Boek 3 BW – titel 1 – afdeling 1 – Artikel 3 (Wat is onroerend)

Onroerend zijn de grond, de nog niet gewonnen delfstoffen, de met de grond verenigde beplantingen, alsmede de gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken. Roerend zijn alle zaken die niet onroerend zijn.
Lees meer

Boek 3 BW – titel 1 – afdeling 1 – Artikel 4 (Wanneer is een zaak roerend?)

Al hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel van een zaak uitmaakt, is bestanddeel van die zaak. Een zaak die met een hoofdzaak zodanig verbonden wordt dat zij daarvan niet kan worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis wordt toegebracht aan een der zaken, wordt bestanddeel van de hoofdzaak.
Lees meer

Boek 3 BW – titel 1 – afdeling 1 – Artikel 12 (De erkende rechtsbeginselen bij bepaling redelijk en bi

Bij de vaststelling van wat redelijkheid en billijkheid eisen, moet rekening worden gehouden met algemeen erkende rechtsbeginselen, met de in Nederland levende rechtsovertuigingen en met de maatschappelijke en persoonlijke belangen, die bij het gegeven geval zijn betrokken.
Lees meer

Boek 3 BW – titel 1 – afdeling 1 – Artikel 13 (Misbruik bevoegdheid)

Degene aan wie een bevoegdheid toekomt, kan haar niet inroepen, voor zover hij haar misbruikt. Een bevoegdheid kan onder meer worden misbruikt door haar uit te oefenen met geen ander doel dan een ander te schaden of met een ander doel dan waarvoor zij is verleend of in geval men,...
Lees meer

Boek 3 BW – titel 2 – Artikel 32 (Wie is bekwaam tot het verrichten van rechtshandelingen?)

Iedere natuurlijke persoon is bekwaam tot het verrichten van rechtshandelingen, voor zover de wet niet anders bepaalt. Een rechtshandeling van een onbekwame is vernietigbaar. Een eenzijdige rechtshandeling van een onbekwame, die niet tot een of meer bepaalde personen gericht was, is echter nietig.
Lees meer

Boek 3 BW – titel 2 – Artikel 33 (De Rechtshandeling)

Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard.
Lees meer

Boek 3 BW – titel 2 – Artikel 35 (Opgewekte verwachting aan een bepaalde gedraging)

Tegen hem die eens anders verklaring of gedraging, overeenkomstig de zin die hij daaraan onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht toekennen, heeft opgevat als een door die ander tot hem gerichte verklaring van een bepaalde strekking, kan geen beroep worden gedaan op het ontbreken van een met deze verklaring overeenstemmende...
Lees meer

Boek 3 BW – titel 2 – Artikel 37 (Het niet kunnen bereiken van een verklaring kan voor rekening komen van de

Tenzij anders is bepaald, kunnen verklaringen, met inbegrip van mededelingen, in iedere vorm geschieden, en kunnen zij in een of meer gedragingen besloten liggen. Indien bepaald is dat een verklaring schriftelijk moet worden gedaan, kan zij, voor zover uit de strekking van die bepaling niet anders volgt, ook bij exploit...
Lees meer

Boek 3 BW – titel 2 – Artikel 40 (Een rechtshandeling is nietig als deze strijdig is met goede zeden of open

Een rechtshandeling die door inhoud of strekking in strijd is met de goede zeden of de openbare orde, is nietig. Strijd met een dwingende wetsbepaling leidt tot nietigheid van de rechtshandeling, doch, indien de bepaling uitsluitend strekt ter bescherming van één der partijen bij een meerzijdige rechtshandeling, slechts tot vernietigbaarheid,...
Lees meer

Boek 3 BW – titel 2 – Artikel 42 (Conversieregel)

Beantwoordt de strekking van een nietige rechtshandeling in een zodanige mate aan die van een andere, als geldig aan te merken rechtshandeling, dat aangenomen moet worden dat die andere rechtshandeling zou zijn verricht, indien van de eerstgenoemde wegens haar ongeldigheid was afgezien, dan komt haar de werking van die andere...
Lees meer

Boek 3 BW – titel 2 – Artikel 44 (Vernietigbare rechtshandelingen)

Een rechtshandeling is vernietigbaar, wanneer zij door bedreiging, door bedrog of door misbruik van omstandigheden is tot stand gekomen. Bedreiging is aanwezig, wanneer iemand een ander tot het verrichten van een bepaalde rechtshandeling beweegt door onrechtmatig deze of een derde met enig nadeel in persoon of goed te bedreigen. De...
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 2 – Artikel 51 (Beroep op vernietiging en verjaring)

