak in dezelfde staat op te leveren waarin deze volgens...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 3 – Artikel 225 (huurder verlaat gehuurde niet na einde huur)

Houdt de huurder na het einde van de huur het gehuurde onrechtmatig onder zich, dan kan de verhuurder over de tijd dat hij het gehuurde mist, een vergoeding vorderen gelijk aan de huurprijs, onverminderd, indien zijn schade meer dan deze vergoeding bedraagt, zijn recht op dit meerdere.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 4 – Artikel 226 (overdracht gehuurde)

1. Overdracht van de zaak waarop de huurovereenkomst betrekking heeft en vestiging of overdracht van een zelfstandig recht van vruchtgebruik, erfpacht of opstal op de zaak waarop de huurovereenkomst betrekking heeft, door de verhuurder doen de rechten en verplichtingen van de verhuurder uit de huurovereenkomst, die daarna opeisbaar worden, overgaan...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 4 – Artikel 227 (beperkt recht op gehuurde)

In geval van vestiging of overdracht van een beperkt recht op de verhuurde zaak, dat niet onder artikel 226 lid 1 is begrepen, is de gerechtigde jegens de huurder verplicht zich te onthouden van een uitoefening van dat recht, die het gebruik door de huurder belemmert.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 4 – Artikel 228 (einde huur bepaalde tijd)

1. Een huur voor bepaalde tijd aangegaan, eindigt, zonder dat daartoe een opzegging vereist is, wanneer die tijd is verstreken. 2. Een huur voor onbepaalde tijd aangegaan of voor onbepaalde tijd verlengd eindigt door opzegging. Heeft de huur betrekking op een onroerende zaak die noch woonruimte, noch bedrijfsruimte is, dan...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 4 – Artikel 229 (dood van de huurder)

1. De dood van de huurder of de verhuurder doet de huur niet eindigen. 2. Indien de erfgenamen van de huurder niet bevoegd zijn de zaak aan een ander in gebruik te geven, kunnen zij, onderscheidenlijk zijn echtgenoot of geregistreerde partner in het geval zijn nalatenschap overeenkomstig artikel 13 van...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 4 – Artikel 230 (gebruik na afloop huurperiode)

Indien na afloop van een huurovereenkomst de huurder met goedvinden van de verhuurder het gebruik van het gehuurde behoudt, wordt daardoor, tenzij van een andere bedoeling blijkt, de overeenkomst, ongeacht de tijd waarvoor zij was aangegaan, voor onbepaalde tijd verlengd.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 4 – Artikel 230a (ontruimingsbescherming kantoorruimte)

1. Heeft de huur betrekking op een gebouwde onroerende zaak of gedeelte daarvan en is die zaak of dat gedeelte noch woonruimte, noch bedrijfsruimte in de zin van deze titel, dan kan de huurder na het einde van de huurovereenkomst de rechter verzoeken de termijn waarbinnen ontruiming moet plaats vinden,...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Algemene Bepalingen – Titel 4 – Afdeling 4 – Artikel 231 (buitengerechtelijke ontbinding)

1. Ontbinding van een huurovereenkomst met betrekking tot een gebouwde onroerende zaak alsmede een woonwagen in de zin van artikel 235 en een standplaats in de zin van artikel 236 op de grond dat de huurder tekortgeschoten is in de nakoming van zijn verplichtingen, kan slechts geschieden door de rechter,...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 1 – Artikel 232 (o.a. huur korte duur)

1. Deze afdeling is uitsluitend van toepassing op huur van woonruimte. 2. Deze afdeling is niet van toepassing op huur welke een gebruik van woonruimte betreft dat naar zijn aard slechts van korte duur is. 3. De artikelen 206 lid 3, 270, 271 lid 4, 272, 273, 274, 275, 276,...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 1 – Artikel 233 (def. woonruimte)

Onder woonruimte wordt verstaan een gebouwde onroerende zaak voor zover deze als zelfstandige dan wel niet zelfstandige woning is verhuurd, dan wel een woonwagen of een standplaats, alsmede de onroerende aanhorigheden.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 1 – Artikel 234 (def. zelfst. woonruimte)

Onder zelfstandige woning wordt verstaan de woning welke een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 1 – Artikel 235 (def. woonwagen)

