De zes weken termijn in het kader van de opzegging van bedrijfsruimte

In artikel 7:295 lid 2 BW is een termijn van zes weken genoemd. Deze termijn van zes weken geldt als een minimum wachttijd waarbinnen de verhuurder de reactie van de huurder op de opzegging af dient te wachten. Noot 38 De verhuurder kan, indien hij zes weken na de opzegging van de huurder geen schriftelijke mededeling heeft ontvangen dat hij in de beëindiging van de huurovereenkomst toestemt, op de gronden vermeld in de opzegging, vorderen dat de rechter het tijdstip zal vaststellen waarop de overeenkomst zal eindigen. De wetgever vereist niet dat de verhuurder deze termijn in de opzegging op straffe van nietigheid vermeldt. De wetgever gaat er van uit dat de kosten van een procedure voor rekening van de verhuurder komen als de verhuurder binnen de termijn van zes weken een procedure start en de huurder binnen die termijn alsnog met de opzegging instemt. Het starten van een procedure binnen deze termijn van zes weken leidt dus niet tot niet-ontvankelijkheid van de vordering.