Een rechterlijke uitspraak vernietigt een rechtshandeling, doordat zij een beroep in rechte op een vernietigingsgrond aanvaardt. Een rechtsvordering tot vernietiging van een rechtshandeling wordt ingesteld tegen hen die partij bij de rechtshandeling zijn. Een beroep in rechte op een vernietigingsgrond kan te allen tijde worden gedaan ter afwering van een...
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 2 – Artikel 52 (Verjaring van rechtsvordering tot vernietiging van een rechtshandeling)

1.Rechtsvorderingen tot vernietiging van een rechtshandeling verjaren: a. in geval van onbekwaamheid: drie jaren nadat de onbekwaamheid is geëindigd, of, indien de onbekwame een wettelijke vertegenwoordiger heeft, drie jaren nadat de handeling ter kennis van de wettelijke vertegenwoordiger is gekomen; b. in geval van bedreiging of misbruik van omstandigheden: drie...
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 3 – Artikel 60 (Volmacht)

Volmacht is de bevoegdheid die een volmachtgever verleent aan een ander, de gevolmachtigde, om in zijn naam rechtshandelingen te verrichten. Waar in deze titel van rechtshandeling wordt gesproken, is daaronder het in ontvangst nemen van een verklaring begrepen.
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 3 – Artikel 61 ( Vormvereiste volmacht?)

Een volmacht kan uitdrukkelijk of stilzwijgend worden verleend. Is een rechtshandeling in naam van een ander verricht, dan kan tegen de wederpartij, indien zij op grond van een verklaring of gedraging van die ander heeft aangenomen en onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht aannemen dat een toereikende volmacht was verleend,...
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 3 – Artikel 69 ( Onbevoegde vertegenwoordiging)

Wanneer iemand zonder daartoe bevoegd te zijn als gevolmachtigde in naam van een ander heeft gehandeld, kan laatstgenoemde de rechtshandeling bekrachtigen en haar daardoor hetzelfde gevolg verschaffen, als zou zijn ingetreden wanneer zij krachtens een volmacht was verricht. Is voor het verlenen van een volmacht tot de rechtshandeling een bepaalde...
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 4 – afdeling 1 – Artikel 81 (Vestiging beperkte rechten)

1. Hij aan wie een zelfstandig en overdraagbaar recht toekomt, kan binnen de grenzen van dat recht de in de wet genoemde beperkte rechten vestigen. Hij kan ook zijn recht onder voorbehoud van een zodanig beperkt recht overdragen, mits hij de voorschriften zowel voor overdracht van een zodanig goed, als...
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 4 – afdeling 1 – Artikel 82 (Afhankelijke rechten)

Afhankelijke rechten volgen het recht waaraan zij verbonden zijn.
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 4 – afdeling 2 – Artikel 87 (Verkrijging te goeder trouw)

Een verkrijger die binnen drie jaren na zijn verkrijging gevraagd wordt wie het goed aan hem vervreemdde, dient onverwijld de gegevens te verschaffen, die nodig zijn om deze terug te vinden of die hij ten tijde van zijn verkrijging daartoe voldoende mocht achten. Indien hij niet aan deze verplichting voldoet,...
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 4 – afdeling 2 – Artikel 98 (Koppelbepaling)

Tenzij de wet anders bepaalt, vindt al hetgeen in deze afdeling omtrent de overdracht van een goed is bepaald, overeenkomstige toepassing op de vestiging, de overdracht en de afstand van een beperkt recht op een zodanig goed.
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 4 – afdeling 3 – Artikel 104 (Stuiting verjaring)

Wanneer de verjaring van de rechtsvordering strekkende tot beëindiging van het bezit wordt gestuit of verlengd, wordt daarmede de verkrijgende verjaring dienovereenkomstig gestuit of verlengd. In dit en de beide volgende artikelen wordt onder verjaring van een rechtsvordering de verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van de uitspraak waarbij de...
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 5 – Artikel 111 (Als men zaken onder zich houdt wegens een bepaalde titel, dan kan deze t