Onder woonwagen wordt verstaan een voor bewoning bestemd gebouw, dat is geplaatst op een standplaats, in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en waarvoor een bouwvergunning als bedoeld in artikel 40 van de Woningwet is afgegeven.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 1 – Artikel 236 (def. standplaats)

Onder standplaats wordt verstaan een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 1 – Artikel 237 (def huurprijs, nutsvoorz. en servicek

1. In deze afdeling wordt onder prijs verstaan het geheel van de verplichtingen die de huurder tegenover de verhuurder bij of ter zake van huur op zich neemt. 2. Onder huurprijs wordt verstaan de prijs die is verschuldigd voor het enkele gebruik van de woonruimte. 3. In deze afdeling wordt...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 1 – Artikel 238 (def. Huurcommissie)

Onder huurcommissie wordt verstaan de huurcommissie bedoeld in artikel 3a van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 1 – Artikel 239 (def. Minister)

Onder Onze Minister wordt verstaan de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 1 – Artikel 240 (invulling Kleine herstellingen)

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen herstellingen worden aangewezen die moeten worden aangemerkt als kleine herstellingen die krachtens artikel 217 voor rekening van de huurder zijn. Van de krachtens het onderhavige artikel vastgestelde bepalingen kan niet ten nadele van de huurder worden afgeweken.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 1 – Artikel 241 (invulling gebreken)

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke tekortkomingen in elk geval als gebreken worden aangemerkt. Van de krachtens dit artikel vastgestelde bepalingen kan niet ten nadele van de huurder worden afgeweken.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 1 – Artikel 242 (semi-dwingend verklaring artikelen tb

1. Behoudens bij standaardregeling bedoeld in artikel 214 van Boek 6 kan niet ten nadele van de huurder worden afgeweken van de artikelen 204, 206 leden 1 en 2, 207, 208 en 217, tenzij het gaat om herstellingen aan door de huurder aangebrachte veranderingen en toevoegingen of gebreken aan door...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 1 – Artikel 243 (verzoek renovatie huurder)

1. Indien woonruimte in een gebouwde onroerende zaak voorzieningen behoeft als bedoeld in lid 2, kan de rechter op verzoek van de huurder bepalen dat de verhuurder verplicht is deze verbetering op eigen kosten aan te brengen, mits de huurder zich bereid heeft verklaard tot het betalen van een huurverhoging...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 1 – Artikel 244 (verbod onderverhuring gehele woning)

In afwijking van artikel 221 is de huurder van woonruimte niet bevoegd het gehuurde geheel of gedeeltelijk aan een ander in gebruik te geven. De huurder van een zelfstandige woning die in die woning zijn hoofdverblijf heeft, is echter bevoegd een deel daarvan aan een ander in gebruik te geven.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 1 – Artikel 245 (nadere regels aangaande huurpri

In de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte worden nadere regels gegeven aangaande huurprijzen en andere vergoedingen.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 2 -Paragraaf 1 – Artikel 246 (huurprijzen)

Ter zake van huur gelden de huurprijzen die partijen zijn overeengekomen, voorzover uit deze onderafdeling niet anders voortvloeit.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 2 -Paragraaf 1 – Artikel 247 ( onderscheid bepalingen

De volgende artikelen van deze onderafdeling zijn, behoudens de artikelen 249, 251, 259, 261 lid 1 en 264, niet van toepassing op een overeenkomst van huur en verhuur, die betrekking heeft op een zelfstandige woning, ten aanzien waarvan bij de aanvang van de bewoning een huurprijs gold of geldt, die,...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 2 -Paragraaf 1 – Artikel 248 (verhoging huurprijs op g

1. De huurprijs kan worden verhoogd hetzij op grond van een beding in de huurovereenkomst dat in deze wijziging voorziet, hetzij indien een dergelijk beding niet van kracht is, op de wijze als voorgeschreven in de artikelen 252, 252a en 253. Gedurende het bestaan van een dergelijk beding is toepassing...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 2 -Paragraaf 1 – Artikel 249 (toetsing aanvangshuurpri

1. De huurder kan tot uiterlijk zes maanden na het tijdstip waarop een door hem met betrekking tot die woonruimte voor de eerste maal aangegane huurovereenkomst is ingegaan, de huurcommissie verzoeken uitspraak te doen over de redelijkheid van de overeengekomen huurprijs. 2. In afwijking van lid 1 kan de huurder...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 2 -Paragraaf 1 – Artikel 250 (huurverhoging sociale hu

