Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 1 – afdeling 3 – Artikel 21 (Verp

Partijen zijn verplicht de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Wordt deze verplichting niet nageleefd, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 1 – afdeling 6 -Artikel 45 (Exploten)

1 Exploten worden door een daartoe bevoegde deurwaarder gedaan op de wijze in deze afdeling bepaald. 2 Een daartoe bevoegde deurwaarder kan, indien de wet dit bepaalt, ook elektronisch exploot doen. 3 Het exploot vermeldt ten minste: de datum van de betekening; de naam, en in het geval van een...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 1 – afdeling 6 -Artikel 46 (Exploten)

1 De deurwaarder laat een afschrift van het exploot aan degene voor wie het is bestemd in persoon of aan de woonplaats aan een huisgenoot van deze of aan een andere persoon die zich daar bevindt en van wie aannemelijk is dat deze zal bevorderen dat het afschrift degene voor...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 1 – afdeling 6 -Artikel 54 (Geen bekende

1 Ten aanzien van hen die geen bekende woonplaats in Nederland hebben, geschiedt de betekening ter plaatse van hun werkelijk verblijf. 2 Indien de woonplaats en het werkelijk verblijf onbekend zijn en het exploot een te voeren of aanhangige procedure betreft, alsmede indien in rechte worden opgeroepen houders van aandelen...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – afdeling 1 -Artikel 79

1 Partijen kunnen in zaken voor de kantonrechter in persoon procederen. 2 In alle overige zaken kunnen partijen niet in persoon procederen, maar slechts bij advocaat. Zij worden geacht tot aan het eindvonnis bij de gestelde advocaat woonplaats te hebben gekozen, tenzij zij hebben verklaard een andere woonplaats te hebben...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – afdeling 1 – Artikel 82 (tijd

1 In zaken waarin partijen in persoon kunnen procederen, worden conclusies en akten genomen ter terechtzitting, dan wel door indiening ter griffie vóór de roldatum. 2 In deze zaken kunnen conclusies en akten ook mondeling ter terechtzitting worden genomen. 3 In zaken waarin partijen niet in persoon kunnen procederen, worden,...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – afdeling 1 -Artikel 85

1 Indien een partij zich bij dagvaarding, conclusie of akte op enig stuk beroept, is zij verplicht een afschrift van het stuk bij te voegen, tenzij een afschrift reeds bij een eerder processtuk in dezelfde zaak was gevoegd. De in de vorige volzin bedoelde verplichting vervalt indien de wederpartij verklaart...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – afdeling 1 – Artikel 87 (comp

1 De rechter kan, op verzoek van partijen of van een van hen dan wel ambtshalve, in alle gevallen en in elke stand van het geding een verschijning van partijen ter terechtzitting bevelen teneinde een schikking te beproeven. 2 Partijen verschijnen ter terechtzitting in persoon of bij gemachtigde. In zaken...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – afdeling 1 – Artikel 88 (comp

1 Een verschijning van partijen ter terechtzitting kan ook worden bevolen tot het geven van inlichtingen aan de rechter. Artikel 87, tweede lid, is van toepassing. 2 De rechter ondervraagt partijen. Partijen kunnen elkaar vragen stellen, behoudens de bevoegdheid van de rechter om te beletten dat aan een bepaalde vraag...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – afdeling 2 -Artikel 93

Door de kantonrechter worden behandeld en beslist: a. zaken betreffende vorderingen met een beloop van ten hoogste € 25.000, de tot aan de dag van dagvaarding verschenen rente daarbij inbegrepen, tenzij de rechtstitel dat bedrag te boven gaat en die rechtstitel wordt betwist; b. zaken betreffende vorderingen van onbepaalde waarde,...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – afdeling 3 -Artikel 99 (Relatieve be

1 Tenzij de wet anders bepaalt, is bevoegd de rechter van de woonplaats van de gedaagde. 2 Bij gebreke van een bekende woonplaats van de gedaagde in Nederland is bevoegd de rechter van zijn werkelijk verblijf.
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – afdeling 3 -Artikel 103