Wanneer men heeft aangevangen krachtens een rechtsverhouding voor een ander te houden, gaat men daarmede onder dezelfde titel voort, zolang niet blijkt dat hierin verandering is gebracht, hetzij ten gevolge van een handeling van hem voor wie men houdt, hetzij ten gevolge van een tegenspraak van diens recht.
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 5 – Artikel 120 (Een bezitter te goeder trouw komt burgerlijke vruchten toe)

Aan een bezitter te goeder trouw behoren de afgescheiden natuurlijke en de opeisbaar geworden burgerlijke vruchten toe. De rechthebbende op een goed, die dit opeist van een bezitter te goeder trouw of die het van deze heeft terugontvangen, is verplicht de ten behoeve van het goed gemaakte kosten alsmede de...
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 5 – Artikel 124 (vordering van een goed door een rechthebbende)

Wanneer iemand een goed voor een ander houdt en dit door een derde als rechthebbende van hem wordt opgeëist, vindt hetgeen in de voorgaande vier artikelen omtrent de bezitter is bepaald, te zijnen aanzien toepassing met inachtneming van de rechtsverhouding waarin hij tot die ander stond.
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 5 – Artikel 125 (vordering door houder die bezit van een zaak verliest)

Hij die het bezit van een goed heeft verkregen, kan op grond van een daarna ingetreden bezitsverlies of bezitsstoornis tegen derden dezelfde rechtsvorderingen instellen tot terugverkrijging van het goed en tot opheffing van de stoornis, die de rechthebbende op het goed toekomen. Nochtans moeten deze rechtsvorderingen binnen het jaar na...
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 7 – afdeling 1- Artikel 166 (De gemeenschap van goederen)

Gemeenschap is aanwezig, wanneer een of meer goederen toebehoren aan twee of meer deelgenoten gezamenlijk. De aandelen van de deelgenoten zijn gelijk, tenzij uit hun rechtsverhouding anders voortvloeit. Op de rechtsbetrekkingen tussen de deelgenoten is artikel 2 van Boek 6 van overeenkomstige toepassing.
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 7- Gemeenschap – Afdeling 1 algemene bepalingen – Artikel 170 BW

1 Handelingen dienende tot gewoon onderhoud of tot behoud van een gemeenschappelijk goed, en in het algemeen handelingen die geen uitstel kunnen lijden, kunnen door ieder der deelgenoten zo nodig zelfstandig worden verricht. Ieder van hen is bevoegd ten behoeve van de gemeenschap verjaring te stuiten. 2 Voor het overige...
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 7 – afdeling 1 – Artikel 171 (Instelling rechtsvordering door deelgenoten in gemeen

Tenzij een regeling anders bepaalt, is iedere deelgenoot bevoegd tot het instellen van rechtsvorderingen en het indienen van verzoeken ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschap. Een regeling die het beheer toekent aan een of meer der deelgenoten, sluit, tenzij zij anders bepaalt, deze bevoegdheid voor...
Lees meer

Boek 3 BW – titel 7 Gemeenschap – Afdeling 1. Algemene bepalingen – Artikel 186

Voor de overgang van het aan ieder der deelgenoten toegedeelde is een levering vereist op dezelfde wijze als voor overdracht is voorgeschreven. Hetgeen een deelgenoot verkrijgt, houdt hij onder dezelfde titel als waaronder de deelgenoten dit tezamen vóór de verdeling hielden.
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 8- Artikel 203 (Vruchtgebruik)

Vruchtgebruik kan worden gevestigd ten behoeve van één persoon, ofwel ten behoeve van twee of meer personen hetzij gezamenlijk hetzij bij opvolging. In het laatste geval moeten ook de later geroepenen op het ogenblik van de vestiging bestaan. Vruchtgebruik kan niet worden gevestigd voor langer dan het leven van de...
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 8- Artikel 226 (recht van bewoning in het kader van vruchtgebruik)

Op een recht van gebruik en een recht van bewoning vinden de regels betreffende vruchtgebruik overeenkomstige toepassing, behoudens de navolgende bepalingen. Indien enkel het recht van gebruik is verleend, heeft de rechthebbende de bevoegdheid de aan zijn recht onderworpen zaken te gebruiken en er de vruchten van te genieten, die...
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 11- Artikel 296 (Rechtsvordering iets te doen of na te laten)

Tenzij uit de wet, uit de aard der verplichting of uit een rechtshandeling anders volgt, wordt hij die jegens een ander verplicht is iets te geven, te doen of na te laten, daartoe door de rechter, op vordering van de gerechtigde, veroordeeld. Hij die onder een voorwaarde of een tijdsbepaling...
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 11- Artikel 298 (rechtsvorderingen)