1. De huurprijs kan op verzoek van de verhuurder worden verhoogd op de wijze voorgeschreven in de artikelen 252, 252a en 253: a. gedurende het eerste tijdvak van twaalf maanden na de dag van ingang van de huur ten hoogste eenmaal, en b. telkens tegen het einde van elkaar opvolgende...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 2 -Paragraaf 1 – Artikel 251 (huurverhoging 1 maal per

Bepalingen in huurovereenkomsten die tot gevolg hebben dat de huurprijs in enig tijdvak van twaalf maanden meer dan eenmaal wordt verhoogd, zijn nietig, tenzij het gaat om het geval van artikel 255.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 2 -Paragraaf 1 – Artikel 252 (voorstel verhoging huurp

1. Een voorstel tot wijziging van de huurprijs moet tenminste twee maanden voor de voorgestelde dag van ingang van de wijziging schriftelijk worden gedaan. 2. Het in lid 1 bedoelde voorstel dient te vermelden: a. de geldende huurprijs; b. het percentage of het bedrag van de wijziging van de huurprijs;...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 2 -Paragraaf 1 – Artikel 252a (regels inkomensafhankel

1 Een verhuurder kan ten aanzien van woonruimte die een zelfstandige woning vormt een voorstel als bedoeld in artikel 252 doen, strekkend tot verhoging van de huurprijs op de grond dat het huishoudinkomen over het inkomenstoetsjaar hoger is dan het in artikel 10 lid 2 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 2 -Paragraaf 1 – Artikel 252b (regels inkomensafhankel

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 252a lid 6 kan een huurder ten aanzien van woonruimte die een zelfstandige woning vormt en ten aanzien waarvan een verhoging van de huurprijs op basis van artikel 252a lid 1 heeft plaatsgevonden, een voorstel als bedoeld in artikel 252 doen, strekkend tot verlaging...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 2 -Paragraaf 1 – Artikel 253 (bezwaarmogelijkheid huur

1. Indien de huurder voor het tijdstip waarop de verhoging van de huurprijs blijkens het voorstel had moeten ingaan, schriftelijk verklaart met het voorstel van de verhuurder niet in te stemmen, kan de verhuurder tot zes weken na dat tijdstip onder overlegging van een afschrift van dat voorstel en van...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 2 -Paragraaf 1 – Artikel 254 (voorstel huurverlaging)

Indien de verhuurder met een voorstel van de huurder tot verlaging van de huurprijs niet instemt, kan de huurder tot uiterlijk zes weken na het tijdstip waarop de verlaging blijkens het voorstel had moeten ingaan, de huurcommissie verzoeken uitspraak te doen over de redelijkheid van het voorstel.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 2 -Paragraaf 1 – Artikel 255 (bezwaar tegen huurverhog

1. De huurprijs van woonruimte waarin of waaraan gedurende de huurtijd door of vanwege de verhuurder: a. voorzieningen zijn aangebracht die verband houden met een maatregel die gericht is op het opheffen of verminderen van beperkingen die een gehandicapte, bij het normale gebruik van zijn woonruimte ondervindt, in de kosten...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 2 -Paragraaf 1 – Artikel 257 (Huurvermindering sociale

1. Voor de vordering van de huurder tot vermindering van de huurprijs op grond van artikel 207 lid 1 in verbinding met artikel 242 geldt een met inachtneming van de volgende leden toe te passen vervaltermijn van zes maanden na de aanvang van de dag volgend op die waarop de...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 2 -Paragraaf 2 – Artikel 258 (voorschot bijkomende die

1. Indien de huurovereenkomst meer omvat dan het enkele gebruik van de woonruimte en bij die overeenkomst slechts de hoogte van de prijs en niet die van de huurprijs is vastgesteld, kan de huurder aan de verhuurder een voorstel doen tot vaststelling van de huurprijs en het voorschot van de...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 2 -Paragraaf 2 – Artikel 259 (eindrekening servicekost

1. De betalingsverplichting van de huurder met betrekking tot kosten voor de nutsvoorzieningen met een individuele meter en de servicekosten beloopt het bedrag dat door de huurder en verhuurder is overeengekomen. Bij gebreke van overeenstemming beloopt de betalingsverplichting met betrekking tot kosten voor de nutsvoorzieningen met een individuele meter het...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 2 -Paragraaf 2 – Artikel 260 (Naar Huurcommissie)