In zaken betreffende onroerende zaken is mede bevoegd de rechter binnen wiens rechtsgebied de zaak of het grootste gedeelte daarvan is gelegen. In zaken betreffende huur van woonruimte of huur van bedrijfsruimte in de zin van artikel 290 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is echter uitsluitend bevoegd de...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – afdeling 3 – Artikel 110 (Ver

1 Het verweer dat de rechter niet relatief bevoegd is, wordt op straffe van verval van het recht daartoe gevoerd vóór alle weren ten gronde. In zaken waarin de vordering ten hoogste € 25.000 beloopt, zaken betreffende een individuele arbeidsovereenkomst en zaken als bedoeld in artikel 101 en 103, tweede...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – afdeling 4 – Artikel 111 (inho

1 Dagvaarding geschiedt bij exploot. 2 Naast de gegevens bedoeld in artikel 45, derde lid, vermeldt het exploot van dagvaarding: a. de door eiser gekozen woonplaats in Nederland; b. in zaken waarin partijen in persoon kunnen procederen, indien de eiser bij gemachtigde procedeert, de naam en het adres van de...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – afdeling 4 – Artikel 115 (Beke

1 Indien de gedaagde een bekende woonplaats of een bekend werkelijk verblijf buiten Nederland heeft in een Staat waar de in artikel 56, eerste lid, bedoelde verordening van toepassing is, of in een Staat die in Europa is gelegen en die partij is bij het op 15 november 1965 te...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – afdeling 4 – Artikel 120 (niet

1 Al hetgeen in deze afdeling is voorgeschreven, wordt op straffe van nietigheid in acht genomen. 2 Een gebrek in een exploot van dagvaarding dat nietigheid meebrengt, kan bij exploot, uitgebracht voor de roldatum, worden hersteld. 3 Bij het uitbrengen van dat exploot moet de voor dagvaarding voorgeschreven termijn in...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – afdeling 4 – Artikel 124 (Onj

Indien de eiser ten onrechte advocaat heeft gesteld, wordt de zaak voortgezet met inachtneming van de voorschriften voor zaken waarin partijen in persoon kunnen procederen.
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – afdeling 5 – Artikel 125 (Wan

1 Het geding is aanhangig vanaf de dag van dagvaarding. 2 Het exploot van dagvaarding wordt door de eiser ter griffie ingediend uiterlijk op de laatste dag waarop de griffie is geopend, voorafgaande aan de in de dagvaarding vermelde roldatum. 3 Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald in welke...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – afdeling 5 – Artikel 127 (Nie

1 Indien de in artikel 125, tweede lid, bedoelde indiening ter griffie van het exploot van dagvaarding niet tijdig heeft plaats gehad, is de gedaagde bevoegd, onder overlegging van het exploot van dagvaarding, de zaak op de rol te laten inschrijven. 2 Indien de gedaagde van zijn in het eerste...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – afdeling 5 – Artikel 128 (Exc

1 Indien de gedaagde bij gemachtigde of bij advocaat procedeert, deelt hij op de eerste roldatum de naam en het adres van de gemachtigde of de naam en het kantooradres van de advocaat mede. 2 De gedaagde neemt zijn met redenen omklede conclusie van antwoord op de eerste of op...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – afdeling 5 – Artikel 130 (wij

1 Zolang de rechter nog geen eindvonnis heeft gewezen, is de eiser bevoegd zijn eis of de gronden daarvan schriftelijk, bij conclusie of akte ter rolle, te veranderen of te vermeerderen. De gedaagde is bevoegd hiertegen bezwaar te maken, op grond dat de verandering of vermeerdering in strijd is met...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – afdeling 5 – Artikel 131 (na

Nadat de gedaagde voor antwoord heeft geconcludeerd, beveelt de rechter een verschijning van partijen ter terechtzitting als bedoeld in artikel 87 of artikel 88, tenzij hij oordeelt dat de zaak daarvoor niet geschikt is. Uiterlijk twee weken na het in de eerste volzin bedoelde tijdstip beslist de rechter hieromtrent. Tegen...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – afdeling 6 – Artikel 136 (Rec