Vervolgen twee of meer schuldeisers ten aanzien van één goed met elkaar botsende rechten op levering, dan gaat in hun onderlinge verhouding het oudste recht op levering voor, tenzij uit de wet, uit de aard van hun rechten, of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid anders voortvloeit.
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 11- Artikel 299 (Machtiging tot verrichting van rechtshandeling in plaats van wederpartij)

Wanneer iemand niet verricht waartoe hij is gehouden, kan de rechter hem jegens wie de verplichting bestaat, op diens vordering machtigen om zelf datgene te bewerken waartoe nakoming zou hebben geleid. Op gelijke wijze kan hij jegens wie een ander tot een nalaten is gehouden, worden gemachtigd om hetgeen in...
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 11- Artikel 305 (Bevoegdheden rechter komen mede toe aan scheidsmannen, tenzij)

De in de voorgaande artikelen van deze titel aan de rechter toegekende bevoegdheden komen mede aan scheidsmannen toe, tenzij partijen anders zijn overeengekomen.
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 11- Artikel 307 (Verjaring van rechtsvorderingen tot geven of een doen)

Een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst tot een geven of een doen verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden. In geval van een verbintenis tot nakoming na onbepaalde tijd loopt de in lid...
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 11- Artikel 308 (Verjaring rechtsvordering tot betaling van …)

Rechtsvorderingen tot betaling van renten van geldsommen, lijfrenten, dividenden, huren, pachten en voorts alles wat bij het jaar of een kortere termijn moet worden betaald, verjaren door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden.
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 11- Artikel 309 (Rechtsvorderingen)

Een rechtsvordering uit onverschuldigde betaling verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de schuldeiser zowel met het bestaan van zijn vordering als met de persoon van de ontvanger is bekend geworden en in ieder geval twintig jaren nadat de vordering is...
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 11- Artikel 310 (verjaring schade of boete)

Een rechtsvordering tot vergoeding van schade of tot betaling van een bedongen boete verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade of de opeisbaarheid van de boete als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden,...
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 11- Artikel 311 (verjaring vorderingen tot ontbinding van een overeenkomst)

Een rechtsvordering tot ontbinding van een overeenkomst op grond van een tekortkoming in de nakoming daarvan of tot herstel van een tekortkoming verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de schuldeiser met de tekortkoming bekend is geworden en in ieder geval...
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 11- Artikel 316 (Stuiting van de verjaring)

De verjaring van een rechtsvordering wordt gestuit door het instellen van een eis, alsmede door iedere andere daad van rechtsvervolging van de zijde van de gerechtigde, die in de vereiste vorm geschiedt. Leidt een ingestelde eis niet tot toewijzing, dan is de verjaring slechts gestuit, indien binnen zes maanden, nadat...
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 10 – Afdeling 3 – Artikel 317

1 De verjaring van een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis wordt gestuit door een schriftelijke aanmaning of door een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt. 2 De verjaring van andere rechtsvorderingen wordt gestuit door een schriftelijke aanmaning, indien deze binnen zes maanden wordt...
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 11- Artikel 319 (Gevolgen stuiting)

Door stuiting van de verjaring van een rechtsvordering, anders dan door het instellen van een eis die door toewijzing wordt gevolgd, begint een nieuwe verjaringstermijn te lopen met de aanvang van de volgende dag. Is een bindend advies gevraagd en verkregen, dan begint de nieuwe verjaringstermijn te lopen met de...
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 11- Artikel 322 (Rechter mag verjaring ambtshalve toepassen)

De rechter mag niet ambtshalve het middel van verjaring toepassen. Afstand van verjaring geschiedt door een verklaring van hem die de verjaring kan inroepen. Voordat de verjaring voltooid is, kan geen afstand van verjaring worden gedaan.
Lees meer

Boek 3 BW – Titel 11- Artikel 324 (Verjaring rechterlijke- of arbitrale uitspraak )

De bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van een rechterlijke of arbitrale uitspraak verjaart door verloop van twintig jaren na de aanvang van de dag, volgende op die van de uitspraak, of, indien voor tenuitvoerlegging daarvan vereisten zijn gesteld waarvan de vervulling niet afhankelijk is van de wil van degene die de uitspraak...
Lees meer

Tekst op 13 april 2018 van Overheid.nl gehaald.