1. Indien de huurder en verhuurder geen overeenstemming hebben kunnen bereiken over een betalingsverplichting van de huurder met betrekking tot kosten voor nutsvoorzieningen met een individuele meter en servicekosten, kan de huurder of verhuurder de huurcommissie verzoeken uitspraak daarover te doen. 2. Het verzoek heeft betrekking op niet meer dan...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 2 -Paragraaf 2 – Artikel 261 (verhoging voorschotbedra

1. Het voorschotbedrag dat de huurder krachtens overeenkomst of rechterlijke uitspraak ter zake van de kosten voor nutsvoorzieningen met een individuele meter verschuldigd is, mag, tenzij na het ingaan van de huur anders is overeengekomen, slechts worden verhoogd: a. met ingang van de dag, volgend op het einde van de...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 2 -Paragraaf 2 – Artikel 261a (energiepresatievergoedi

1. Indien een energieprestatievergoeding is overeengekomen, kan de huurder de huurcommissie verzoeken deze te toetsen aan de krachtens artikel 19bis van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte gegeven regels. 2. De artikelen 259, tweede lid, en 260, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Lees meer

Boek 7 – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 2 -Paragraaf 3 – Artikel 262 (beroep tegen uitspraak Huurcommissie)

1. Wanneer de huurcommissie op een verzoek van de huurder of verhuurder als bedoeld in de paragrafen 1 en 2 uitspraak heeft gedaan, worden zij geacht te zijn overeengekomen wat in die uitspraak is vastgesteld, tenzij een van hen binnen acht weken nadat aan hen afschrift van die uitspraak is...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 2 -Paragraaf 3 – Artikel 263 (ingangsdatum gewijzigde

Een wijziging van de huurprijs, vastgesteld in een uitspraak van de huurcommissie of van de rechter, mag in rekening worden gebracht met ingang van de in het voorstel tot wijziging voorgestelde dag dan wel indien de huurprijs is vastgesteld zonder dat daartoe een voorstel is gedaan, de dag waarop vaststelling...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 2 -Paragraaf 3 – Artikel 264 (onredelijk voordeel)

1. Elk in verband met de totstandkoming van een huurovereenkomst betreffende woonruimte gemaakt beding, niet de huurprijs betreffende, voorzover daarbij ten behoeve van een der partijen een niet redelijk voordeel wordt overeengekomen, is nietig. 2. Elk in verband met de totstandkoming van een zodanige huurovereenkomst gemaakt beding, voorzover daarbij door...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 2 -Paragraaf 3 – Artikel 265 (afwijking van deze onder

Van de bepalingen van deze onderafdeling kan niet worden afgeweken, tenzij uit die bepalingen anders voortvloeit.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 3 – Artikel 266 (wettelijke medehuur)

1. De echtgenoot of geregistreerde partner van een huurder is van rechtswege medehuurder, zolang de woonruimte de echtgenoot of geregistreerde partner tot hoofdverblijf strekt, ongeacht of de huurovereenkomst voor dan wel na het aangaan van het huwelijk of van het geregistreerde partnerschap is gesloten. 2. Voor de verplichtingen uit de...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 3 – Artikel 267 (gewenste medehuur)

1. Indien op het gezamenlijk verzoek van een huurder en van een andere persoon die in de woonruimte zijn hoofdverblijf heeft en met de huurder een duurzame gemeenschappelijke huishouding heeft, alsmede van een medehuurder wanneer die er is, de verhuurder niet binnen drie maanden schriftelijk heeft verklaard er mede in...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 3 – Artikel 268 (voortzetting huur na overlijden huurd

1. Bij overlijden van de huurder zet de medehuurder de huur als huurder voort. Hij kan de huur binnen zes maanden na het overlijden bij exploot of aangetekende brief opzeggen met ingang van de eerste dag van de tweede maand na de opzegging. 2. De persoon die niet op grond...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 3 – Artikel 269 (bescherming onderhuurder zelfstandige

1. De onderhuur die betrekking heeft op een zelfstandige woning waar de onderhuurder zijn hoofdverblijf heeft, wordt in geval van beëindiging van de huur tussen huurder en verhuurder voortgezet door de verhuurder. 2. De verhuurder kan binnen zes maanden nadat hij op grond van lid 1 de onderhuur heeft voortgezet...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 3 – Artikel 270 (woningruil)