De gedaagde is bevoegd een eis in reconventie in te stellen, tenzij de eiser in conventie is opgetreden in hoedanigheid en de reconventie hem persoonlijk zou betreffen of omgekeerd.
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – afdeling 6 – Artikel 138 (bes

1 De zaken in conventie en in reconventie worden tegelijk voldongen en bij een en hetzelfde eindvonnis beslist, tenzij de rechter van oordeel is dat de zaak in conventie of die in reconventie vroeger kan worden afgedaan. 2 De zaken worden gesplitst indien in één van beide zaken de rechter...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – afdeling 7 -Artikel 139

Indien de gedaagde niet op de eerste of op een door de rechter nader bepaalde roldatum in het geding verschijnt dan wel verzuimt advocaat te stellen of, indien verschuldigd, het griffierecht niet tijdig voldoet hoewel hem dat bij dagvaarding was aangezegd, en de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – Afdeling 8 – Artikel 143 (Verz

1 De gedaagde die bij verstek is veroordeeld, kan daartegen verzet doen. 2 Het verzet moet worden gedaan bij exploot van dagvaarding binnen vier weken na de betekening van het vonnis of van enige uit kracht daarvan opgemaakte of ter uitvoering daarvan strekkende akte aan de veroordeelde in persoon, of...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – afdeling 9 – Artikel 149

1 Tenzij uit de wet anders voortvloeit, mag de rechter slechts die feiten of rechten aan zijn beslissing ten grondslag leggen, die in het geding aan hem ter kennis zijn gekomen of zijn gesteld en die overeenkomstig de voorschriften van deze afdeling zijn komen vast te staan. Feiten of rechten...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – afdeling 9 – § 1 -artikel 150

De partij die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten of rechten, draagt de bewijslast van die feiten of rechten, tenzij uit enige bijzondere regel of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid een andere verdeling van de bewijslast voortvloeit.
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – Afdeling 9 – Artikel 177

1 Op de bepaalde dag vraagt de rechter de getuigen hun naam, voornamen, leeftijd, beroep en woon- of verblijfplaats, of zij bloed- of aanverwant zijn van de partijen of van een van hen, en zo ja in welke graad, alsmede of zij in dienstverband staan tot partijen of een van...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – Afdeling 9 – Artikel 179

1 De rechter hoort ieder van de getuigen buiten tegenwoordigheid van de mede ter zitting verschenen getuigen die nog niet zijn gehoord, voor zover deze laatste getuigen niet tevens partij zijn. 2 Partijen en hun raadslieden kunnen aan de getuigen vragen stellen, behoudens de bevoegdheid van de rechter om te...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – Afdeling 9 – Artikel 180

1 Van het getuigenverhoor wordt proces-verbaal opgemaakt, waarin achtereenvolgens aantekening geschiedt van de in acht genomen vormen en van al hetgeen met betrekking tot de zaak voorvalt. 2 Dit proces-verbaal wordt aan iedere getuige voorgelezen voor het gedeelte dat hem betreft. Hij mag daarin zodanige veranderingen en bijvoegingen maken als...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – Afdeling 9 – Artikel 182

Indien de getuige schadeloosstelling vordert, wordt deze door de rechter begroot. Daarvan wordt melding gemaakt in het proces-verbaal. De schadeloosstelling wordt voldaan door de partij die de getuige heeft voorgebracht.
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – afdeling 9 – § 6 -artikel 194

1 De rechter kan op verzoek van een partij of ambtshalve een bericht of een verhoor van deskundigen bevelen. Het vonnis vermeldt de punten waarover het oordeel van deskundigen wordt gevraagd. 2 De rechter benoemt bij vonnis of bij latere beslissing een of meer deskundigen na overleg met partijen, met...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – afdeling 9 – § 6 -artikel 195

De rechter kan ambtshalve of op verzoek van een of meer partijen deskundigen vragen hun kosten te begroten. Door de eisende partij wordt een door de rechter te bepalen voorschot en, indien dit is bepaald, een nader voorschot, ter zake van die kosten bijgeschreven op de rekening van het gerecht...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – afdeling 9 – § 6 -artikel 196