1. De huurder die een ruil van woonruimte wenst te bewerkstelligen, kan vorderen dat de rechter hem zal machtigen om een ander in zijn plaats als huurder te stellen. Indien op de woonruimte hoofdstuk II van de Huisvestingswet van toepassing is, moet de eiser een ten behoeve van de voorgestelde...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 3 – Artikel 270a (mededeling voortzetting huur)

Ingeval van voortzetting van de huur op grond van de artikelen 266, 268 en 269 is degene die de huur voortzet, verplicht daarvan mededeling te doen aan de verhuurder.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 4 – Artikel 271 (eisen opzegging + voorw. overeenkomst

1. In afwijking van artikel 228 lid 1 eindigt een voor bepaalde tijd voor de duur van: a.  langer dan twee jaar aangegane huur ingeval van een woonruimte voor zover deze als zelfstandige woning is verhuurd, of b.  langer dan vijf jaar aangegane huur ingeval van een woonruimte voor zover...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 4 – Artikel 272 (opgezegde overeenkomst blijft in stan

1. Een opgezegde huurovereenkomst blijft, tenzij de huurder de overeenkomst heeft opgezegd of na de opzegging door de verhuurder schriftelijk in de beëindiging ervan heeft toegestemd, na de dag waartegen rechtsgeldig is opgezegd van rechtswege van kracht, tot de rechter onherroepelijk heeft beslist op een vordering van de verhuurder als...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 4 – Artikel 273 (De rechter beslist aan de hand van de

1. Bij zijn beslissing op de vordering bedoeld in artikel 272 lid 2 neemt de rechter uitsluitend de in de opzegging vermelde gronden in aanmerking. 2. Indien de rechter de vordering afwijst, wordt de overeenkomst van rechtswege verlengd. De rechter beslist of de overeenkomst voor onbepaalde tijd of voor een...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 4 – Artikel 274 (gronden van opzegging)

1. De rechter kan de vordering slechts toewijzen a. indien de huurder zich niet heeft gedragen zoals een goed huurder betaamt; b. indien de verhuurder zijn vordering grondt op een beding als omschreven in lid 2 en aan de eisen van dat lid is voldaan, tenzij de verhuurder geen belang...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 4 – Artikel 274a (dringend eigen gebruik gehandicapte)

1. Onder eigen gebruik in de zin van artikel 274 lid 1 onder c wordt mede begrepen het verstrekken van een zelfstandige woning aan een gehandicapte in de zin van lid 2, indien die woning: a. reeds bij de bouw ervan was ingericht en bestemd voor bewoning door een gehandicapte,...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 4 – Artikel 274b (dringend eigen gebruik oudere)

1. Onder eigen gebruik in de zin van artikel 274 lid 1 onder c wordt mede begrepen het verstrekken aan een oudere van een zelfstandige woning welke onderdeel uitmaakt van een complex van zelfstandige woningen, welk complex reeds bij de bouw ervan was ingericht en bestemd voor de bewoning door...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 4 – Artikel 274c (dringend eigen gebruik jongere)

1. Onder eigen gebruik in de zin van artikel 274 lid 1 onder c wordt mede begrepen het verstrekken van woonruimte aan een jongere in de zin van lid 2, indien aan de in de volgende leden vermelde voorwaarden is voldaan. 2. Onder jongere wordt in dit artikel verstaan een...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 4 – Artikel 274d (dringend eigen gebruik studenten)

1. Onder eigen gebruik in de zin van artikel 274 lid 1 onder c wordt mede begrepen het verstrekken van woonruimte aan een student indien aan de in de volgende leden vermelde voorwaarden is voldaan. 2. Onder student wordt in dit artikel verstaan een deelnemer die is ingeschreven aan een...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 4 – Artikel 274e (dringend eigen gebruik promovendus)

1. Onder eigen gebruik in de zin van artikel 274 lid 1 onder c wordt mede begrepen het verstrekken van woonruimte aan een promovendus, indien aan de in de volgende leden vermelde voorwaarden is voldaan. 2. Onder promovendus wordt in dit artikel verstaan degene die zich voorbereidt op een promotie...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 4 – Artikel 274f (dringend eigen gebruik groot gezin)

1. Onder eigen gebruik in de zin van artikel 274 lid 1 onder c wordt mede begrepen het verstrekken van woonruimte aan een groot gezin, indien aan de in de volgende leden vermelde voorwaarden is voldaan. 2. Onder een groot gezin wordt in dit artikel verstaan een huishouden van de...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 4 – Artikel 275 (tegemoetkoming verhuis- inrichtingsko

1. Indien de rechter een vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst op de gronden, bedoeld in artikel 274 lid 1 onder c en e toewijst, kan hij een bedrag vaststellen dat de verhuurder aan de huurder moet betalen ter tegemoetkoming in diens verhuis- en inrichtingskosten. 2. De rechter kan, voordat...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 4 – Artikel 276 (schadevergoeding wegens ontbreken wil

1. Indien de verhuurder de overeenkomst heeft opgezegd op de grond, bedoeld in artikel 274 lid 1 onder c en de vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst is toegewezen dan wel de huurder met de beëindiging heeft ingestemd, is de verhuurder jegens de huurder tot schadevergoeding gehouden, indien de wil...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 4 – Artikel 277 (termijnen waarbinnen de rechter de ov

1. Indien de rechter de huurovereenkomst heeft verlengd, kan de verhuurder de overeenkomst opnieuw met inachtneming van artikel 271 en van de in lid 2 vermelde termijnen opzeggen en overeenkomstig de artikelen de artikelen 272 tot en met 274f vorderen dat de rechter het tijdstip zal vaststellen, waarop de overeenkomst...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 4 – Artikel 278 (beëindiging onderhuur)

1. Een onderhuurovereenkomst van woonruimte die niet krachtens artikel 269 na beëindiging van de hoofdhuur door de hoofdverhuurder wordt voortgezet, eindigt op het door de rechter op vordering van de hoofdverhuurder overeenkomstig artikel 273 lid 3 vastgestelde tijdstip van ontruiming. 2. Indien de hoofdhuurder bij de beëindiging en de bepaling...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 4 – Artikel 279 (ontbinding onbewoonbare woning)

1. Indien een gebrek in de zin van artikel 204 het deel van gehuurde woonruimte dat voor de huurder en zijn gezin voor bewoning noodzakelijk is, onbewoonbaar maakt dan wel werkzaamheden tot verhelpen van een zodanig gebrek dit doen of zullen doen, is de huurder bevoegd de huur op de...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 4 – Artikel 280 (terme de grace)

Alvorens op de voet van artikel 231 een ontbinding uit te spreken, kan de rechter de huurder een termijn van ten hoogste een maand toestaan om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 4 – Artikel 281 (ontbinding bestemmingsplan)

1. Indien iemand op de voet van artikel 226 verhuurder is geworden en een krachtens een geldend bestemmingsplan op het verhuurde liggende bestemming wil verwezenlijken, ontbindt de rechter op vordering van de verhuurder de huurovereenkomst met ingang van een door hem te bepalen dag. 2. De huurder en de onderhuurder...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Woonruimte – Titel 4 – Afdeling 5 – onderafdeling 4 – Artikel 282 (semi-dwingende recht art. 271-281)

Van de artikelen 272 tot en met 281 kan niet ten nadele van de huurder dan wel onderhuurder worden afgeweken.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Bedrijfsruimte – Titel 4 – Afdeling 6 – Artikel 290 (Wat wordt verstaan onder 7:290 BW-bedrijfsruimte?)

1. De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op huur en verhuur van bedrijfsruimte. 2. Onder bedrijfsruimte wordt verstaan: a. een gebouwde onroerende zaak of gedeelte daarvan, die krachtens overeenkomst van huur en verhuur is bestemd voor de uitoefening van een kleinhandelsbedrijf, van een restaurant- of cafébedrijf, van een...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Bedrijfsruimte – Titel 4 – Afdeling 6 – Artikel 291 (afwijking is mogelijk met toestemming rechter)

1. Van de bepalingen van deze afdeling kan niet ten nadele van de huurder worden afgeweken. 2. Bedingen die ten nadele van de huurder afwijken van de bepalingen van deze afdeling, kunnen evenwel, behoudens wanneer het betreft een afwijking van artikel 307, niet op die grond worden vernietigd, indien zij...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Bedrijfsruimte – Titel 4 – Afdeling 6 – Artikel 292 (duur is minimaal 2 x 5 jaar)