1 De rechter kan, zo nodig ambtshalve, bij de bepaling van een voorschot als bedoeld in artikel 195, of nadien, een termijn vaststellen voor de voldoening van het voorschot. Deze termijn kan een of meermalen worden verlengd. Tegen beslissingen ingevolge de eerste en tweede zin staat geen hogere voorziening open....
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – afdeling 9 – § 6 -artikel 198

1 De deskundige die zijn benoeming heeft aanvaard, is verplicht de opdracht onpartijdig en naar beste weten te volbrengen. 2 De deskundigen stellen hun onderzoek in, hetzij onder leiding van de rechter, hetzij zelfstandig. De deskundigen moeten bij hun onderzoek partijen in de gelegenheid stellen opmerkingen te maken en verzoeken...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – Afdeling 9 – Artikel 201 (De d

1 De rechter kan op verzoek van een partij of ambtshalve, vergezeld van de griffier, een plaatselijke gesteldheid opnemen of zaken bezichtigen die niet of bezwaarlijk ter zitting kunnen worden overgebracht. 2 Het daartoe strekkende vonnis vermeldt de plaats of de zaak welke in ogenschouw moet worden genomen, bepaalt de...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 2 – afdeling 10 – Artikel 209

Op de incidentele vorderingen wordt, indien de zaak dat medebrengt, eerst en vooraf beslist. Voor zover de hoofdzaak niet gelijktijdig is afgedaan, bepaalt de rechter bij de beslissing op het incident tevens de dag waarop de zaak weer op de rol zal komen.
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 1- Afdeling 12 – artikel 237 (Kosten)

1 De partij die bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld, wordt in de kosten veroordeeld. De kosten mogen echter geheel of gedeeltelijk worden gecompenseerd tussen echtgenoten of geregistreerde partners of andere levensgezellen, bloedverwanten in de rechte lijn, broers en zusters of aanverwanten in dezelfde graad, alsmede indien partijen over...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 1- Afdeling 12 – artikel 240

Kosten terzake van ambtshandelingen, verricht door gerechtsdeurwaarders, worden berekend overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde tarieven.
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 3 – afdeling 12 -Artikel 241

Ter zake van verrichtingen waarvoor de in de artikelen 237 tot en met 240 bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten, zoals die ter voorbereiding van gedingstukken en ter instructie van de zaak, kan jegens de wederpartij geen vergoeding op grond van artikel 96, tweede lid, van Boek 6...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 3 – Afdeling 1 – Artikel 261 (Verz

1 Voor zover uit de wet niet anders voortvloeit, is deze titel van toepassing op alle zaken die met een verzoekschrift moeten worden ingeleid, alsmede op zaken waarin de rechter ambtshalve een beschikking geeft. 2 Met een verzoekschrift worden ingeleid de zaken ten aanzien waarvan dit uit de wet voortvloeit.
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 3 – Afdeling 2 – artikel 262 (rel

Tenzij de wet anders bepaalt, is bevoegd: a. de rechter van de woonplaats van hetzij de verzoeker of één van de verzoekers, hetzij één van de in het verzoekschrift genoemde belanghebbenden dan wel, als zodanige woonplaats in Nederland niet bekend is, de rechter van het werkelijk verblijf van één van...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 3 – Afdeling 2 – artikel 263 (rel

In zaken die uitsluitend betreffen de aanvulling van de registers van de burgerlijke stand of de inschrijving, doorhaling of wijziging van daarin in te schrijven of ingeschreven akten, is bevoegd de rechter binnen wiens rechtsgebied de akte is of moet worden ingeschreven. In zaken als bedoeld in de eerste zin,...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 3 – Afdeling 2 – artikel 264 (bev

In zaken betreffende huur van gebouwde onroerende zaken of een gedeelte daarvan is uitsluitend bevoegd de rechter binnen wiens rechtsgebied het gehuurde of het grootste gedeelte daarvan is gelegen.
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 3 – Afdeling 3 – artikel 271 (Opr

De oproeping van verzoekers of van in de procedure verschenen belanghebbenden geschiedt door de griffier bij gewone brief, tenzij de rechter anders bepaalt.
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 3 – Afdeling 4 – artikel 278 (woo