1. De huurovereenkomst geldt voor vijf jaar of, als een langere bepaalde duur is overeengekomen, voor die langere duur. 2. De huurovereenkomst die voor vijf jaar geldt, wordt na het verstrijken daarvan van rechtswege met vijf jaar verlengd. De overeenkomst die is aangegaan voor een termijn die langer is dan...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Bedrijfsruimte – Titel 4 – Afdeling 6 – Artikel 293 (mogelijkheid opzegging)

1. De overeenkomst die voor vijf jaar geldt, en de overeenkomst die is aangegaan voor een termijn langer dan vijf jaar, maar korter dan tien jaar, kunnen tegen het einde van de termijn en tegen het einde van de in artikel 292 lid 2 bedoelde tweede termijn door ieder van...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Bedrijfsruimte – Titel 4 – Afdeling 6 – Artikel 294 (nietigheid opzegging zonder vermelding gronden)

Een opzegging door de verhuurder is nietig indien zij niet de gronden vermeldt die tot de opzegging hebben geleid.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Bedrijfsruimte – Titel 4 – Afdeling 6 – Artikel 295 (De rechter beëindigt een opgezegde overeenkomst)

1. Een opgezegde huurovereenkomst blijft, tenzij de huurder de overeenkomst heeft opgezegd of na de opzegging door de verhuurder schriftelijk in de beëindiging ervan heeft toegestemd, na de dag waartegen rechtsgeldig is opgezegd van rechtswege van kracht, tot de rechter onherroepelijk heeft beslist op een vordering van de verhuurderals in...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Bedrijfsruimte – Titel 4 – Afdeling 6 – Artikel 296 (gronden van opzegging)

1. Indien de opzegging is gedaan tegen het einde van de in artikel 292 lid 1 bedoelde eerste termijn waarvoor de huurovereenkomst geldt of is aangegaan, kan de rechter de vordering slechts toewijzen, op de grond dat: a. de bedrijfsvoering van de huurder niet is geweest zoals een goed huurder...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Bedrijfsruimte – Titel 4 – Afdeling 6 – Artikel 297 (dringend eigen gebruik en vergoeding kosten)

1. De rechter kan in zijn beslissing tot toewijzing van de vordering een bedrag vaststellen dat de verhuurder aan de huurder of aan degene aan wie bevoegdelijk is onderverhuurd, moet betalen ter tegemoetkoming in diens verhuis- en inrichtingskosten. 2. Alvorens een beslissing te geven waarin een bedrag als bedoeld in...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Bedrijfsruimte – Titel 4 – Afdeling 6 – Artikel 298 (terme de grace)

In het geval, bedoeld in artikel 296 lid 4 onder c, kan de rechter de huurder een termijn toestaan van ten hoogste een maand om het aanbod tot het aangaan van een nieuwe overeenkomst alsnog te aanvaarden.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Bedrijfsruimte – Titel 4 – Afdeling 6 – Artikel 299 (schadevergoeding bij onwaarachtige opzegging)

1. Indien de overeenkomst is opgezegd op de grond dat een in artikel 296 lid 1 onder b genoemde persoon het verhuurde persoonlijk in duurzaam gebruik wil nemen en de huurder in de beëindiging van de overeenkomst heeft toegestemd dan wel de vordering tot beëindiging van de overeenkomst op die...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Bedrijfsruimte – Titel 4 – Afdeling 6 – Artikel 300 (voortzetting huurperiode na 10 jaar)

1. Indien de oorspronkelijk duur van de overeenkomst krachtens artikel 292 lid 2 is verlengd en de verlengde overeenkomst niet tegen het einde van de in dat lid bedoelde tweede termijn is opgezegd, wordt de overeenkomst voortgezet voor onbepaalde tijd, tenzij uit de overeenkomst een bepaalde tijd voortvloeit of partijen...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Bedrijfsruimte – Titel 4 – Afdeling 6 – Artikel 301 (Proefperiode maximaal 2 jaar)

1. De artikelen 291 tot en met 300 zijn niet van toepassing op een overeenkomst van twee jaar of korter. 2. Indien het gebruik, aangevangen krachtens een overeenkomst als bedoeld in lid 1, langer dan twee jaar heeft geduurd, geldt van rechtswege een overeenkomst op de tussen partijen overeengekomen voorwaarden,...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Bedrijfsruimte – Titel 4 – Afdeling 6 – Artikel 302 (erfgenamen)

Opzegging van de overeenkomst door de erfgenamen van de huurder, onderscheidenlijk zijn echtgenoot of geregistreerde partner, op de voet van artikel 229 lid 2 dient te geschieden op een termijn van tenminste zes maanden. Artikel 293 lid 2, eerste zin, en lid 3 is van toepassing.
Lees meer

Boek 7 – Huur – Bedrijfsruimte – Titel 4 – Afdeling 6 – Artikel 303 (huurprijswijziging)

1. Zowel de huurder als de verhuurder kunnen vorderen dat de rechter de huurprijs, zo deze niet overeenstemt met die van vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse, nader zal vaststellen: a. indien de overeenkomst voor bepaalde tijd geldt, na afloop van de overeengekomen duur; b. in alle andere gevallen, telkens wanneer tenminste...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Bedrijfsruimte – Titel 4 – Afdeling 6 – artikel 304 (Verzoek aanwijzing deskundige door rechter)

1. Een vordering tot nadere huurprijsvaststelling is slechts ontvankelijk, indien deze vergezeld gaat van een advies omtrent de nadere huurprijs, opgesteld door een of meer door partijen gezamenlijk benoemde ter zake deskundigen. 2. Indien partijen geen overeenstemming bereiken over de benoeming van een deskundige, benoemt de rechter deze op verzoek...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Bedrijfsruimte – Titel 4 – Afdeling 6 – artikel 305 (verzoek verbeteringen door huurder)

1. De verhuurder die in gevolge een aanschrijving als bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Woningwet verbeteringen als bedoeld in het tweede lid van dat artikel heeft aangebracht, is, ook buiten de gevallen van artikel 303 lid 1 onder a en b, bevoegd om ter doorberekening van de...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Bedrijfsruimte – Titel 4 – Afdeling 6 – artikel 306 (eindigen onderhuur door vonnis tegen hoofdhuurder)

1. Een onderhuurovereenkomst van bedrijfsruimte eindigt op het door de rechter op vordering van de hoofdverhuurder overeenkomstig artikel 296 lid 5 vastgestelde tijdstip van ontruiming. 2. Indien de hoofdhuurder de onderhuurder niet of niet juist heeft voorgelicht omtrent de termijn waarvoor de hoofdhuur geldt of is aangegaan, of hij bij...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Bedrijfsruimte – Titel 4 – Afdeling 6 – artikel 307 (indeplaatsstelling)

1. Indien overdracht door de huurder aan een derde van het in het gehuurde door de huurder zelf of een ander uitgeoefende bedrijf gewenst wordt, kan de huurder vorderen dat hij gemachtigd wordt om die derde als huurder in zijn plaats te stellen. 2. De rechter beslist met inachtneming van...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Bedrijfsruimte – Titel 4 – Afdeling 6 – artikel 308 (vergoeding tlv verhuurder als deze voordeel geniet

1. Indien de verhuurder, nadat de huurovereenkomst door opzegging zijnerzijds is geëindigd, voordeel geniet tengevolge van het feit dat het verhuurde vervolgens wordt gebezigd voor de uitoefening van een bedrijf, gelijksoortig aan het door de gewezen huurder of de onderhuurder aan wie bevoegdelijk is onderverhuurd aldaar uitgeoefende bedrijf, kan de...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Bedrijfsruimte – Titel 4 – Afdeling 6 – artikel 309 (eindigen overeenkomst ivm werken algemeen belang)

1. Indien een verhuurder op wie de rechten en verplichtingen uit de huurovereenkomst op de voet van artikel 226 zijn overgegaan, deze overeenkomst door opzegging doet eindigen in verband met de omstandigheid dat het gebouwde met het oog op de uitvoering van werken in het algemeen belang zal worden afgebroken,...
Lees meer

Boek 7 – Huur – Bedrijfsruimte – Titel 4 – Afdeling 6 – artikel 310 (verwezenlijking bestemmingsplan)

1. Indien een verhuurder op wie de rechten en verplichtingen uit de huurovereenkomst op de voet van artikel 226 zijn overgegaan, een krachtens een geldend bestemmingsplan op het verhuurde liggende bestemming wil verwezenlijken, ontbindt de rechter op vordering van de verhuurder de huurovereenkomst met ingang van een door hem te...
Lees meer

 

Tekst van Overheid.nl gehaald op 13 april 2018.