1 Het verzoekschrift vermeldt de voornamen, naam en woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats in Nederland, het werkelijk verblijf van de verzoeker, alsmede een duidelijke omschrijving van het verzoek en de gronden waarop het berust. In zaken betreffende een nalatenschap vermeldt het verzoekschrift tevens de laatste woonplaats van de...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 3 – Afdeling 4 – artikel 279 (Dag

1 De rechter bepaalt, tenzij hij zich aanstonds onbevoegd verklaart of het verzoek toewijst, onverwijld dag en uur waarop de behandeling aanvangt. Hij beveelt tevens oproeping van de verzoeker en voor zover nodig van de in het verzoekschrift genoemde belanghebbenden. Bovendien kan hij te allen tijde belanghebbenden, bekende of onbekende,...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 3 – Afdeling 4 – artikel 282 (ind

1 Iedere belanghebbende kan tot de aanvang van de behandeling of, indien de rechter dit toestaat, in de loop van de behandeling een verweerschrift indienen. Artikel 278 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat, indien de rechter dit bepaalt, indiening van een verweerschrift in de loop van de behandeling...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 3 – Afdeling 4 – artikel 283 (mog

Zolang de rechter nog geen eindbeschikking heeft gegeven, is de verzoeker bevoegd het verzoek of de gronden daarvan te verminderen, dan wel schriftelijk te veranderen of te vermeerderen. In het geval van verandering of vermeerdering is artikel 130 van overeenkomstige toepassing.
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 3 – Afdeling 4 – artikel 286 (Dag

De rechter bepaalt na afloop van de behandeling de dag waarop hij uitspraak zal doen en deelt deze dag aan de verzoeker en de in de procedure verschenen belanghebbenden mede. Op verlangen van de verzoeker en de in de procedure verschenen belanghebbenden kan de rechter de uitspraak uitstellen.
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 3 – Afdeling 4 – artikel 289 (Ein

De eindbeschikking kan tevens een veroordeling in de proceskosten inhouden. Artikel 244 is van toepassing.
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 7 – Afdeling 1 – Artikel 337 (Hoge

1 Van vonnissen waarbij een voorlopige voorziening wordt getroffen of geweigerd, kan hoger beroep worden ingesteld voordat het eindvonnis is gewezen. 2 Van andere tussenvonnissen kan hoger beroep slechts tegelijk met dat van het eindvonnis worden ingesteld, tenzij de rechter anders heeft bepaald.
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 7 – afdeling 3 – artikel 351 (Hoge

Indien hoger beroep is ingesteld tegen een vonnis dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, kan de hogere rechter op vordering van een partij alsnog de tenuitvoerlegging van het vonnis schorsen.
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 7 – Afdeling 4 – artikel 358

1 Tegen eindbeschikkingen in zaken als bedoeld in artikel 261 staat, behoudens berusting, hoger beroep open. 2 Door de verzoeker en door de in de procedure verschenen belanghebbenden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak en door andere belanghebbenden binnen...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Eerste boek – Titel 10 A – artikel 392 (Prejudiciële vragen

1 De rechter kan in de procedure op verzoek van een partij of ambtshalve de Hoge Raad een rechtsvraag stellen ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing, indien een antwoord op deze vraag nodig is om op de vordering of het verzoek te beslissen en rechtstreeks van belang is: a....
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Tweede boek – Titel 1 – artikel 438 (Executiegeschil)

Geschillen die in verband met een executie rijzen, worden gebracht voor de rechtbank die naar de gewone regels bevoegd zou zijn, of in welker rechtsgebied de inbeslagneming plaatsvindt, zich een of meer van de betrokken zaken bevinden of de executie zal geschieden. Tot het verkrijgen van een voorziening bij voorraad...
Lees meer

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering – Tweede boek – Titel 3 – zesde afdeling -Artikel 558

Deze afdeling is mede van toepassing, indien een gehele of gedeeltelijke al of niet tijdelijke ontruiming nodig is, omdat: a. de executant overeenkomstig artikel 299 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek is gemachtigd ten aanzien van een onroerende zaak zelf datgene te verrichten waartoe nakoming van een jegens hem...
Lees meer